PvdA in diepe problemen

by Kaj on September 26, 2010

Post to Twitter Post to Facebook Post to LinkedIn

Zijn de dagen van Job Cohen als leider van de Partij van de Arbeid geteld? Na weken van onderhandelingen over de komst van een rechts kabinet glijdt de PvdA weg in de peilingen. De achterban mort. Partijbonzen vragen zich vertwijfeld af wat men nog kan doen om het tij te keren. En dat terwijl de cruciale verkiezingen voor de Senaat snel dichterbij komen.

“Ik zat een vergadering voor met leden van het bestuur. Het ging over de voorbereidingen van de campagne voor de Statenverkiezingen in maart. En tot ieders consternatie wist niemand hoe we het aan moeten pakken. Cohen doet het slecht, de partij doet het slecht, en het ergste is: we weten op dit moment niet eens met welke inhoudelijke boodschap we op pad moeten. Wat voor partij zijn we? Waar kiezen we voor? En voor wie?”

Aldus een tamelijk nerveuze voorzitter van een grote lokale afdeling van de Partij van de Arbeid.

Opmerkelijk was ook de conclusie dat alleen tactische overwegingen, namelijk fel verzet kiezen tegen het nakende ‘kabinet-Wilders’, de partij niet zal gaan helpen.  De reden: PvdA’ers zijn het geloof kwijt dat Cohen de anti-Wilders-stem op links kan mobiliseren. Tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer in juni trok hij nog veel kiezers weg bij D66, Groenlinks en de SP omdat de PvdA hem neerzette als de gematigd-linkse politicus die een kabinet met Geert Wilders getalsmatig moest voorkomen.

Maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten, verliest de PvdA als grootste oppositiepartij in deze periode zetels, en in sommige peilingen zelfs fors. Tegelijkertijd veren de SP, Groenlinks en D66 op. Er zijn kiezers op links die zich zeker uit willen spreken tegen het minderheidskabinet van VVD en CDA met steun van PVV, maar kennelijk zien zij niet langer de noodzaak om dit via Cohen en de PvdA te doen.

De problemen bij de PvdA gaan diep. De zorgen die de hierboven geciteerde lokale PvdA-voorzitter uit, vinden hun weerklank bij PvdA’ers in alle lagen van de partij. Onder een groot deel van het partijkader heerst onvrede over de onduidelijkheid over de ideologische koers. Het probleem is volgens hen namelijk niet langer meer dat er geen duidelijke koers is, maar dat de partijleiding überhaupt niet durft te kiezen. Discussie en debat over de koers van de partij wordt de mond gesnoerd, is de veelgehoorde klacht, en dat terwijl een reeks aan rapporten (De Boer, Vreeman, Dijksma) door de jaren heen juist tot zo’n debat oproept.

Net als bij het CDA is onderhuids sprake van een richtingenstrijd. Er zijn prominente PvdA’ers die willen dat de partij een slag naar links maakt, zoals vers Kamerlid en oud-criticus Jacques Monasch, en er zijn PvdA’ers die juist de andere kant op willen. Daaronder bijvoorbeeld Frans Timmermans en Diederik Samsom. Zij zien de PvdA meer als een partij die links van het midden staat, maar toch vooral als middenpartij.

En net als het CDA dreigt ook de PvdA doormidden te splijten. Tot nu toe wist de partijleiding, eerst onder Wouter Bos en nu Job Cohen en met hulp van partijvoorzitter Lilianne Ploumen, het deksel met kunst- en vliegwerk op de ketel te houden. Maar de druk om een keuze te maken tussen de twee stromingen neemt bijna dagelijks toe. Hoe langer discussie over de keuze gesmoord wordt, hoe dieper de kloof tussen beide kampen wordt, met wat nu bij het CDA gebeurt als uiterste consequentie. Ook daar werd het echte debat over een ideologische herbronning jarenlang onder het tapijt geveegd met als argument dat Jan Peter Balkenende verkiezingen wist te winnen.

De keuze is noodzakelijk omdat het beeld dat kiezers hebben van de PvdA diffuus geworden is. Als PvdA’ers (net als CDA’ers) niet meer weten waar hun eigen partij voor staat en zij dus maar hun eigen interpretatie en visie gaan etaleren, met als resultaat een onduidelijke kakofonie, moet men niet gek staan te kijken als de kiezer er al helemaal niets meer van snapt en zij hun heil gaan zoeken bij partijen die tenminste wél een duidelijke boodschap hebben. Zoals de SP, zoals Groenlinks, zoals D66.

Alle partijen ondergaan zulke momenten, en ze komen soms – door de omstandigheden of de aantrekkelijkheid van de lijsttrekker – weer boven drijven. Neem de VVD, waar Mark Rutte eigenlijk drie keer van visie wisselde. Hij begon als sociaal-liberale leider van de VVD, stapte toen over op een soort ‘Groenrechts’-platform, wat ook niet aansloeg, en schoof fors naar rechts op toen Rita Verdonk het leiderschap van de partij over wilde nemen.

Sindsdien volgt Rutte weer meer de ‘oud-rechtse’ VVD-lijn van Frits Bolkestein en Hans Wiegel. De kraakhelderheid van de boodschap kon tijdens de campagne op waardering en herkenbaarheid van de kiezer rekenen. Wat de VVD onderscheidt van het CDA en de PvdA is dat de linker- en rechtervleugel redelijk eensgezind zijn over de sociaal-economische hervormingen. Bij de VVD zijn het vooral sociaal-culturele issues die zorgen voor een splijting.

Qua het sociaal-economische gedachtengoed heeft de VVD een keuze gemaakt, en is daar naar buiten toe helder in. Nu het CDA en de PvdA nog.

Door de wol geverfde PvdA’ers weten dat het op dit moment geen zin heeft een – potentieel schadelijk – debat over de koers van de partij te beginnen. De campagne voor de Statenverkiezingen staat immers voor de deur en dan is zo’n verbeten debat politieke zelfmoord. Men houdt het kruit daarom nog even droog. Maar daarna, en zeker als de PvdA die verkiezingen ook verliest en de positie van Job Cohen onhoudbaar geworden is, is het heel wel mogelijk dat het deksel tegen het plafond knalt.

Lees ook:
- Cohen’s leiderschapsrol niet vanzelfsprekend
- Maxime’s stille euthanasie

(Foto: Creative Commons)

Previous post:

Next post: