in Analyses

Een derde weg naar Brussel

Europarlement

De gevestigde partijen zullen alle zeilen moeten bijzetten om te voorkomen dat Wilders en de zijnen de Europese verkiezingen tot een referendum over Europa kunnen maken.

“Laten we van de 22e mei een referendum maken over het EU-lidmaatschap. Laten we het aangrijpen om een aardbeving te veroorzaken in de politiek van Westminster. Laten we collectief opstaan en zeggen: wij willen ons land terug!”
– Nigel Farage, leider UK Independence Party, september 2013

Ziedaar de kern van het soort campagne die Farage en zijn companen Geert Wilders van de PVV, Marine le Pen van het Front National, en alle andere anti-Europese partijen zullen gaan voeren. Een referendum, met een heel simpele keuze: stem je op ons, dan zeg je ‘nee!’ tegen de Europese Unie.

Nederland heeft ervaring met referenda over Europa. Het in 2005 gehouden referendum over wat de Europese Grondwet was gaan heten werd massaal aangegrepen om een stevig ‘njet’ te laten horen.

Tegenpolen trekken aan
In een verkiezing met een lage opkomst wint de partij die zo veel mogelijk van de eigen kiezers naar de stembus weet te krijgen. Dat is anders dan bij een verkiezing waarbij veel zwevende, nog te overtuigen kiezers opkomen.

Bij de vorige Europese verkiezingen was de opkomst ook laag en toen scoorden D66 en de PVV goed; zij waren elkaars tegenpolen.

In een klassieke referendum-verkiezing hebben de voor- en tegenstanders van een bestaande situatie het relatief gemakkelijk. Veel fantasie en energie heb je niet nodig om een paar campagneboodschappen te bedenken: de een roept hartstochtelijk ‘tegen!’, en de ander reageert daar even hartstochtelijk op met een ‘voor!’ En vice versa.

Keuze-verkiezing
Lastiger wordt het voor de partijen die niet uitgesproken pro-Europa zijn als D66 en niet zo anti-Europa als de PVV. Deze meer gematigde partijen zijn erop gebrand dat het uiteindelijk een verandering-verkiezing wordt. Lidmaatschap van de Europese Unie is in die situatie een gegeven en de nadruk ligt veel meer op de (her-)inrichting van Europa, het anders aanwenden van de EU.

Bewegingen in die richting zijn bij de diverse partijen duidelijk waar te nemen. Op links willen met name de PvdA en Groenlinks bestaande structuren in Europa veranderen en de EU op een sociale manier hervormen. Heel kernachtig samengevat redeneert men dat de EU een kille geldmachine is geworden die niet opereert in het belang van de Europese burger, maar slechts in het belang van (grote) bedrijven.

Daarmee bewandelen zij een soort ‘derde weg’: niet anti-Europa, niet zomaar pro-Europa, maar voor een ander Europa. Een alternatief Europa.

Dat is anders dan bij de SP en gematigd rechts, de VVD en het CDA. Daar ligt de nadruk toch op het terughalen van bevoegdheden uit Brussel. Een anti-Europa light. Vooral de VVD vindt dat de EU zich puur moet richten op handel en de versterking van de economie.

Opkomst, opkomst, opkomst
De verandering-verkiezing (change election) en de referendum-verkiezing zijn doorgaans twee erg verschillende beestjes die gedijen in eigen habitats waar een paar ijzeren natuurwetten gelden — en dus heel verschillende campagnes vereisen. Maar in het geval van de Europese verkiezingen is de lage opkomst een pluspunt voor zij die een verandering-verkiezing nastreven.

De partijen die gegeven zo’n lage opkomst tóch slagen in het optrommelen van de eigen kiezers maken goede kans op een sterke uitslag. Dat vereist een stevig en overtuigend eigen verhaal dat los staat van het verbale geweld van Wilders. Aangezien er nauwelijks kiezers overlopen van links naar rechts (Wilders), zijn het vooral de partijen op rechts die gaan verliezen aan de PVV.

Alle kans dus voor partijen als de PvdA en Groenlinks om linkse kiezers aan zich te binden zonder dat die zich gedwongen voelen mee te gaan in het referendum-frame en met lange tanden te gaan stemmen op D66.