in Analyses, Voorpagina

Daar gaat de $! U betaalt nu $1.43 voor €1

En daar gaat ‘ie dan, down down down: de Amerikaanse dollar. Om 14:24, vandaag 18 oktober 2007, moest er $1.4301 betaald worden voor €1.  En dat is historisch want het is de eerste keer sinds het ontstaan van de Euro dat men zoveel dollarcenten moet betalen voor de Europese munt. 

Enkelen onder u zullen nu zoiets denken als ‘wat maakt het uit?’ Nou, nogal veel. Aardig wat Nederlandse bedrijven verkopen spullen aan Amerikanen, maar die Nederlandse spullen worden steeds duurder. Tegelijkertijd worden bedrijfseigendommen die in Amerikaanse dollars zijn gewaardeerd minder waard – en dat betekent: afschrijvingen!

Maar wat gaan wij daar dan van merken? Op de korte termijn niet zo heel erg veel, maar op de middellange en langere termijn waarschijnlijk wel. Zo zijn er bedrijven wiens beurswaarde geheel of gedeeltelijk wordt weergegeven in dollars. Dat maakt die eigendommen minder waard tijdens de omrekening naar Euro’s. Bovendien zijn er ook bedrijven die grote dollar-reserves hebben op hun bankrekening, en er zijn ook bedrijven die in Amerika spullen verkopen, en dus de daarmee verdiende dollars moeten wisselen in Euro’s zodra het geld van Amerika naar Europa verplaatst wordt.

Nu al zijn er bedrijven die erg last hebben van de lage dollar (ten opzichte van de Euro) omdat zij waardeverlies lijden bij het omwisselen van dollars naar Euro’s, of omdat zij geld (Euro’s) bij moeten storten omdat banken bij wie zij leningen hebben afgesloten op basis van <i>in dollars gewaardeerd onderpand</i>. Met de kredietcrisis van de afgelopen maanden nog vers in het achterhoofd zullen banken mogelijk minder geduld opbrengen en zo spoedig mogelijk boter bij de vis willen indien ze over willen gaan tot herfinanciering.

Dit alles gaat die bedrijven geld kosten, kortom, en dat moet ergens vandaan komen. Dat betekent wellicht minder winst, wat aandeelhouders geen leuk nieuws vinden, en daar gaat dan de waarde van het bedrijf op de aandelenbeurzen: omlaag, omlaag, omlaag. En om dat te beperken zullen bedrijven proberen hun blootstelling aan de dollar-effecten proberen te minimaliseren, door misschien bedrijfsonderdelen in de VS te sluiten, maar wellicht ook hier, in Europa, te gaan snijden in de kosten. Dat geld, nodig om de waardegaten te vullen, moet tenslotte toch ergens vandaan komen.

En dat betekent bezuinigingen, dat betekent mogelijk ontslagen, en dat betekent dus mensen die met veel minder geld minder geneigd zullen zijn uitgaven te doen – wat andere bedrijven weer gaat raken, en zo is de vicieuze cirkel (of eigenlijk: neerwaartse spiraal) rond.

En dan heb ik het nog niet gehad over wat op de internationale valutamarkten een verdere val van de dollar kan betekenen. Want niet alleen moet men steeds meer dollars neertellen om Euro’s te kopen, ook andere valuta worden duurder ten opzichte van de dollar. En dat zou (staats-)banken en bedrijven ertoe kunnen drijven om andere valuta te gaan gebruiken om Euro’s te kopen, waardoor de dollar helemaal in een vrije val komt. Al wat dan nog nodig is, is een Iran of een Saudi-Arabië dat aardolie niet meer in dollars maar voortaan in Euro’s wil aanbieden op de wereldmarkt, en de economische wereldchaos is compleet.

Dus wordt 14:24 Centraal Europese Tijd op 18 oktober 2007 een historisch moment? We zullen moeten zien.