in Analyses, Voorpagina

Geenpeil legt extra druk op politiek

Als straks blijkt dat Geenpeil genoeg ondertekenaars heeft om een raadgevend referendum af te dwingen, komt er extra druk te liggen op politiek Den Haag. De jongens en meisjes van Geenstijl zouden niets liever zien dan dat de meerderheid in de Tweede Kamer de uitslag van het referendum naast zich neerlegt. Dan knalt pas écht de kurk van de champagne in Amsterdam-Noord.

Politici zijn bedriegers, graaiers en anti-democraten. Allemaal. Daar zijn de schrijvers van Geenstijl van overtuigd geraakt en ze menen dit vrijwel iedere dag te bewijzen met stukjes op de website. Onderneemt een politicus iets, dan moet daar wel iets van een persoonlijk belang achter zitten. Het vertrouwen in de overheid en in de politiek bevindt zich op de Geenstijl-burelen niet op het nulpunt, maar in de diepste regionen van het vriesvak, naast de vodka.

Nu zíjn er ook genoeg politici die vooral het eigenbelang nastreven en dus de nodige munitie leveren. Feit is dat een Geenstijl nooit zo populair zou zijn geweest met het afbranden van politici als zij allen brandschoon waren geweest. Een frame plakt immers pas als er een flinter waarheid in zit.

Dezer dagen organiseert Geenstijl samen met onder andere Thierry Baudet van het Burgerforum-EU het Geenpeil-referendum. Op papier draait dat over het aan de kiezer voorleggen van een besluit over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne, maar het gaat natuurlijk over iets heel anders: de frustratie van burgers die zich niet gehoord voelen, die vinden dat de politiek in Den Haag in een Brussels complot over hun hoofd heen beslissingen neemt. Burgers die een luid en duidelijk ‘NEE!’ willen laten horen. Het Geenpeil-referendum biedt hen een megafoon.

Je hoeft op Twitter en op Facebook maar even de dobber uit te gooien met Geenpeil-aas eraan om te zien wat voor mensen zich vanaf het begin opwerpen als hartgrondige supporters van het referendum-idee. Veel PVV-vlaggen, veel Nederlandse driekleuren en prinsenvlaggen, veel meeuwen, veel teksten in de profielen die gaan over graaiers, foute politici, moslims. Wie vraagtekens zet bij Geenpeil wordt al snel uitgemaakt voor ‘elite’, ‘graaier’, ‘dhimmi’, ‘landverrader’ en wat dies meer zij.

Vooral PvdA’ers, D66’ers en Groenlinksers moeten het daarbij vaak ontgelden. Ironisch is dat juist deze drie partijen het raadgevend referendum mogelijk maakten, met steun van PVV, SP, 50Plus en de Onafhankelijke Senaatsfractie. (Tegen: VVD, CDA, Christenunie en SGP.)

Een flink deel van deze groep zeer boze mensen steunt nu Geert Wilders en in het verleden waarschijnlijk Pim Fortuyn, en was daarvoor grotendeels politiek apathisch; men deed niet mee aan politieke processen, want dat had toch geen zin, dacht men. De hoge heren in Den Haag beslissen alles toch wel. Bovenstaande opiniëer ik niet, dit blijkt uit stapels aan kiezersonderzoeken die door diverse bureau’s, universiteiten en andere onderzoeksinstellingen sinds de Fortuyn-revolte gepubliceerd zijn. Al die woede en frustraties worden dit keer gekanaliseerd in het Geenpeil-fenomeen.

Bij deze groep bozen voegen zich nu ook mensen die het misschien inhoudelijk niet eens zijn met wat Geenpeil op papier beoogt — een volksplescibiet over het associatieverdrag met Oekraïne — en die minder reden hebben om hard ‘NEE!’ te willen roepen tegen het establishment, maar die het wel eens zijn met het algemenere ideaal van de volksraadpleging als democratisch instrument.

Nu is Geenstijl geen liefdadigheidsinstelling. Ja, op de redactieburelen leven zeker politieke overtuigingen maar zoals het bedrijf zelf altijd eerlijk zegt, de schoorsteen moet ook gewoon roken. Dus dat de belangstelling voor Geenpeil ook resulteert in hogere bezoekcijfers voor de site is meer dan mooi meegenomen.

Maar even terug naar die politieke overtuigingen. De druk op de politiek is om een andere reden dubbel zo hoog, als straks blijkt dat Geenpeil die 300.000 vereiste handtekeningen voor een raadgevend referendum heeft gehaald. Ik kan mij niet onttrekken aan de indruk dat bij Geenstijl de overtuiging leeft dat de hoge heren in Den Haag straks, als een meerderheid in het referendum tegen het associatieverdrag stemt, zullen proberen een reden te vinden de uitslag naast zich neer te leggen. Zoals (als dat gebeurt) wijzen op het feit dat de opkomst tijdens het referendum lager was dan 30%, of het om een procedurele reden negeren.

Pas dan gaat bij Geenstijl echt de vlag uit en gaan de kurken tegen het plafond. Want dan hebben ze daar gelijk gekregen: zie je wel, de politiek kan het inderdaad geen bal schelen wat het plebs wil, we hebben het altijd al gezegd. Dan zijn Geenstijl en Thierry Baudet de nieuwe vaandeldragers vooraan het legioen van bozen. Maar het vooral het bewijzen van die overtuiging is een belangrijk punt, om niet te zeggen: waarschijnlijk een motivatie.

Geenstijl zal ook blij zijn want ze hebben meer bezoekers en zes maanden stof voor artikelen, en Thierry Baudet kan weer vaker liggend op muziekinstrumenten gefotografeerd worden.

Maar intussen heeft Den Haag dan wel een groot probleem: dat gelijk is bevestigd. Het vertrouwen in de politiek heeft nóg een steviger deuk opgelopen en er is alle kans dat een nieuwe groep ontevredenen opstaat: zij die het principe van het raadgevend referendum een warm hart toedragen en dat de wiegendood zien sterven.

‘Den Haag’ heeft met het Geenpeil-referendum de kans het wantrouwen en het cynisme te logenstraffen. Niet alleen moet het referendum doorgang vinden, er moet ook iets met de uitslag gedaan worden. Daar zit ‘m natuurlijk wel de kneep: hóe invulling gegeven wordt aan zo’n uitslag is aan de politieke partijen. Dat wordt de volgende battle. Maar dat er serieus omgegaan moet worden met de uitslag staat als een paal boven water.


 

Onbelangrijke persoonlijke noot:
Iedereen die iets zegt of schrijft over Geenpeil krijgt meteen de vraag of hij nu wel of niet gaat tekenen. Ik zal dat niet doen. Ja, ik ben voor het raadgevend referendum als democratisch instrument maar daarvoor hoef ik niks meer te doen: het bestáát namelijk al. Het is mogelijk gemaakt door dezelfde hoge heren in Den Haag waar dagelijks op gekotst wordt. Ik ben geen lid van het legioen der bozen en ik heb geen zin om mij te voegen bij een groep mensen die door bizar wokkeldenken het bestaan van moslims associeert met de uitbreiding van de Europese Unie, prinsenvlaggen en Volkert van der Graaf. Ik voel mij niet genegeerd en ik voel ook geen onmacht. Daarnaast wens ik niet mee te werken aan de campagne van een website die van politics of personal destruction een  businessmodel heeft gemaakt. Personal destruction voor eigen gewin is in mijn ogen de zwartste kant van de politiek. Als ik daar al weiger aan mee te doen, zou ik niet weten waarom ik de campagne zou moeten steunen van een bedrijf dat het heeft vercommercialiseerd. The medium is the message. Dus nee.