in Reisverhalen, Voorpagina

Eindelijk Iguazu

Na een rit van 16 uur in een luxe slaapbus zijn we aangekomen bij de mooiste en grootste watervallen ter wereld: Iguazú.

De watervallen reduceren ´grote jongens´ als de Niagara watervallen tot spielerei.  Lange neus naar de Yanquis, dus.

Snel een korte update tot nu toe. We waren van Cachi met de auto terug gegaan naar Salta, en die rit viel wonder boven wonder erg mee, vergeleken met de dollemansrit van 5 uur die de helse Cafayate-Cachi route was.

Maar wél weer veel leuke hoge slingerweggetjes, ook in de rit die we een dag later deden van Salta naar Huamaca, wat noordelijker ligt. Daar hebben we de Bergen van Zeven Kleuren bekeken, oud en jong gebergte dat door elkaar heen loopt. Groenig gesteente betekent een berg van zo´n 450 miljoen jaar oud, een roodgele berg is een jonkie van slechts 67 miljoen jaar.

Toch grappig om even te laten bezinken, zulke getallen. Die bergen hebben ons, de mens, zien komen en tot nu toe zijn we niets meer dan een klein vlekje op hun geschiedenisradar. En ze zullen ons ongetwijfeld ook weer zien gaan. Dat stemt eens te meer tot begripvolle nederigheid. Met een zucht, dat dan weer wel.

Hoe dan ook, weer een mooie autorit, met superfoto´s van adelaar-achtige roofvogels, en ik beschouw mijzelf nu echt als een Volleerd Bergrijder. Vergeleken met wat ik hier gereden heb, zijn de Vogezen bij de familie van Marie een peuleschil.

Terug naar Salta gereden, waar we verbleven in het prima hotel Antiguo de Convento. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Salta ons niet veel te bieden had. Het is een grote stad, zonder meer, maar mist authenticiteit. Dat geldt overigens voor veel Argentijnse steden en dorpen, en is niet zo raar voor een gekoloniseerd land. Wel is het jammer dat de weinige oude gebouwen (kerkjes e.d.) die er ooit waren, vernietigd werden door aardbevingen.

Vanuit Salta het vliegtuig naar Buenos Aires gepakt. Daar in de ´hippe en trendy´ wijk Palermo Viejo lekker gegeten op het terrasje van Caldén de Soho en daarna in een park gehangen met de bagage, wachtend op de vertrektijd van de bus naar Iguazú.

Daar reden we naartoe in een zogenaamde ´cama suite bus´, een luxe slaapbus. De Argentijnen namen ooit de onzalige beslissing om de meeste treinverbindingen in het land op te heffen – hoe spel je ´autolobby´ ook weer? – en dus gebeurt alles in Argentinië per vliegtuig of per bus.

Vliegen is duur en dus is de bus ultrapopulair, en dat hebben we gemerkt. Het is een complete industrie. De hele dag door zie je van de überdrukke Retiro busterminal niets anders dan vertrekkende en aankomende bussen. Wij besloten een slaapbus te nemen in plaats van een vliegtuig omdat vliegen naar Iguazú echt schrééuwend duur is.

En dat is best te doen, zo´n slaapbus. Helemaal als je oordoppen bij je hebt. We hebben af en aan enkele uren achter elkaar geslapen. Beter dan niets, en in het hotel hier in Puerto Iguazú hebben we een korte siësta ingelast. Daarna wat gezwommen en gehangen bij het zwembad van het hotel toen de zon eindelijk door het wolkendek heenbrak.

We zitten namelijk náást het regenwoud en je snapt meteen waarom een dik bos hier zo heet. Het is bijna altijd bewolkt en het regent vaak. Dat levert een vochtigheidsgraad van zo´n 90 procent op. Reken daar even 30 graden Celsius bij en je zweet je de pleuris met iedere stap die je zet.

Dus dat wordt lachen morgen, als we de Iguazú cataratas (watervallen) gaan bezoeken. De grootste en mooiste is ´El Garganto del Diablo´, de ´keel van de duivel´, en meneer is héél breed en 90 meter diep. Kortom: dat overleef je niet als je erin springt. We gaan de watervallen van zowel de Argentijnse zijde (Puerto Iguazú) als de Braziliaanse zijde (Foz de Iguacu) bekijken. Dus dan zijn we ook even in Brazilië geweest!

Overigens een kleine troost voor diegenen die nu zitten te janken boven een pan snert: het regent, en niet zo´n klein beetje ook. Als je in de echte tropen zit, regent het niet maar giet het, en dat soms uren aan één stuk door.

Buenos noches!