in Analyses, Voorpagina

Lessen uit Spanje

Zeker in deze tijden van polarisatie en de afwijzing van compromissen biedt Spanje een wijze les. Wie het land bezoekt en het één en ander weet van de Spaanse Burgeroorlog, ziet op vele plekken verwijzingen naar die vreselijke periode uit 1936-1939. Toen culmineerde de totale afwijzing van compromissen en een doorgeslagen ideologische stellingname in een politieke oorlog die honderdduizenden mensen het leven kostte.

Eén zo’n herkenbare verwijzing is wat de foto laat zien. Hij is genomen van de cathedraal in Granada, in het zuiden van Spanje. Met grote letters staat de naam ‘José Antonio Primo de Rivera’ daar nog steeds in de muur gegraveerd, als een martelaar van de extreem-rechtse overwinning en de kerkelijke dankbaarheid daarvoor.

Een kerkelijk eerbetoon aan een fascist, want dat was Primo de Rivera. Dat zijn naam 76 jaar na zijn executie nog steeds het bloed doet koken in de aderen van Spanjaarden, wordt duidelijk uit de bloedrode verfbommetjes die tegen de muur gegooid zijn.

Primo de Rivera was de oprichter van de Spaanse Falangisten, een op Italo-Fascistische leest geschoeide politieke beweging die de democratie afwees en opriep die met geweld te vernietigen. Samen met andere extreem-rechtse groeperingen wezen de Falangisten iedere vorm van democratie en compromissen met de extreem-linkse bewegingen en politieke partijen af, vooral toen rechts in de verkiezingen van 1936 flink verloor en anarchisten, communisten en socialisten juist wonnen.

Vakbondsleden waren hun leven in de aanloop naar de Burgeroorlog niet meer zeker. Falangisten trokken in de steden wijken binnen waar veel arme arbeiders woonden en schoten daar lukraak mannen, vrouwen en kinderen dood in drive-by shootings. De meesten in die wijken waren ofwel lid van een vakbond dan wel sympathisant van linkse politieke partijen, en dus waren ze in de ogen van extreem-rechts de vijand.

Veel Falangisten waren lid van de Guardia Civil-militie en nog steeds zie je bij deze organistie fascistische symboliek. Het symbool van de Guardia Civil bestaat uit een zwaard en fasces — het laatste, afkomstig uit Romeinse tijden, werd door Mussolini en zijn kornuiten gekozen als het symbool voor het fascisme.

Op links liet men zich ook niet onbetuigd. Ook daar gold: je was óf links, of je was de vijand. Vooral toen een groot deel van het Spaanse leger in opstand kwam en een staatsgreep wilde plegen die mislukte, wat ontaardde in de Spaanse Burgeroorlog, was je als Nationalist je leven niet zeker. Families van overmeesterde landheren, van wie velen de kant van de Nationalisten hadden gekozen, werden zonder pardon afgemaakt als ze in handen vielen van de landarbeiders.

Het compromis is de dood
Oorzaak van dit alles was de afwezigheid van middenpartijen in de jaren vóór de Burgeroorlog. Spanje begon laat aan de industrialisering en het ontwikkelen van een middenklasse. Zowel links als rechts eisten onvoorwaardelijke steun. Wie die niet uitsprak was automatisch verdacht. Compromissen en toenadering waren volstrekt uit den boze. Voor links gold dat de Russische revolutie dunnetjes overgedaan moest worden (al hadden de anarchisten daar zo hun gedachten over), voor rechts golden Land, Familie en Kerk. De baas was de baas en de werknemer wist zijn plek. Wist je die even niet, dan kreeg je met de zweep – of erger.

Er was geen compromis meer mogelijk. Wie het voorstelde, kon maar beter opkrassen naar een ander land. Bleef je, dan was je een schietschijf. Welwillende politici werden vaak onder dreiging van een geweer gedwongen een keuze te maken. Dat was misschien het enige waar links en rechts elkaar vonden: het totale fanatisme. Dat, en de normalisering van geweld.

De les moge duidelijk zijn: waar het compromis sterft, sterft de vrede. En misschien zie ik spoken, maar mij valt op dat ik nu werkelijk overal hakenkruis-grafitti en (vaak daarover heen) anti-fascistische leuzen zie in Spaanse steden en dorpen. Veel meer dan in 2009, toen ik hier ook was.

Het valt te hopen dat de geesten uit het verleden blijven waar ze horen: op het kerkhof.