Groenlinks 2.0: de glorie of de chaos

Er is een geboorte gaande van het kindeke Groenlinks 2.0. De bevalling is pijnlijk en riskant; er is een kans dat moeder Jolande Sap het niet overleeft. Vroedvrouw Femke Halsema bast persbevelen,  de Tweede Kamer-fractie moedigt met spandoeken aan en de camera’s registreren de verbijstering die te lezen valt op de gezichten van de partijleden die rond het bed staan.

Buiten de kraamkamer staan partijvoorzitter Henk Nijhof, Bram van Oijk en de strategen Thof Thissen en Tom van der Lee nerveus te roken. Wie van hen nou precies de vader is, is niet bekend; ze worden er allemaal van verdacht. Bij de deur van de wachtkamer staat kamerlid Ineke van Gent verwoed op haar Blackberry te rammen.

Dit moet het moment worden: nu moet Groenlinks 2.0 de plaats in gaan nemen van de gemankeerde voorganger, die volgens Halsema & co te vastgeplakt zat aan een groen en links stigma. Er bleek een onbestemd plafond te zijn dat de ambities van de partij onder de 12 Kamerzetels hield. Halsema, Kees Van Oijk, Van der Lee en nog een paar mensen beseften dat het plafond een creatie van de partij zelf was, een ontwerpfout uit de tijd dat Groenlinks tot stand kwam door een fusie van diverse partijen. De groene en linkse coltrui bleek een verstikkend harnas te zijn geworden.

In Haagse kringen was de observatie al langer dat politiek leider Halsema als persoon veel stemmen trok, maar dat kiezers zich nog te vaak lieten weerhouden van een stem op haar door het label ‘Groenlinks’ dat op haar voorhoofd stond. Dat moest doorbroken, maar hoe?

Er kwam beweging. Strategische stukken – ‘Vrijheid Eerlijk Delen’, ‘De Markt’, ‘De Tijd Ver Vooruit’, ‘Scoren in de linker bovenhoek’ – vloeiden uit de pennen van Snels (voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau en nu strateeg voor de Kamerfractie), Halsema en Van Gent, en Van Ojik. Het Strategisch Beraad – een apart gremium dat volgens kritische Groenlinks-leden vooral een kongsi is van ‘Halsema-adepten’ – gaf handen en voeten aan de strategische stukken, wat zich uitte in ‘Project 2008’, dat zich moest buigen over nieuwe partijbeginselen, de strategie en de organisatie van de partij.

De koersverandering werd top-down ingezet, want de partijtop wist dat ze lang kon wachten op een eenduidige grass roots-beweging vanuit de leden in een partij die uit meerdere bloedgroepen is ontstaan. En dan was er nog het gevaar dat de oud-linkse factie zich zou gaan roeren. Deze groep mag dan relatief klein zijn en gemarginaliseerd worden door de Groenlinks-nomenklatura, zij is wel vocaal.

In commissies, geïnitieerd door het partijbestuur en voorgezeten door Van Ojik, kwamen de mensen van Project 2008 meerdere malen bijeen. De partijraad, een kritisch, adviserend orgaan van Groenlinks-leden, werd daarbij bij voorkeur buiten schot gehouden. (Diezelfde partijraad adviseerde onlangs als één man de Tweede Kamer-fractie tegen de toen voorliggende missie in Kunduz te stemmen.)

Gestuurd werd op een meer vrijzinnig-liberale koers met een stevige sociaal-progressieve component, dat zich praktisch gezien uitte in een variant op de Scandinavische inrichting van de verzorgingsstaat.

Die keuze was deels ook pragmatisch. Het wetenschappelijke stuk ‘Scoren in de linker bovenhoek’ wees uit dat Groenlinks in het politieke spectrum een plek bezette waar nog maar weinig kiezerspotentieel te halen viel. Er moest immers geconcurreerd worden met de PvdA en – iets meer verder naar links – de SP. Nu heeft het CDA een ruk naar rechts gemaakt, D66 schuift weer meer naar het midden, en dat levert electorale ruimte op voor Groenlinks om in te nemen.

Maar niet alleen voor de kiezers moest Groenlinks zich loszingen van oude stigma’s en dogma’s, ook voor de collega’s in de Tweede Kamer moet Groenlinks salonfähig worden. Men keek met enige jaloezie naar de ontwikkelingen bij de Duitse zusterpartij, Bundnis/DieGrünen, die het ook over een hervormende boeg gooiden en die niet terugschrokken om in deelstaten de samenwerking met de christendemocratische CDU aan te gaan.

Zelfs op nationaal niveau flirten de Groenen in Berlijn tegenwoordig met het CDU, men voelt zich niet langer gebonden aan de SPD. Ook kiezers zien dat zo, waardoor de Grünen nu langzaam een acceptabel alternatief zijn voor gematigde, om het milieu bezorgde christendemocratische kiezers.

De Duitse Groenen zijn hard bezig om voor jaren de derde (en misschien wel tweede) partij van Duitsland te worden, een positie die Groenlinks in Nederland ook ambieert. Maar dan moet de partij ook acceptabel zijn voor bijvoorbeeld Mark Rutte en Maxime Verhagen.

In dat licht moet toch ook de worsteling van Groenlinks gezien worden met betrekking tot de politiemissie in Kunduz. Groenlinks wil een verantwoordelijke partij zijn waarmee zaken gedaan kan worden. De schroom van CDA en VVD om met Groenlinks samen te werken moet worden weggenomen en de automatische negatieve reflex onder de achterbannen van die partijen geminimaliseerd, ook al om voor bijvoorbeeld linkse VVD’ers en CDA’ers zelfs aantrekkelijk te worden als alternatief.

Toekomst afdwingen
Femke Halsema positioneerde Groenlinks de afgelopen jaren aldus: “Groenlinks is geen machtspartij op zoek naar idealen, maar een idealenpartij op zoek naar macht”. In die ambitie vinden alle bloedgroepen binnen Groenlinks zich. Die toorts heeft Jolande Sap nu overgenomen. Het was niet voor niets dat Sap in haar emotionele toespraak tijdens het debat over de missie naar Kunduz zo vaak refereerde aan de idealen van de partij.

Maar het zou kunnen dat Sap en haar medestanders met de Kunduz-missie nu een stap te ver gegaan zijn in hun streven het onbestemde plafond te doorbreken en de partij te hervormen. Je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken, zei Lenin ooit. Natuurlijk, maar je kan ook teveel eieren breken; je kunt je afvragen of Sap, Nijhof, Van Ojik en de rest dat in hun sturm und drang beseft hebben.

Mocht dat niet zo zijn, dan zullen de woedende Groenlinks-leden hen dat besef tussen nu en 5 februari graag bijbrengen.

Als Sap levend de spreekwoordelijke kraamkamer wil verlaten als de moeder van Groenlinks 2.0, en er zelfs sterker dan ooit uit wil komen, dan zal ze de discussie over haar rol in de kwestie-Kunduz om moeten buigen in een referendum over haar positie in relatie tot de koers van de partij. Ze moet pal gaan staan voor de partijvernieuwing en zich daaraan verbinden, de fractie en het partijbestuur moeten dat steunen, een vlucht naar voren doen en de leden dwingen tot een  keuze, tot het afgeven van een luid, duidelijk en breed gedragen mandaat.

Dan zullen de leden moeten bepalen of ze bereid zijn het kind met het badwater weg te gooien.

(Beeld: Roel Wijnants / Creative Commons)

Buiten de kraamkamer staan partijvoorzitter Henk Nijhof, Bram van Oijk en de strategen Thof Thissen en Tom van der Lee nerveus te roken. Wie van hen nou precies de vader is, is niet bekend. Bij de deur van de wachtkamer staat kamerlid Ineke van Gent verwoed op haar Blackberry te rammen.

Dit moet het moment worden: nu moet Groenlinks 2.0 de plaats in gaan nemen van de voorganger, die volgens Halsema & co te vastgeplakt zat aan een groen en links stigma. Er bleek een onbestemd plafond te zijn dat de ambities van de partij onder de 12 Kamerzetels hield. Halsema, Kees Van Oijk, Van der Lee en nog een paar mensen beseften dat het plafond een creatie van de partij zelf was, een ontwerpfout uit de tijd dat Groenlinks tot stand kwam door een fusie van diverse partijen. De groene en linkse coltrui bleek een verstikkend harnas te zijn geworden.

In Haagse kringen was de observatie al lang dat politiek leider Halsema als persoon veel stemmen trok, maar dat kiezers zich nog te vaak lieten weerhouden van een stem op haar door het label ‘Groenlinks’ dat op haar voorhoofd stond. Dat moest doorbroken, maar hoe?

Er kwam beweging. Strategische stukken – ‘Vrijheid Eerlijk Delen’, ‘De Markt’, ‘De Tijd Ver Vooruit’, ‘Scoren in de linker bovenhoek’ – vloeiden uit de pennen van Snels (voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau en nu strateeg voor de Kamerfractie), Halsema en Van Gent, en Van Ojik. Het Strategisch Beraad – een apart gremium dat volgens kritische Groenlinks-leden vooral een kongsi is van ‘Halsema-adepten’ – gaf handen en voeten aan de strategische stukken, wat zich uitte in ‘Project 2008’, dat zich moest buigen over nieuwe partijbeginselen, de strategie en de organisatie van de partij.

De koersverandering werd top-down ingezet, want de partijtop wist dat ze lang kon wachten op een eenduidige grass roots-beweging vanuit de leden. En dan was er nog het gevaar dat de oud-linkse factie zich zou gaan roeren. Deze groep mag dan relatief klein zijn en gemarginaliseerd door de Groenlinks-nomenklatura, zij is wel vocaal.

In commissies, geïnitieerd door het partijbestuur en voorgezeten door Van Ojik, kwamen de mensen van Project 2008 meerdere malen bijeen. De partijraad, een kritisch, adviserend orgaan van Groenlinks-leden, werd daarbij bij voorkeur buiten schot gehouden. (Diezelfde partijraad adviseerde onlangs als één man de Tweede Kamer-fractie tégen de missie in Kunduz te stemmen.)

Gestuurd werd op een meer vrijzinnig-liberale koers met een stevige sociaal-progressieve component, dat zich praktisch gezien uitte in een variant op de Scandinavische inrichting van de verzorgingsstaat.

Die keuze was deels ook pragmatisch. Het wetenschappelijke stuk ‘Scoren in de linker bovenhoek’ wees uit dat Groenlinks in het politieke spectrum een plek bezette waar nog maar weinig kiezerspotentieel te halen viel. Er moest immers geconcurreerd worden met de PvdA en – iets meer verderop – de SP.

Maar niet alleen voor de kiezers moest Groenlinks zich loszingen van oude stigma’s en dogma’s, ook voor de collega’s in de Tweede Kamer moest Groenlinks salonfähig worden. Men keek met enige jaloezie naar de ontwikkelingen bij de Duitse zusterpartij, Bundnis/DieGrünen, die het ook over een hervormende boeg gooiden en die niet terugschrokken om in deelstaten de samenwerking met de christendemocratische CDU aan te gaan.

Zelfs op nationaal niveau flirten de Groenen in Berlijn tegenwoordig met het CDU, men voelt zich niet langer gebonden aan de SPD. Ook kiezers zien dat zo, waardoor de Grünen nu langzaam een acceptabel alternatief zijn voor gematigde, om het milieu bezorgde christendemocratische kiezers.

De Duitse Groenen zijn hard bezig om nu echt de derde partij van Duitsland te worden, een positie die Groenlinks in Nederland ook ambieert. Maar dan moet de partij ook acceptabel zijn voor bijvoorbeeld Mark Rutte en Maxime Verhagen.

In dat licht moet toch ook de worsteling van Groenlinks gezien worden met betrekking tot de politiemissie in Kunduz. Groenlinks wil een verantwoordelijke partij zijn waarmee zaken gedaan kunnen worden. De schroom van CDA en VVD om met Groenlinks samen te werken moet worden weggenomen, de automatische negatieve reactie onder de achterbannen van die partijenop het merk ‘Groenlinks’ geminimaliseerd.

Femke Halsema positioneerde Groenlinks de afgelopen jaren aldus: “Groenlinks is geen machtspartij op zoek naar idealen, maar een idealenpartij op zoek naar macht”. Dáárin vinden alle bloedgroepen binnen Groenlinks zich. Die toorts heeft Jolande Sap nu overgenomen. Het was niet voor niets dat Sap in haar emotionele toespraak tijdens het debat over de missie naar Kunduz zo vaak refereerde aan de idealen van de partij.

Maar het zou kunnen dat Sap en haar medestanders met de Kunduz-missie nu één stap te ver gegaan zijn in hun streven het onbestemde plafond te doorbreken en de partij te hervormen. Je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken, zei Lenin ooit. Natuurlijk, maar je kan ook teveel eieren breken; je kunt je afvragen of Sap, Nijhof, Van Ojik en de rest dat in hun Sturm und drang beseft hebben.

Mocht dat niet zo zijn, dan zullen de woedende Groenlinks-leden hen dat besef tussen nu en 5 februari graag bijbrengen. Als Sap levend de spreekwoordelijke kraamkamer wil verlaten als de moeder van Groenlinks 2.0, dan is het raadzaam de discussie over haar rol in de kwestie-Kunduz meteen maar om te buigen in een referendum over haar positie in relatie tot de koers van de partij. Ze heeft de boel nu toch al op scherp gezet, dus nu kunnen zij en de haren maar beter doorpakken en kijken of de leden bereid zijn het kind met het badwater weg te gooien.

6 gedachten over “Groenlinks 2.0: de glorie of de chaos”

  1. Plafond van GroenLinks op 12? Ooit bezaten de drie voorgangers samen 16 zetels. Waar is het misgegaan?

  2. Er gebeurt ontegenzeggelijk iets wezenlijks met GroenLinks dezer dagen. Getuigenispolitiek wordt nu écht afgelegd, politiek risico wordt nu écht genomen.
    Toch klopt het niet. Het is niet genoeg te verwijzen naar het verkiezingsprogramma of de motie van vorig jaar. Ook als de regering zegt (zégt) aan al je voorwaarden te zullen voldoen moet je politiek blijven denken: wat is het effect van een vóórstem? Wat legitimeer ik hiermee? Wie legitimeer ik hiermee? Is er een serieuze kans dat een civiele politiemissie onder de gegeven omstandigheden in Afghanistan kan slagen?
    Kort samengevat komt het er mijns inziens op neer dat de fractie zich teveel heeft laten leiden door de logica van Den Haag en te weinig door die van Afghanistan.

  3.  Op uw site kom ik mijn foto tegen vanJolande Sap
    De wet het erkent het recht op naamsvermelding: artikel 25 Auteurswet
    De eenvoudigste manier om naamsvermelding te doen is een tekstuele vermelding onder of naast de foto.
    Linken is overigens ook niet genoeg als naamsvermelding.
     Een naamsvermelding moet zichtbaar zijn op de plek waar de foto staat.
    De wet eist niet alleen dat je de bron noemt maar ook expliciet de naam.
    Roel Wijnants Fotografie

  4. Dag Roel,

    Je hebt helemaal gelijk. Je attributie was weggevallen. Ik ben een tijd geleden overgestapt naar een andere template met als vervelend gevolg dat overal de onderschriften direct onder de foto’s zijn weggevallen. Ik dacht nu overal waar het nodig was de attributies weer te hebben hersteld, alleen hier dus nog niet. Het is nu aangepast.

    Vriendelijke groet,
    Kaj Leers

Reacties zijn gesloten.