in Analyses, Meningen, Verkiezingen, Voorpagina

ANALYSE 22/11/2006: THE PERFECT STORM

Er wordt momenteel heel veel gezegd over de PvdA, zowel binnen als buiten de partij, en de verloren verkiezingen van 22 november 2006. Ongetwijfeld zijn ook andere verliezende partijen nu bij zichzelf op zoek naar het antwoord op de vraag: “Hoe kwam het, en hoe voorkomen we het?” Reken maar dat ook binnen GroenLinks (zie de discussie over Femke Halsema), de VVD (need I say more?) en D66 de verkiezingscampagnes kapotbediscussiëerd worden. Navelstaren en het zoeken van zondebokken, het hoort allemaal bij verliezende partijen. Alleen is de zaak toevallig voor de PvdA dubbel pijnlijk omdat juist die partij de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen was. Dames en heren, hierbij een ijzeren wet in politiek campagnevoeren-land: gedoodverfde winnaars verliezen altijd, en voor de PvdA raasde in de aanloop naar de verkiezigen een ‘Perfect Storm’.

Eerst even uitleggen wat een ‘perfect storm’ is, voor de duidelijkheid. Het is een uit Amerika overgewaaide meteorologische term die bekendheid kreeg door de film ‘The Perfect Storm’ en Michael Crighton’s boek met dezelfde titel. Een perfecte storm, altijd op zee, is de meest vreselijke meteorologische omstandigheid waar je als schipper mee te maken wilt krijgen: torenhoge golven, keiharde rukwinden die vanuit meerdere richtingen komen aanstormen – waardoor je als stuurman eenvoudig niet meer weet waar je het zoeken moet – en veel, heel veel regen die qua waterhoeveelheden bijna net zo erg zijn als een enorme golf die de bovengelegen dekken van je schip laten vollopen. Het lastige van een perfect storm ligt ‘m alleen in de moeilijke voorspelbaarheid van het beestje. Een perfect storm ontstaat vaak snel en altijd op het punt waar 2, maar soms zelfs 3 weerfronten samenkomen. Alleen heel goede meteorologen, voorzien van de juiste meetinstrumenten, kunnen zo’n storm wél voorspellen en de stuurman dus op tijd zeggen dat hij een andere koers moet gaan varen om het middelpunt tussen die weerfronten – de perfect storm dus – te ontwijken.

Die perfect storm is wat de PvdA in 2006 overkwam en nu is het de vraag of de meteorologen van de partij de schipper tijdig waarschuwden, of dat zij dat wél deden maar de schipper niet luisterde. Het antwoord op die vraag is wat PvdA-prominent Ruud Vreeman aan het onderzoeken is met zijn commissie, die eind mei een rapport uit zal brengen over hoe de PvdA de verkiezingen verloor. Tot die tijd zal ook dit blog het antwoord op die vraag schuldig moeten blijven. Dus bij deze alvast een tip aan de heer Vreeman & co, gewoon voor het geval het over het hoofd gezien wordt: ga vooral ook even babbelen met het marketingonderzoek-bedrijf dat de PvdA inschakelde om meningen te peilen, en de dames en heren die de focusgroep- onderzoeken organiseerden. Mais enfin, hieronder een vooruitblik op wat het rapport van de commissie-Vreeman zal moeten bevatten.

De PvdA kreeg bij de verkiezingen van 2002 een ongenadig harde klap te verwerken. De LPF won fors, vooral ten koste van de PvdA, en het CDA – de aartsrivaal, toen – won door handig neutraal te blijven in de strijd tussen Pim Fortuyn en Ad Melkert. Vernieuwing van de partij, herijking en zo verder werden de toverwoorden. Wouter Bos stelde zich kandidaat voor het leiderschap met als doel die door de LPF verloren kiezers weer terug te halen door zich de grieven van die kiezers aan te trekken en die om te zetten in politieke voorstellen. Dit, gekoppeld aan een voor veel kiezers onverwacht hard bezuinigingsbeleid door het CDA-VVD-LPF-kabinet dat veel kiezers niet hadden verwacht (het topic was destijds immers asielzoekers en islam, niet sociaal-economische onderwerpen) zorgde voor veel onrust onder kiezers. Zij hadden immers vooral oog voor de topics ‘asielzoekers’ en ‘islam’ en bij hun stem op de LPF lieten zij zich kennelijk vooral leiden door de mening van Fortuyn op die twee topics, en de vreselijke dood van die politicus zelf.

Maar die harde sociaal-economische bezuinigingsmaatregelen van het CDA-VVD-LPF-kabinet zetten sociaal-economische onderwerpen onder kiezers weer keihard op de agenda. Dit schok-effect (“Hier heb ik niet voor gestemd – ik stemde tegen asielzoekers enzo!”), en de politieke suïcide van de LPF, zorgde ervoor dat het beeld tijdens de verkiezingen van 2003 weer terugkantelde naar de pre-2002-situatie. Het bewijs: de LPF ging in 2002 van 0 naar 26 zetels terwijl de PvdA van 45 zetels terugviel naar 23, terwijl in 2003 de LPF terugviel naar 8, en de PvdA weer omhoog schoot naar 42 zetels. (De SP bleef in 2003 op 9 zetels, hetzelfde als in 2002.)

Wat gebeurde er toen in 2003 met de PvdA? Wat altijd gebeurt met politieke partijen die vernieuwing en heroriëntatie beloven na een verloren verkiezing, maar die dat al gauw weer vergeten na een nieuwe, groots gewonnen verkiezing: de veranderingen kregen minder prioriteit. Er werd immers toch weer gewonnen? Vervolgens begonnen onderhandelingen tussen PvdA en CDA, die uiteindelijk stukliepen. Er kwam een CDA-VVD-D66-kabinet, dat eigenlijk het regeerakkoord van het CDA-VVD-LPF-kabinet kopiëerde, inclusief de harde bezuinigingsagenda. Het gevolg was dat de sociaal-economische punten voor veel kiezers zwaarder bleven wegen dan andere onderwerpen. Hierdoor kon de PvdA met groot gemak blijven gedijen in de oppositierol. Wederom volgde voor de PvdA-top met iedere nieuwe peiling de conclusie: veranderingen zijn niet nodig, het gaat goed zo. Hier en daar bleven bepaalde PvdA’ers de noodklok luiden maar de herrie verstomde onder het peilingengejuich.

Het verzet en de onvrede over de bezuinigingsagenda van het CDA-VVD-D66-kabinet bleef doorsudderen, regelmatig aangewakkerd door alweer een nieuw en hard beleidsplan. Maar helaas, de ontevreden kiezers moesten tot maart 2006 wachten op die kans om hun onvrede en woede te uiten, en toen men bij de gemeenteraadverkiezingen voor het eerst in drie jaar tijd de kans kreeg om zich te uiten, deden ze het door massaal op dé oppositiepartij te stemmen. Het resultaat is bekend: de PvdA behaalde een klinkende overwinning in vrijwel alle gemeenten.

De gemeenteraadsverkiezingen waren een heuse ‘perfect storm’ voor de regeringspartijen; alle elementen kwamen tegelijkertijd samen. De economie zat tegen, men hield vast aan de sociaal-economische hervormingsplannen, en daarbij kwam ook nog eens diepe ontevredenheid onder veel kiezers over de Nederlandse politieke steun aan Irak. Daarnaast kon de ontevreden kiezer even lekker stoom afblazen. Vier weerfronten tegelijkertijd en de roestige trawler ‘Balkende-II’ zat er middenin, terwijl de PvdA zich op de wal veilig waande.

Want dronken geworden door het succes liet de PvdA wederom na om de vernieuwing, de heroriëntatie actief na te streven, wederom ondanks de noodklokken van sommige PvdA’ers. Het was immers nog steeds niet nodig want de partijleiding wist zich gedekt door die beschermende en verblindende paraplu genaamd ‘oppositierol’, en hield daaraan vast. Het is in deze periode dat de partijleiding ook steeds meer afstand nam van initiatieven als ‘Een Ander Nederland’, een contactgroep bestaande uit PvdA’ers, SP’ers en leden van GroenLinks die mogelijkheden voor een linkse samenwerking in de landelijke politiek onderzochten. Een teken aan de wand, want de partijleiding had inmiddels besloten om het CDA wederom tot doelwit van de campagne te maken, met als doel die partij kleiner te laten worden dan de PvdA, maar tegelijkertijd duidelijk aan te sturen op een eventuele regering met die partij. Dat betekende automatisch dat de PvdA in de campagne het CDA niet té hard kon aanpakken, want dat zou de geloofwaardigheid na de verkiezingen geen goed doen als men tóch met hetzelfde CDA een regering zou gaan vormen.

Dit nu werd (h)erkend door de campagneleiding van het CDA. Daar had men het scenario voor de volgende verkiezingen zoals altijd al een tijdje in ruwe vorm klaarliggen, zo bleek ook achteraf; de snelheid waarmee het CDA haar programma paraat had voor de verkiezingen in november had geen duidelijker waarschuwing kunnen of mogen zijn voor de PvdA-meteorologen. Het CDA drong bij de VVD stevig aan op een milde begroting voor 2007, en dat terwijl de economie stevige tekenen van verbetering begon te vertonen. De VVD stemde in en het demissionaire minderheidskabinet Balkenende-III presenteerde een ‘cadeautjesbegroting’. Het CDA begon aan een grote ‘goed nieuws’-show en slaagde er grotendeels in om veel ontevredenheid over sociaal-economische onderwerpen weer weg te nemen. Een ijzeren wet in politiek campagnevoeren- land is immers dat niets zo kort is als het geheugen van de gemiddelde kiezer.

Van 2002 tot aan de dag na de gemeenteraadverkiezingen in 2006 reikte het CDA de PvdA steeds munitie aan waarmee de PvdA het CDA kon bestoken vanuit de oppositie. Dankzij die rijkelijk gevulde munitiekisten bleef de PvdA-leiding lui; vernieuwing en heroriëntatie bleven nog steeds uit want zo’n moeilijk proces bleek nog steeds onnodig. En het was sowieso al te laat, want vanaf de gemeenteraadverkiezingen begonnen binnen de PvdA de voorbereidingen voor de landelijke verkiezingen.

Toen de munitievoorziening met de goed nieuws-show van Balkenende-III abrupt ophield en de PvdA zich zelfs weigerde uit te spreken tégen een regering met het CDA, gebeurde er onder kiezers drie dingen. Ten eerste werd voor veel kiezers de noodzaak om te stemmen tegen het CDA met de aantrekkende economie en een opeens socialer CDA minder noodzakelijk; ten tweede stond de PvdA door al het ‘goede’ nieuws met lege handen; en ten derde ontstond onder wantrouwige kiezers – die in de peilingen tot dan toe de PvdA hadden gesteund – de angst dat de PvdA tóch weer dat verfoeide, keihard bezuinigende CDA aan een regeringsplek zou helpen. Reken daarbij nog het aloude en onweerlegbare adagium what goes up, must come down en het was duidelijk: de PvdA ging een perfect storm tegemoet met een eveneens linkse oppositiepartij die wél duidelijk een standpunt tégen het CDA innam.

Puur campagne-technisch onderschatte de PvdA overigens de campagne van het CDA. Die partij heeft duidelijk wél stevig geleerd van politieke campagnes in de landen om ons heen en in de Verenigde Staten, waar het keihard tegen keihard gaat en middelen zoals psychologische profielen en zelfs contra-profielen van oppositionele partijleiders niet geschuwd worden. Het CDA heeft daarnaast een campagnestaf (lees: Jack de Vries) met een feilloze politieke intuïtie en dito kiezersonderzoek- apparaat dat inzag dat de PvdA inderdaad met lege handen zou komen te staan, dat de PvdA inderdaad toch ook de optie voor regeren met het CDA open zou houden (waardoor een gijzeling-strategie mogelijk werd), en dat de PvdA zich qua identiteit en profiel onder kiezers in drijfzand bevond – zó feilloos was het langdurige CDA-kiezersonderzoek, ook wel private polling genoemd.

De gevolgen van de structurele weigering van de PvdA om zich ideologisch te vernieuwen en heroriënteren werden op desastreuze wijze duidelijk tijdens de verkiezingen van 22 november. De SP won fors, de PvdA viel juist sterk terug, en het zich wederom neutraal opstellende CDA bleef qua resultaat zo goed als neutraal (slechts drie zetels verlies). Kiezers die de PvdA wantrouwden omdat de partij het CDA weigerde uit te sluiten, stapten over naar de SP, bang als zij waren dat de PvdA in een regering met het CDA het beleid van Balkenende-I, -II en -III zouden voortzetten. Dat de SP sinds de formatie van het nieuwe kabinet alleen maar zetels blijft winnen ten koste van de PvdA is hier ten enenmale bewijs van.

De PvdA-partijleiding kan en mag dit keer niet meer aan de zijlijn blijven staan, en daar is nu ook de tijd voor. Voorlopig zijn er geen verkiezingen en de PvdA kan zich dus in alle rust – en met alle te verwachten commotie van dien! – gaan richten op de zo lang uitgebleven vernieuwing en heroriëntatie, waarbij de partij zich vooral moet gaan richten op die kiezers die de PvdA nu wantrouwen. Dus hup! Ideologie afstoffen, terug naar de fabriekspoorten, de activistische banden met de vakbonden opnieuw aanhalen (ongeacht wat het CDA daarvan vindt – wat hen betreft mag iedere electorale concurrent sowieso toch ook doodvallen) en komen met sociaal slimme voorstellen die niet alleen mensen het gevóel geven dat de PvdA er voor hen toe doet, maar die de positie van die mensen ook daadwerkelijk verbétert. En daarbij niet vergetend, overigens, dat een verscheurd Nederland – waar sommige lieden ter rechterzijde voor pleiten – leidt tot een verdeelde economie waar het land alleen maar aan ten onder kan gaan.