Het Debat: wie zet de toon?

In 2003 riep Frits Wester de kersverse PvdA-leider Wouter Bos uit tot winnaar van het eerste grote TV-debat. Hij won daarna de 20 zetels terug die de PvdA was verloren. Het bewees dat een debat  alles kan veranderen. Dat heeft vooral te maken met wie de toon zet. Een rake opmerking (“U draait, en u bent niet eerlijk”, of “Noem eens drie dingen die u gedaan heeft om de topinkomens aan te pakken?”) kan een hele verkiezingscampagne in één bepalend, allesoverheersend kader zetten. Deze campagne zijn de debatten belangrijker dan ooit. Een vooruitblik op het eerste televisiedebat tussen Job Cohen, Jan Peter Balkenende, Mark Rutte en Geert Wilders.

De constellatie van het eerste debat zal zijn dat Cohen eigenlijk in zijn eentje staat tegen de ‘rechtse’ lijsttrekkers Rutte, Balkenende en Wilders. Dat geeft Cohen gek genoeg een voordeel bij de kijker van het debat, want hij krijgt bij voorbaat van de links-angehauchte kijker de ‘sympathy vote‘ omdat hij in de minderheid is.

DOELEN VAN DE LIJSTTREKKERS:
– Balkenende: stemmen terughalen bij de VVD, en in mindere mate bij de PvdA. Grootste lek zit aan de VVD-kant. Initiatief behouden. Vooral inzetten op fatsoen, de VVD wegzetten als extremistisch.

Wilders: stemmen terughalen die wegvloeien naar VVD. Zichzelf profileren door de anderen weg te zetten als softe has-beens.

Cohen: initiatief nemen. Zichzelf neerzetten als leider door te stoppen met alleen incasseren en pareren, en terrein te gaan claimen. Cohen zal meer moeten gaan doen dan hopen dat mensen hem zien als de leider op links die Rutte uit het Torentje gaat houden; mensen moeten eerst in hem gaan geloven.

Rutte: geen fouten maken, zich niet laten verlokken tot extremiteiten in het onvermijdelijke schreeuwgevecht met Wilders (met wie Rutte het persoonlijk overigens prima kan vinden), opstellen als ‘beschaafd rechts’.

SOCIAAL-CULTURELE ONDERWERPEN:
Rutte & Wilders zijn concurrenten en zullen apart van elkaar Cohen bashen. Wilders moet tegelijkertijd de verschillen tussen hem en de VVD duidelijk maken en voor zijn kiezers bewijzen dat VVD soft is op immigratie en integratie. Wilders loopt hiermee het gevaar zichzelf onverkiesbaar te maken voor groepen kiezers door té extremistische posities in te nemen.

Maar een ontketende Wilders biedt een opening voor Job Cohen om zich te profileren. Hij  kan zichzelf neerzetten als de redelijke antipool van Wilders. Daarbij moet Cohen wel concurreren met Balkenende, die vast van plan is te zorgen dat hij, en niet Cohen zich kan tooien met de morele leiderschapsmantel. Cohen zal het nog moeilijk krijgen om zichzelf te onderscheiden van Balkenende. Maar misschien hoeft dat ook helemaal niet, daar Cohen in de ogen van kiezers volgens peilingen sowieso al meer leiderschapskwaliteiten toegedicht worden dan aan Balkenende.

Cohen voelt zich het meest in zijn element bij de sociaal-culturele onderwerpen integratie, immigratie en veiligheid. Rutte zal zijn aanvallen op Cohen voortzetten onder het motto ‘gebutst metaal verliest zijn glans’. Daarmee neemt Rutte wel een risico want Cohen kan de debatkijker er fijntjes aan herinneren dat hij op het gebied van veiligheid met veel plezier samenwerkte met de VVD in het Amsterdamse college.

Maar Cohen zal zondag vooral een slijpsteen zijn waar Rutte zich in de ogen van de kijker rechts aan kan scherpen. Hij moet afstand nemen van Wilders, maar tegelijkertijd Cohen bashen om weer genoeg rechts over te komen.

SOCIAAL-ECONOMISCHE ONDERWERPEN:
Balkenende zal zijn aanvallen op Rutte, ingezet op vrijdag, doorzetten. Balkenende heeft geen keuze en niks te verliezen, hij móet de aanval kiezen. Rutte werd in het Radio1-debat van vrijdag in een hoek gedrukt en de VVD-campagnestaf snapt dat als Rutte zich dat weer laat overkomen, Balkenende stemmen zal gaan afsnoepen. Helemaal nu Balkenende  de VVD rechts ingehaald heeft door tijdens het debat het CDA-verkiezingsprogramma aan te passen en van de hypotheekrenteaftrek een breekpunt te maken.

Rutte kan hier moeilijk overheen: als het Balkenende lukt om van de HRA weer het hoofdonderwerp te maken tijdens zijn debatmoment met Rutte, laat de laatste zich weer wegzetten. Er is wel één opening voor Rutte, dankzij uitspraken van CDA-minister Jan Kees de Jager in de uitzending van Nova vrijdagavond.

Het CDA wil de verhoging van het eigenwoningforfait niet terugdraaien. Dat was een PvdA-voorstel dat het vorige kabinet overnam, en het CDA wil dat in ere houden, zei De Jager. Dat is een inkoppertje: Rutte kan en zal dit – met enig recht – afschilderen als een verhulde belastingheffing die eigenlijk een indirecte beperking van de hypotheekrenteaftrek is. Zo is het destijds immers ook verkocht door de PvdA, en het CDA bleek daar niet tegen.

Cohen kan punten scoren door zich pro-actiever op te stellen en op beschaafde wijze de aanval te kiezen tegen de VVD en het CDA. Voor een PvdA’er bieden de verkiezingsprogramma’s van die twee partijen daarvoor genoeg aanknopingspunten, waar de PvdA tot nu toe weinig gebruik van heeft gemaakt.

Wilders heeft het meeste te verliezen op sociaal-economisch gebied. Een groot aantal punten heeft hij overgenomen van de SP, zoals het behoud van de AOW-leeftijd op 65 en het behoud van de zorgtoeslag en laag eigen risico. Maar Wilders kan Rutte net als Balkenende om de oren slaan met de hypotheekrenteaftrek, die Wilders ook als breekpunt ziet.

Tenzij er iets wezenlijks verandert, zoals een Cohen die opeens assertief wordt en meer doet dan alleen ‘de nul houden’, valt het meeste vuurwerk wederom te verwachten tussen Rutte en Wilders, en Rutte en Balkenende.

Eén gedachte over “Het Debat: wie zet de toon?”

Reacties zijn gesloten.