in Analyses, Meningen, Verkiezingen, Voorpagina

Coalitiepartijen blijven tot elkaar veroordeeld

De coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie voeren momenteel een ware slijtageslag over het ontslagrecht, waarbij vooral de PvdA en het CDA proberen te voorkomen dat één van hen in de positie van ‘de verpester’ wordt gedrukt; de partij die de schuld gegeven kan worden van het opblazen van de coalitie. De IJzeren Regel in de politiek is niet voor niets ‘wie breekt, betaalt’, en geen van de partijen wil als breker te boek komen te staan.  Maar noch de PvdA, noch het CDA hebben nu belang bij verkiezingen, en bovendien wil premier Balkenende dat ook helemaal niet, omdat dit zijn laatste kabinet is – en dat móet slagen, na twee mislukte kabinetten.

Het CDA is nooit te beroerd om opeens, in een vlaag van plotesling pragmatisme, het christelijk fatsoen opzij te zetten en het  kleed onder coalitiegenoten vandaan te halen en dan op de één of andere manier verkiezingen te bewerkstelligen als de peilingen goed zijn. Coalitiegenoten piepelen is immers volkssport nummer 1 bij het CDA (zie de LPF, zie D66, zie de VVD in de diverse Balkenende-kabinetten). En op dit moment staat de PvdA er allerbelabberdst voor in de peilingen. Dat heeft meerdere oorzaken — zoals een in de beeldvorming nu al volstrekt mislukte minister van Integratie en Probleemwijken, Ella Vogelaar —  en de PvdA zou er op dit moment misschien niet eens meer in slagen om groter te blijven dan concurrent SP als er verkiezingen zouden zijn.

Daarnaast zou het CDA, gezien de huidige peilingen, in principe na de verkiezingen een nieuw kabinet over rechts kunnen vormen. De meest recente Politieke Barometer laat bijvoorbeeld een meerderheid zien voor een coalitie van CDA en de rechtse partijen van 84 zetels. (CDA plus Verdonk plus VVD plus Wilders.)

Maar de vraag of die andere partijen  — aartsrivalen die elkaars bloed zouden willen drinken — uberhaupt met elkaar in één coalitie willen zitten is echter vrij makkelijk te beantwoorden: nee.  Een coalitie vormen wordt dan erg lastig voor het CDA. Dus bij verkiezingen zou het CDA, waar de ‘rechtse’ stroming nog immer groter is dan de ‘linkse’, niks winnen.

Daarnaast staat de PvdA er misschien slecht voor, een linkse coalitie kan nog altijd rekenen op 4 zetels meer dan de boven geschetste meerderheid. CDA plus PvdA plus SP plus GroenLinks kunnen volgens de Barometer rekenen op 88 zetels. En hoewel  de PvdA misschien kleiner zou worden dan de SP, ligt het in de lijn der verwachtingen dat toch vooral de SP zou profiteren van zetelverlies bij de PvdA. En blijft ‘links’ in de Tweede Kamer dus de facto over meer zetels beschikken dan ‘rechts’, net als nu. Een weinig aanlokkelijk perspectief voor het CDA.

Daar komt ook nog bij dat nóg een gevallen kabinet het absolute politieke einde zal zijn van Balkenende. Hij zou dan definitief de geschiedenisboekjes ingaan als een totaal mislukte premier, iets wat hij koste wat kost wil voorkomen. Waarschijnlijk is zijn ego zelfs een zeer belangrijke steunpilaar voor het overeindblijven van dit kabinet.

Voor de PvdA is de uitgangspositie zo mogelijk nog slechter. Door vele mensen wordt de PvdA nu gezien als de partij die verraad pleegde jegens kiezers die uit protest (weer) op de PvdA stemden in 2006. Na jaren van succesvol oppositie voeren tegen de bezuinigingen en lastenverzwaringen door de door velen gehate rechtse kabinetten-Balkenende trad de PvdA toe tot een coalitie met het CDA van — jawel — Jan Peter Balkenende, en als klap op de vuurpijl volgden wéér bezuinigingen en lastenverzwaringen.

Niet zo gek dus dat het voornamelijk de PvdA is die de klappen krijgt, en dan met name partijleider Bos, die altijd het hardst van stapel liep tegen de bezuinigingen en lastenverzwaringen van Balkenende I, II en III. Van het CDA wisten veel kiezers al dat die partij buizinigt en lasten verzwaart; van de PvdA wordt het na jaren van protesten en demonstraties tegen bezuinigingen niet geaccepteerd.

En dus zijn CDA en PvdA tot elkaar veroordeeld en kon het gebeuren dat beide partijen elkaar zelfs na het tweede gesprek op topniveau over het onstlagrecht niet publiekelijk heftig in de haren vlogen. Een jaar geleden nog zou het CDA direct een bosje partij-prominenten losgelaten hebben om de coalitiepartners  in de media de grond in te boren, maar gisteren — na het mislukken van het tweede overleg — hielden de CDA’ers zich opvallend stil. 

De vraag is alleen wel: hoe lang gaat dat nog duren? Binnenkort meer over het gevaar voor een PvdA die zich steeds meer vast lijkt te klampen aan het enige onderwerp waar die partij nog wél veel steun voor krijgt van de bevolking: het tegenhouden van versoepeling van het ontslagrecht.