Waarom de PvdA verloor

IN UTRECHT werd vandaag, zaterdag 2 december, een PvdA-bijeenkomst gehouden met genodigde leden, en het onderwerp van gesprek was de vraag: “Waarom heeft de PvdA de verkiezingen verloren?” Zoals verwacht leverde de bijeenkomst net zoveel meningen als antwoorden op en is men inmiddels geen steek verder. Laten we het maar op een potje uithuilen houden, want de PvdA-top weet inmiddels donders goed waarom men de verkiezingen verloren heeft.

De redenen zijn de volgende:

1. ONDERSCHATTING van de polarisatie. Geen idéé waarom de PvdA dit zelf niet zag aankomen maar het kiezersvolk was dit keer uiterst verdeeld tussen Links en Rechts. Het CDA had dit wél goed gezien en wierp daarom lijsttrekker Balkenende op als de ‘anti-Wouter Bos’-kandidaat. De boodschap: wilt u voorkomen dat de PvdA de grootste wordt, stem dan op mij. En zo geschiedde. Het probleem voor de PvdA was dat de afkeer onder veel centrum-linkse kiezers tegen Balkenende en zijn beleid diep, héél diep zat. Zó diep zelfs dat velen vreesden dat Bos na de verkiezingen toch wel weer een deal zou sluiten met Balkenende en laatstgenoemde alsnog terug zou komen als premier.

2. DE WINDVAAN. Al maanden vóór de verkiezingen werd het jachtseizoen op Bos door het CDA geopend en vanaf het eerste moment probeerde men Bos neer te zetten als iemand die steeds van mening verandert, al naar gelang de peilingen. Toen Bos van zijn originele plannen met betrekking tot de fiscalisering van de AOW terugkwam, greep het CDA dit met beide handen aan om nog eens een schepje bovenop de ‘Bos is een windvaan!’-campagne te doen. En inderdaad: hierop had de PvdA niet het lef om te reageren. Aan het jonge campagneteam van Bos zal dit niet gelegen hebben; uit diverse publicaties, met als bronnen direct betrokkenen, komt een beeld naar voren van een lijsttrekker die niet zo van ruzie houdt en de zaken liever in het reine wil houden, terwijl de jonge honden van de campagne al stonden te dringen met hun ploertendoders en roestige scheermessen. De beslissing van Bos om alles netjes te willen houden was een keuze, maar de consequentie is wel dat je over je heen laat lopen, en dat is dus gebeurd.

3. DE AFKEER van een CDA-PvdA-kabinet. Onder een groot deel van de ‘zwevende’ PvdA-kiezers zaten er ook héél veel die een ‘grote coalitie’ van CDA en PvdA niet zagen zitten. Zoals uit meerdere peilingen is gebleken voor en tijdens de verkiezingscampagne, was er gemiddeld maar 5 tot 12% steun voor zo’n kabinet onder de bevolking. Aangezien niks menselijks ook centrum-linkse kiezers vreemd is, zaten er ook veel van die mensen in die groep. Niettemin bleven veel anti-Bos stemmers rustig bij het CDA zitten; voor hen was kennelijk belangrijker dat niet Bos, maar Balkenende de meeste zetels zou krijgen.

4. HET ABSOLUTE breken met het regeringsbeleid van de afgelopen 4,5 jaar. Dit is ook een onderschatting geweest van de PvdA: men heeft kennelijk niet goed aangevoeld dat veel kiezers, óók PvdA-stemmers, een radicale breuk willen met het beleid van de afgelopen jaren. Een bewijs: uit een peiling gehouden na de verkiezingen blijkt de SP er nog eens 5 zetels bij te krijgen, dus van 25 op de verkiezingsavond naar 30, terwijl de PvdA van 33 teruggaat naar 29. De PvdA verliest er dus 4, en zeer waarschijnlijk aan de SP, nu strategisch stemmen niet meer hoeft daar de verkiezingen over zijn. Dit is opmerkelijk, want toch eigenlijk een opsteker voor Bos: veel kiezers hebben dus tóch nog strategisch op de PvdA gestemd daar die partij door velen kennelijk nog werd gezien als de ‘anti-Balkenende-partij’ die een rechts kabinet onmogelijk moest maken. Zeer waarschijnlijk heeft de tactiek van Bos, om vol overtuiging te blijven zeggen dat de PvdA de grootste zou worden, alsnog enig effect gesorteerd. Maar als de PvdA tijdens de campagne al de hete adem van de SP in de nek voelde, dan moet het achterhoofd tegenwoordig bijna in brand staan nu veel centrum-linkse kiezers zich na 22-11 gerealiseerd hebben dat de SP zo niet net zo groot, dan misschien in de nabije toekomst zelfs gróter kan worden dan de PvdA. Waarmee in hun optiek niet langer de PvdA, maar de SP de partij is bij wie men moet zijn om die radicale breuk te realiseren. Zie nogmaals die peiling.

ZO BEZIEN wordt het voor de PvdA nog een hele klus om weer gezien te worden als ‘Dé Opponent’ van het verfoeide rechtse beleid. Want de PvdA zit nu een moeilijke spagaat. Enerzijds zal de partij niet teveel naar links willen opschuiven om de gematigd-linkse kiezers in hun kolom te verliezen, anderzijds kan de PvdA zich niet veroorloven om te blijven zitten waar zij zit in het politieke umfeld omdat de leegloop richting SP dan blijft voortduren.

EN DUS zit er voor de PvdA voorlopig maar één ding op en dat is het CDA in het nauw blijven drijven (door bijvoorbeeld de sociaal- christelijke kiezers van die partij te blijven kietelen door middel van bijvoorbeeld een generaal pardon-motie) en daarmee Balkenende onder druk te zetten, en tegelijkertijd politiek handige manieren vinden om de SP kalt zu stellen. Regeringsdeelname aan een kabinet CDA-PvdA-SP is de eerste manier, maar hierbij is het voor de PvdA wel enorm opletten geblazen. Want enerzijds kan men Jan Marijnissen met zijn SP niet weg laten lopen met de ‘anger vote’ als Balkenende zo’n kabinet torpedeert, en anderzijds moet de PvdA enorm opletten dat het CDA via slim schaakspel niet de PvdA tot de zwarte piet van de (mislukte) kabinetsformatie maakt – zoals Bos in 2003 wel lukte met Balkenende en zijn CDA. Tot nu toe is het qua beeldvorming in ieder geval 2-0 voor Bos: hij heeft de generaal pardon-motie die op veel sympathie kan rekenen op linkse CDA’ers binnen, en tegenover diezelfde kiezers – waaronder ook leden – durft Balkenende nog steeds geen kleur te bekennen, bang als hij is dat hij een zeteltje of 4 a 5 verkwanselt door al te duidelijk te laten merken dat hij eigenlijk een rechtse rakker is.