in Analyses, Meningen, Voorpagina

Een stabiel kabinet is vereist – maar welk?

Direct na het uiteen spatten van de formatie van het minderheidskabinet van VVD en CDA, riepen diverse commentatoren, journalisten en politici (Cohen, Halsema) dat er vooral een stabiel kabinet moet komen. Dat levert tegelijk de vraag op: welk kabinet is het meest stabiel?

Eerst een definitiekwestie. Onder ‘stabiel’ wordt in Haagse termen niet alleen verstaan dat het een kabinet moet zijn dat kan rekenen op een ruime meerderheid van zetels, maar ook dat het een kabinet moet zijn dat niet snel verzandt in politieke strijd. Een stabiele regering is ook qua verdeling van ministersposten als het even kan evenredig verdeeld over de deelnemende partijen. Daarnaast bestaat een stabiele regering uit zo weinig mogelijk partijen, omdat dit het afwegen van elkaars belangen makkelijker maakt voor de primus inter pares, ofwel de premier.

Die bemiddelt eigenlijk constant tussen de partijen, al is daar met name onder Kok en Balkenende de klad in gekomen: de premiers hebben tegenwoordig een meer leidinggevende rol. Maar goed, die stabiele kabinetten: welke zijn dat? Welke opties heeft de Majesteit?

3. PaarsPlus (VVD/PvdA/D66/Groenlinks)
Stabiel omdat het kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer (81 zetels), en partijen telt waarvan de meesten ruime ervaring hebben qua regeren. Bovendien verenigt dit kabinet zowel linkse als rechtse partijen, waardoor bezuinigingen en hervormingen een breed draagvlak zullen hebben.

Tegelijkertijd is de VVD de enige rechtse partij in zo’n coalitie en binnen de VVD bestaat er veel weerstand tegen. De VVD-bewindslieden en -fractie zullen vanaf dag één de neiging hebben om zich rechts te profileren om zich de concurrentie van de PVV en het CDA van het lijf te houden. Dat kan binnen de coalitie voor wrijvingen zorgen met vooral de PvdA. Daardoor is dit kabinet minder stabiel dan wordt aangenomen.

2. Middenkabinet (VVD/PvdA/CDA)
Deze variant telt 82 zetels in de Tweede Kamer en is dus behoorlijk stabiel te noemen. De drie partijen vertegenwoordigen de centrumlinkse, christendemocratische en centrumrechtse stromingen in Nederland, en kunnen daarom rekenen op een redelijk groot draagvlak, zeker vanwege de compromissen op de hervormingen en bezuinigingen om de staatsfinanciën op orde te krijgen.

Maar het is óók een kabinet waarin niet de VVD, maar een andere partij zich ongemakkelijk in voelt: de PvdA. Die partij nam uit strategische overwegingen tijdens de verkiezingen stevig positie in tegen de hervormingsdrang van Mark Rutte en zijn VVD. De laatste vindt qua hervormingen op sociaal-economisch terrein het CDA aan zijn zijde. De PvdA heeft slechte herinneringen aan de boosheid in de eigen achterban toen het in 2006 in een regering stapte met het CDA en de Christenunie. De partij zal verraad aan de linkse idealen verweten worden, zeker als er teveel compromissen gesloten moeten worden. De PvdA zal daarom, net als de VVD in een Paarsplus-setting, snel de neiging vertonen om zich te profileren. Dat zal tot wrijvingen met de coalitiepartners leiden en dat maakt dit kabinet minder stabiel.

1. Nationaal kabinet (VVD/CDA/PvdA/Groenlinks/D66)
Een ‘superkabinet’ dat kan rekenen op een enorme meerderheid in de Tweede Kamer (102 zetels), waarvan de meeste deelnemende partijen ruime ruime regeerervaring hebben. Ik noem dit een nationaal kabinet, omdat zo’n coalitie niet alleen bestaat uit de middenpartijen CDA, VVD en PvdA – waarmee de centrumlinkse en -rechtse stromingen in Nederland vertegenwoordigd zijn – maar daar  nog twee middenpartijen aan toevoegt, te weten Groenlinks en D66.

Qua zetelaantallen zit het dus wel goed met de stabiliteit en de rechtse VVD noch de linkse PvdA hoeven zich eenzaam te voelen: Mark Rutte wil vooral op sociaal-economisch terrein snoeien en hervormen en daarin vindt hij in zo’n kabinet het CDA en D66 aan zijn zijde. Zelfs Groenlinks is het op bepaalde punten (tot op zekere hoogte) met de VVD eens waar het gaat om hervormingen in de sociale zekerheid. Tegelijkertijd vormt Groenlinks een licht remmende factor op die Sturm und drang en dat vindt de PvdA uiterst prettig.

Het aardige aan dit kabinet is dat Groenlinks en D66 in zo’n combinatie de ‘centrale as’ zullen zijn, de partijen die het bindmiddel vormen en als bemiddelaar optreden tussen de VVD en het CDA enerzijds, en de PvdA anderzijds. Dit verzacht de omstandigheid dat de premier tussen vijf partijen moet bemiddelen.

Daarnaast biedt zo’n nationaal kabinet binnen én buiten het parlement het grootste draagvlak voor moeilijke maar soms noodzakelijke hervormingen.

  1. Optie 3 is wellicht geen verkeerd kabinet, maar kent 1 heel groot risico, namelijk dat er praktisch geen oppositie tegen mogelijk is. Alleen op de uiterste flanken (SP/PVV/SGP). Zelfgenoegzaamheid, overmoed en het onderling verdelen van postjes ligt op de loer. Dat heeft Paars2 ook de kop gekost en was de voedingsbodem van Fortuyn. Niet doen dus…

  2. Ironisch genoeg lijkt de minderheidsvariant CDA-VVD toch nog het meest stabiel. Kan, gegeven het voorwerk, rekenen op steun van minstens 18 CDA’ers en vermoedelijk behoorlijk wat PVV’ers. Wellicht kan een iets afgezwakte versie van dit ‘Rechtse vingerlikkende akkoord’ nog wel de extra benodigde zieltjes winnen.

  3. Mij is de concurrentie van het CDA en de PVV in deze niet duidelijk.

Reacties niet toegestaan.