in Analyses, Verkiezingen, Voorpagina

Amsterdam moet weer kiezen tussen links of rechts


D66 weet het zeker: de macht van de PvdA moet gebroken worden. Maar tegelijkertijd wil D66 dat niet, want de partij wil graag regeren met de PvdA van Lodewijk Asscher, zo laat D66-lijsttrekker Ageeth Telleman in hetzelfde artikel weten. Ook andere D66-afdelingen in de stad zien het best zitten met de PvdA. Het was een moedige doch tot falen gedoemde poging van Telleman om de verkiezingen in Amsterdam te ‘framen’ als een veranderingscampagne, een referendum tegen de PvdA en voor D66. Zo’n verkiezing wordt het niet: het wordt een klassieke campagne waarbij kiezers moeten gaan kiezen tussen links of rechts.

De poging van Telleman om zichzelf te kronen als de ‘change agent’ van de Amsterdamse politiek mislukte. Zo’n tactiek werkt alleen als je qua grootte de tweede partij hebt in een stelsel met veel minder partijen dan er nu in de Amsterdamse raad zitten. Want die andere partijen, immers ook concurrenten van D66, saboteerden Telleman’s strategie al tijdens het eerste lijsttrekkersdebat. In plaats van een negatief debat over de macht en de rol van de PvdA, werd het toch vooral een debat over D66. En dat pakte niet goed uit voor die partij.

Helaas voor D66: de verkiezingen in Amsterdam dreigen sowieso niet over de PvdA te zullen gaan, maar over de vraag wat voor Amsterdam de kiezer wil. Dat is ook de richting die de andere partijen de campagne op willen sturen.

De SP kiest als vanouds de aanval over dieprood links, met een vroeg begonnen wildplak-campagne waarmee de partij de kiezer voor duidelijke keuzes wil stellen. De partij werpt zich op als de enige hoeder van linkse idealen in Amsterdam. De partij heeft kennelijk in de gaten dat het electoraal de wind tegen heeft en concentreert zich vooral op de echt linkse kiezer  – de basis van de partij. Een serieuze poging om meer mensen uit het politieke midden te bereiken, doet de partij (nog) niet echt.

Groenlinks gooit het over de groene en linkse, maar vooral gróene boeg. En dat pakt voor autobezitters niet goed uit. Het aantal auto’s in de stad moet worden teruggedrongen, het aantal parkeerplaatsen verminderd, vervuilende heilige koeien aangepakt. “Amsterdam moet dé groene innovatieve stad worden”, stelt Groenlinks in het verkiezingsprogramma. Sociaal-economisch gezien beweegt Groenlinks zich tussen de SP en D66 in, met uiteraard ook hier de nadruk op vergroening.

De PvdA loopt als vanouds op twee benen: ten eerste als ervaren bestuurspartij op wie Amsterdammers kunnen vertrouwen, en ten tweede als partij die solidariteit (ouderen), veiligheid en preventie,  en onderwijs (inclusief kinderopvang en crèches) hoog in het vaandel heeft. Daarbij heeft de partij natuurlijk wel een heel groot probleem: de impopulariteit van de PvdA als gevolg van de zwalkende koers onder Wouter Bos. Dat heeft de Amsterdamse PvdA erkend en daarom wordt stevig gefocust op de populaire lijsttrekker Lodewijk Asscher. De Amsterdamse PvdA weet in tegenstelling tot de landelijke moeder kennelijk wél wat de koers is, en die is duidelijk links van het midden.

D66 positioneert zich wederom als het ‘redelijk alternatief’. De partij werpt zich zoals altijd op als het alternatief voor gedesillusioneerde PvdA’ers. Dat de goede landelijke peilingen de partij lijsttrekker Ageeth Telleman daarbij een stevig handje helpen, moge duidelijk zijn. Maar sociaal-economisch begint bij D66 toch heel duidelijk de kloof tussen links (Groenlinks, SP, PvdA) en rechts (D66, VVD, CDA, Trots op Nederland). D66 neemt bijvoorbeeld stelling tegen de uitgaven van het zittende college aan armoedebestrijding, en wil de Amsterdamse huizenmarkt deels liberaliseren door meer huurwoningen – ook sociale – om te zetten naar koopwoningen. Dat is tegen het zere been van alles wat zich links noemt in de Amsterdamse gemeenteraad.

De VVD stort zich op de autobezitter, maar dan in positieve zin. Automobilistje pesten moet afgelopen zijn, vindt de VVD, en positioneert zich daarmee lijnrecht tegenover Groenlinks. Maar ook wat betreft de huizenmarkt maakt de VVD het verschil met de linkse partijen zeer duidelijk; net als D66 wil de VVD de Amsterdamse huizenmarkt deels liberaliseren. Er zijn al genoeg sociale woningen, vindt de VVD. Verder moet de lokale overheid kleiner en efficiënter gemaakt worden, vindt de partij. Hier vindt het ook D66.

Het CDA neemt van de rechtse partijen in de raad een buitenbeentjespositie in. Het richt zich qua economisch beleid meer op D66 en de VVD, maar maakt een groot punt van restrictiever (soft-)drugsbeleid. Daarmee onderscheidt de partij zich sociaal-economisch dus rechts van de linkse partijen, maar sociaal-cultureel ook van D66 en de VVD. De verkoop van softdrugs aan toeristen bijvoorbeeld wil de partij uiteindelijk helemaal verbieden. Qua woonbeleid zitten CDA, D66 en de VVD juist helemaal op één lijn: de drie partijen zijn het eens over liberalisering van de woningmarkt en het loslaten van de vooral voor de PvdA belangrijke 30-70-regel, die stelt dat van nieuw te bouwen woningen 30 procent sociale woningbouw met lage huren moet zijn, en 70 procent mag bestaan uit midden- en dure prijssegmenten.

Trots op Nederland tenslotte is programmatisch een blinde vlek, want de lokale partij moet nog een programma lanceren. Wel heeft de partij enkele speerpunten: veiligheid, bereikbaarheid en zorg. De veiligheid bestaat vooral uit de harde repressie zoals partijoprichter Rita Verdonk voorstaat. Qua bereikbaarheid zit TON meer op de VVD-lijn, maar qua zorgideeën zit Verdonk vaker op één lijn met de linkse partijen. Niettemin zal de deelname van TON aan de Amsterdamse verkiezingen slecht nieuws zijn voor de VVD, die nu zijn aandacht moet richten op het afsnoepen van zetels van D66 en het binnenhouden van kiezers die naar TON over kunnen stappen nu Geert Wilders geen lokale Partij voor de Vrijheid laat meedoen aan de Amsterdamse verkiezingen.

Er valt kortom wat te kiezen in Amsterdam, en de keuze is die tussen links of rechts, waarbij met name de woningmarkt, veiligheid en de bekostiging van en uitgaven aan sociale voorzieningen belangrijke splijtzwammen zijn.