in Analyses, Voorpagina

PvdA leed doodgewone nederlaag

napoleon defeated

Uit de Volkskrant: een analyse van mij over de nederlaag van de PvdA tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Veel is sindsdien al gezegd. De navelstaarders verklaren de sociaaldemocraten andermaal voor dood. Maar feit is dat de PvdA een doodgewone nederlaag leed. Toeval of niet, die stelling is sinds die analyse ook wetenschappelijk onderbouwd door de slimme jongens van de UvA. Dus alsnog veel leesplezier.

Een landelijke politieke partij krijgt klop bij de gemeenteraadsverkiezingen en dus begint meteen het navelstaren. Partijprominenten spuwen hun gal. Alles is mis, er klopt al jaren van alles niet, ‘zie je nou wel!’ Maar feit is dat de nederlaag van de PvdA niet erg bijzonder was.

Vol optimisme was de partij in een kabinet gestapt. Want er konden stevige hervormingen worden doorgevoerd die al te lang uitgesteld waren. Vorige kabinetten – ook met die partij erin, eerlijk is eerlijk – hadden te lang, te veel laten liggen.

Kiezers waardeerden het beleid niet. De partij verloor bij de gemeenteraadsverkiezingen de helft van de zetels in de raden. Partijprominenten verweten de leiding dat men te veel compromissen gesloten had die de geloofwaardigheid van de partij hadden ondergraven.

Het jaar: 2006. De partij: D66.

De nieuwe leider Alexander Pechtold nam de kritiek ter harte. Hij sloeg een andere koers in. Kroonjuwelen als het referendum gingen op sterk water, de partij stelde het primaat van de politiek boven het gepolder en liet de sociaal-economische as met de PvdA los. In plaats daarvan trok D66 meer naar een eigen, rechtsere koers.

En nu dan de PvdA. Feitelijk maakt de partij nu hetzelfde door als D66 in 2006: de kiezers waarderen het beleid niet. Maar waar de kritiek van partijmastodonten in 2006 op D66 terecht was, is met de PvdA iets geks aan de hand.

Het ‘herbronningsproces’ zoals D66 pas na de verkiezingen doorliep is in de PvdA zojuist voltooid. Met de uitkomsten van het rapport ‘Van Waarde’, waarin een sociaaldemocratische koers uitgestippeld is, heeft de partij zichzelf inhoudelijk smoel gegeven. Economen als Joseph Stiglitz en Paul Krugman zouden er hun vingers bij aflikken.

Organisatorisch hebben de sociaaldemocraten het ook beter voor elkaar. Het managementkader wordt niet meer na iedere tegenslag vervangen, waardoor de opvolgers steeds het wiel opnieuw moeten uitvinden. De campagnemachine van de PvdA wordt terecht gevreesd.

Maar waar ging het dan mis?

De PvdA onderzoekt álles. Moeten er thuis boodschappen worden gedaan, dan doen PvdA’ers eerst focusgroeponderzoek.

Je zou daarom denken dat Diederik Samsom en de zijnen dondersgoed wisten wat hen te wachten stond op 19 maart. Toch stond men perplex toen de uitslagen binnen kwamen.

Men geloofde oprecht dat de geoliede grondcampagne de opkomst onder de eigen kiezers zou opkrikken. Dat viel tegen. Waarschijnlijk heeft die campagne wel erger voorkomen.

De reden voor het verlies zit niet in de inhoudelijke koers van de partij. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat centrum-linkse kiezers die omarmen (strijd tegen tweedeling, voor werk, goede zorg). Ook organisatorisch valt de partij weinig te verwijten.

De kern van het verlies zit hem in de strategische keuzes die de PvdA gemaakt heeft bij de vorming van Rutte-2. Van ruilen komt huilen, zo blijkt. Dat is niet voor niets een bekende uitspraak. Ook daarom was het verlies van de PvdA doodnormaal en eenvoudig verklaarbaar.

Nu is het aan Samsom en Rutte om te bedenken hoe ze uit Pechtold’s wolfsklem komen waar ze zelf in zijn gestapt.