Powerplay over de Joint Strike Fighter

En toen werd alles anders. Minister Jeanine Hennis van Defensie (VVD) heeft, samen met het hele kabinet, gekozen voor de komst van de Joint Strike Fighter. Daarmee dreigt de discussie over de besluitvorming te verschuiven van de inhoud – willen we dat toestel wel of niet?  – naar een puur Haagse, namelijk dat een fractie vóór moet stemmen omdat de positie van een bewindslid in het geding is. En met haar de positie van het hele kabinet.

Het gebeurt vaker dan je als kiezer misschien lief is: het landsbelang, het economisch belang, het schatkistbelang en welk belang ook wordt ondergeschikt gemaakt aan het puur politieke belang. Voor politieke partijen is de positie van een bewindslid soms belangrijker dan welk ander belang ook. Dat is niet leuk en het is cynisch, maar zo werkt het in Den Haag. Fred Teeven kan je er alles over vertellen.

Zo’n situatie – vaak ‘een nieuwe politieke realiteit’ genoemd – vertroebelt het besluitvormingsproces dusdanig dat alle inhoudelijke overwegingen vóór of tegen een beslissing opzij worden geschoven, en de hele discussie wordt teruggebracht tot één zin, meestal uitgesproken door de leiding van een bokkende fractie:

“Als wij hier nu niet voor stemmen, heeft de minister geen andere keuze dan aftreden en aangezien onze coalitiepartner dat niet zal accepteren, is de positie van het hele kabinet in het geding.”

De verschuiving maakt de discussie voor kritische leden van de PvdA-fractie erg lastig. Want opeens kan je niet meer acht rationele argumenten tegen de komst van de Joint Strike Fighter in stelling brengen, aangezien die niet ingaan op de werkelijke kwestie die nu voorligt: wil je dat het kabinet valt, of niet?

“Ja maar, het is een vrije kwestie, het staat niet in het Regeerakkoord”, sputtert een fractielid tegen. Dat is zo, mijmert de fractieleiding, begripvol knikkend. Maar dan herinnert hij de fractie eraan dat er nu eenmaal een nieuwe politieke realiteit is. Daar heeft de fractie nu mee te maken, er moet een besluit worden genomen en niemand gaat de deur uit tot dat besluit er ligt.

Veertien stemmen
Er zijn veertien stemmen van de PvdA-fractie nodig om een meerderheid van 76 Kamerzetels achter het kabinetsbesluit inzake de JSF te krijgen. Eist de minister van Defensie unanimiteit van de PvdA-fractie, zoals Fred Teeven eerder deed, dan is het crisis. Doet Hennis dat niet, dan is er geen probleem – zolang de PvdA maar de nodige 14 stemmen levert, kan Hennis door en komt dus de Joint Strike Fighter.

De kans dat minstens 14 PvdA-fractieleden vóór zullen stemmen neemt met het powerplay-argument navenant toe. Want de twijfelende Kamerleden willen dan misschien om inhoudelijke redenen de JSF niet, ze willen met de huidige peilingen al helemaal geen nieuwe verkiezingen.

Er is echter ook een keerzijde aan het powerplay-argument. Dat is dat een PvdA die het kabinet laat vallen over een ‘nee’-stem tegen de Joint Strike Fighter opeens een stuk populairder zal blijken te zijn in die gevreesde peilingen – die altijd palingen zijn, tot ze ertoe doen.

Tijdens de Politieke Ledenraad van aanstaande zaterdag 21 september zullen de PvdA-leden de aanwezige fractieleden daar maar al te graag op wijzen.