in Voorpagina

Bos onderschat Wilders-kiezer


Wouter Bos vindt dat zijn Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer zich minder moet laten leiden door de toon van de aanvallen van Geert Wilders. In plaats van in die “val” van Wilders te trappen, zou de PvdA zich meer moeten richten op de inhoud, zei hij in een uitzending van Buitenhof. Bos geeft hiermee aan weinig te snappen van wat de meerderheid van de Wilders-kiezers beweegt.

Had Bos zich verdiept in een op Wilders-kiezers gericht onderzoek van Motivaction, dan had hij geweten dat een meerderheid van de potentiele Wilders-stemmers vooral op de peroxidelimbo gaat stemmen als een vorm van protest.

Het onderzoek concludeert dat veel Wilders-kiezers het eigenlijk helemaal niet zo eens zijn met bijvoorbeeld de fundamentele mening van Wilders over de islam. Maar ze vinden zijn zwart-witte stellingname vooral aantrekkelijk omdat hij pretendeert met ‘echte oplossingen’ te zullen komen, als hij eenmaal in de regering zou komen te zitten. (Veel Wilders-kiezers zien hem overigens liever niet premier worden — wat aangeeft hoe weinig vertrouwen hij van hen krijgt, hetzelfde euvel dat Pim Fortuyn trof onder zijn eigen kiezers.)

Vraag je door voor welke problemen er dan oplossingen gevonden dienen te worden, dan komen er eigenlijk heel abstracte antwoorden. Het centrale probleem is de angst onder kiezers voor de veranderende wereld, en verandering an sich. Oude zekerheden, ingevoerd en ingesteld door dezelfde partijen die zij nu afstraffen in de peilingen, verdwijnen als gevolg van hervormingen door diezelfde partijen.

Er zijn dus Wilders-stemmers die de middenpartijen niet meer vertrouwen waar het gaat om in stand houden van verworvenheden. Wilders springt daar handig op in. Morrelen de PvdA en het CDA aan de AOW-leeftijd, dan roept Wilders om het hardst dat hij die op 65 wil houden, wat er ook gebeurt. Mogelijke bezuinigingen op de AWBZ? Wilders is er tegen. Grenzen aan de hypotheekrente-aftrek? Wilders is er als de kippen bij om te roepen dat de aftrek moet blijven zoals die is.

Wilders voelt, vanuit de veiligheid van de oppositie, de angst feilloos aan. Steeds vaker positioneert hij zich zelfs als de hoeder van de verworvenheden van voormalig PvdA-leider Willem Drees. In een toespraak in de Tweede Kamer eerder dit jaar zei hij letterlijk: “Er loopt een lange weg van Willem Drees naar Wouter Bos en die weg loopt steil naar beneden.”

Ironisch genoeg doen de middenpartijen CDA en PvdA er juist alles aan om zo weinig mogelijk te veranderen. Men stapelt compromis op compromis om de kiezer maar niet te hard voor het hoofd te stoten. Het CDA ging de vorige verkiezingscampagne zelfs in met een zo goed als leeg verkiezingsprogramma; alle hervormingsdrift van de voorgaande kabinetten Balkenende was er vakkundig uitgesneden. Rondom Bos hing nog wel een zweem van hervormingsgezindheid, en die werd door de kiezer dan ook direct afgestraft; de PvdA ging van een mogelijk grote overwinning in de peilingen naar een verlies op verkiezingsdag.

Het gaat veel Wilders-kiezers dus juist om de inhoud. Ja, de toon is ook van belang, maar de inhoud die de PvdA en het CDA presenteren, vertrouwt men niet meer. Het CDA en de PvdA hebben onlangs in een ‘crisis-akkoord’ besloten dat de AOW-leeftijd van 65 naar 67 gaat, iets waar veel CDA- en PvdA-stemmers niets van willen weten. Als de inhoud is dat veel naar Wilders overstappende PvdA’ers niet willen dat de pensioenleeftijd omhoog gaat, hoe wil Bos die vlucht middels een debat over de inhoud dan voorkomen, als zijn partij net heeft ingestemd met een verhoging van die pensioenleeftijd?

Het probleem is dat niets doen — moeilijke beslissingen uitstellen of overhevelen naar een volgend kabint — ook weer afgestraft wordt door andere Wilders-kiezers. Dit is de groep mensen met een doorgaans lagere opleiding, en die voor het laatst zijn gaan stemmen in 2002, toen ze massaal opkwamen en de Lijst Pim Fortuyn 24 zetels gaven in de Tweede Kamer. Deze mensen komen doorgaans niet in de peilingen voor, omdat ze maatschappelijk inactief zijn. Aan peilingen en onderzoeken doen ze niet mee, eenvoudig omdat ze daar niet aan mee willen doen en omdat de onderzoekers vaak gewoon niet weten wie die kiezers zijn. Dat maakt het moeilijk hen te vinden en te benaderen.

Deze kiezers zijn het meest cynisch. Voor de meesten onder hen zijn politici niets meer dan zakkenvullers, die alles doen om aan de macht te blijven.

Het zijn juist de centristische partijen PvdA en CDA die die overtuiging voeden door het constante sluiten van zouteloze compromissen. Dat schraagt de gedachte onder deze kiezers dat het die partijen alleen maar om de macht te doen is, een gedachte die niet zo gek is want de coalitiepartijen sluiten juist compromissen, of stellen beslissingen uit, omdat ze problemen uit de weg willen gaan die de coalitie zouden kunnen opblazen.

Bos probeert vat te krijgen op de nationale discussie. Hij probeert zichzelf erin te injecteren als de boven de partijen staande staatsman. Vanuit zijn autoriteit als minister van Financien en vice-premier probeert hij gewichtig een debat over de inhoud aan te zwengelen.

Dat kan nog wel eens vies gaan tegenvallen. Op veel punten kunnen noch de PvdA noch het CDA nauwelijks nog een zwart-witte positie innemen. Op veel beleidsonderdelen zijn compromissen gesloten, waar veel Wilders-stemmers niet eens een compromis wilden maar juist helemaal geen actie, en alles laten zoals het was.

Bovendien spreken de peilingen Bos ook tegen. Bos vindt dat het over de inhoud moet gaan, en niet de toon. Maar de enige politicus die stelselmatig op hoge toon de confrontatie met Wilders zoekt, is Alexander Petchold van D66. Die kreeg van Bos ook een sneer in de Buitenhof-uitzending; Pechtold weet vooral waar hij tegen is, aldus Bos, maar weet niet wat er dan wel moet gebeuren.

Met die uitspraken bereikt Bos alleen iets onder studeerkamer-kiezers. Misschien dat hij het intellectuele deel van de naar D66 overgelopen PvdA-kiezers terug probeert te halen. Dat gaat hem niet lukken; de PvdA zal eerst moeten breken met de christenfundamentalistische ChristenUnie voordat die kiezers dat uberhaupt zullen overwegen.

Pechtold scoort in ieder geval in de peilingen door zijn vormelijke stellingname vis-a-vis Wilders. De PvdA niet. De nieuwste principiele stellingname van Bos — hij sluit de PVV uit als regeringspartner — heeft de PvdA niets opgeleverd in de peilingen.

De les die Bos had moeten leren, en waarvoor het nog niet te laat is, is dat veel kiezers de PvdA gewoon niet meer vertrouwen. Ze zien de PvdA als slechte hoeders van de sociale verzorgingsstaat. Bovendien vinden velen dat de PvdA als bestuurderspartij ook gefaald heeft waar het aankomt op sociaal beleid in hun gemeente. In de grote steden in de Randstad en de steden, waar veel PvdA- en Wilders-stemmers zitten, staat de PvdA aan het roer dankzij de monsteroverwinning tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2006.

Als Bos het met de inhoud wil gaan winnen van Wilders, dan zal de PvdA inhoudelijk in de praktijk een kant op moeten die Bos en een flink deel van de centristische sociaal-democraten in zijn partij niet bevalt.

C‘est le ton qui fait la musique. Een waarheid als een koe. De PvdA laat Wilders steeds de toon zetten, en musiceert met hem mee. Wil je lui als Wilders aanpakken, dan moet je zelf dus de toon zetten. Dirigeren, de discussie naar je hand zetten. Wilders tot steeds idiotere extremiteiten verleiden. En een andere waarheid: luister naar je kiezer, en realiseer je dat als je inhoud hen gewoon niet bevalt, je het met die inhoud dus niet gaat winnen.