in Featured

De bontkraagjesproblematiek


Dit stuk in NRC Handelsblad is verplichte kost. Er zijn Marokkaanse etterbakken en ronduit criminelen, en de aanpak moet strenger en beter. De scheiding tussen de ‘goeden’ en ‘slechten’ moet duidelijk gemaakt worden.

Maar wat vooral ook moet gebeuren, is dat bestuurders meer vrijheden krijgen om in te grijpen, óók ‘achter de voordeur’, zoals dat heet. Te vaak gebeurt het dat opsporingsinstanties en sociale dienstverleners op de rem moeten gaan staan zodra hun doelwit zich verbergt achter de gesloten voordeur.

De aanpak in bepaalde Amsterdamse stadsdelen bewijst bovendien dat een Wilders helemaal niet nodig is. Wel bewijst het dat iedereen dezelfde aanpak zou moeten nastreven, en niet terugvallen in ontkenning.

Er zijn in sommige gevallen goede redenen te bedenken waarom sommige bontkraagjes doen wat ze doen. Gevoel van uitsluiting, zwakke ouders (of juist ouders die er te snel op los rammen), slechte voorbeelden (oudere broer in de criminaliteit), etcetera etcetera. Maar dat betekent nog niet dat je mag toestaan dat die bontkraagjes in crimineel gedrag vervallen. Want het is precies wat het is: crimineel. Wetsovertredend. En daar hebben we in Nederland hele goede afspraken voor: wie de wet overtreedt, wordt aangepakt.

  1. “Maar wat vooral ook moet gebeuren, is dat bestuurders meer vrijheden krijgen om in te grijpen, óók ‘achter de voordeur’, zoals dat heet.”

    Niet, nooit achter de voordeur. Om een vis te vangen leg je niet een heel meer droog.
    Dat bestuurders vlugger moeten kunnen ingrijpen is iets dat wél moet gebeuren, maar dan natuurlijk kunnen ingrijpen over de hele linie, niet alleen bontkraagjes.

Reacties niet toegestaan.