Verkiezingen: de partijen en hun uitdagingen

Nederland mag over enkele maanden weer naar de stembus om een nieuwe regering te kiezen. Het slagveld ligt er nu nog maagdelijk en bloemrijk bij, maar is wel totaal overhoop gegooid nu de PvdA uit het kabinet gestapt is. Sommige partijen moeten hun strategie fors bijstellen. De contouren van het nieuwe slagveld zijn duidelijk.

Geen twijfel: de verkiezingen van 2010 gaan over twee zaken. Ten eerste de bezuinigingen. Die moeten er komen, daar is iedereen het over eens. Zoals ik hier schreef is de keuze straks als vanouds tussen links en rechts. Het vallen van het kabinet betekent dat de PvdA de vrijheid heeft om zichzelf terug te trekken in het linkse kamp, terwijl het CDA hetzelfde kan doen in het rechtse kamp.

De tweede zaak is onmiskenbaar de factor Wilders. Maar in tegenstelling tot wat Wilders zelf het liefst doet – zich afzetten tegen linkse partijen – zijn het de rechtse partijen en de SP die het meest van hem te duchten hebben.

SP
Agnes Kant heeft het moeilijk. Ze heeft op sociaal-economische onderwerpen een stevige concurrent in Geert Wilders, die veel kiezers van haar afsnoept. Wilders heeft veel sociaal-economische SP-punten overgenomen. Tegen zijn verbale geweld kan Kant moeilijk op, ook al omdat Wilders ook op sociaal-cultureel terrein kiezers bij haar weghaalt met zijn stevige standpunten inzake moslims en criminaliteit. Kant kan nu niet dezelfde standpunten gaan huldigen. Wil ze kiezers teruglokken van het Wilders-kamp, dan loopt ze het gevaar teveel naar links te moeten overhellen om nog aantrekkelijk te zijn voor meer gematigde kiezers van de PvdA en Groenlinks. Een manier om dat te voorkomen is door te proberen coalities te sluiten met die partijen, zoals Halsema nog voorstelde in 2006 (het ‘kopje koffie’ met Bos). Op die manier kan Kant nog proberen de verschillen met de PvdA en Groenlinks te minimaliseren.

Grootste uitdaging: kiezers terughalen bij Wilders, en tegelijkertijd proberen de PvdA weg te zetten als een partij die linkse idealen verloochent.
Grootste probleem: Agnes Kant zelf. PvdA-stemmers lijken weinig geneigd om op haar te stemmen. Sinds ze het stokje overnam van Jan Marijnissen, is het SP-merk sleets geworden.

Groenlinks
Voor Femke Halsema geldt eigenlijk hetzelfde als voor D66 (zie onder): de virtuele zetelwinst in de peilingen komt voornamelijk van gedesillusioneerde PvdA-kiezers die D66 te rechts vinden om te fungeren als redelijk alternatief voor een proteststem tegen de PvdA. Halsema zal een teruggang van kiezers naar de PvdA moeten zien te voorkomen. Tot nu toe slaagde Halsema er regelmatig in om de PvdA in een hoek te zetten omdat die partij geketend was door het kabinetsbeleid, en de regel dat je met één mond praat.

Groenlinks zal kiezers moeten behouden – en nieuwe aantrekken – door de verschillen met de PvdA duidelijk(er) te maken. Geen gemakkelijke taak. Want met de val van het kabinet verdwijnt voor Halsema een belangrijke manier om de verschillen met de PvdA aan te tonen: ze kan het beuken op het kabinet niet meer gebruiken als pauk om op te slaan en zo herrie te maken. Een optie is nog te proberen Wouter Bos zelf aan te vallen op zijn bereidheid om met rechtse partijen compromissen te sluiten.  Grote kans dat Halsema haar wens tot een linkse coalitie weer van stal haalt om de PvdA klem te zetten.

Grootste uitdaging: voorkomen dat PvdA-kiezers terugvloeien naar de PvdA. Nieuwe kiezers aantrekken.
Grootste probleem: noodzaak voor Groenlinks als alternatief voor de PvdA is weg nu het kabinet gevallen is, en de PvdA zich weer vrijelijk kan profileren.

PvdA
‘Wie breekt, betaalt.’ Dat is tot nu toe de gouden regel, zo zeggen politici in Den Haag keer op keer. Maar is dat wel zo? In 1982 bleek dat niet; toen stapte de PvdA ook uit een regering met CDA en D66, en won de PvdA vervolgens zetels. (Men keerde niet terug in de regering.) En er zijn nog meer uitzonderingen. Een peiling van EenVandaag op zaterdag 20 februari liet zien dat een meerderheid van de geënqueteerden opvallend genoeg het CDA de schuld gaf van de val, en niet de PvdA.

Hoe dan ook, de PvdA is vrij van zijn ketens en kan nu betrekkelijk ongestoord opereren. Wouter Bos heeft nu de taak om binnen zeer korte tijd zijn partij weer van een centrum-links profiel te voorzien. Een grote rol zullen de bezuinigingen spelen die de komende jaren moeten worden doorgevoerd. Negentien werkgroepen van ambtenaren bereiden momenteel een keuzemenu aan bezuinigingen voor. De PvdA zal kiezen voor zaken als beperken van de hypotheekrenteaftrek en mogelijk een hoger toptarief voor de hoogste inkomens. Zorg en onderwijs moeten van de PvdA ontzien worden. De doelen van Bos zijn helder: de partij lekte kiezers naar D66 en Groenlinks, om meerdere redenen. Die kiezers wil de PvdA terug.

Ten eerste was voor veel vrijzinnige PvdA-stemmers het profiel van de PvdA onduidelijk geworden door het samengaan met het CDA en de Christenunie. Ten tweede heeft de PvdA zich in de ogen van kiezers jarenlang te soft opgesteld jegens Wilders. Ten derde zijn er – tegelijkertijd – PvdA-stemmers overgestapt naar D66 omdat men vindt dat de PvdA teveel is gaan lijken op rechtse partijen ten aanzien van de bejegening van moslims en allochtonen. Ten vierde – en minstens net zo problematisch: de persoon Wouter Bos zelf. Die is voor veel stemmers nog steeds controversieel dankzij zijn bereidheid tot compromissen met centrum-rechtse partijen.

Grootste uitdaging: kiezers terughalen bij D66 en Groenlinks, allochtone kiezers aan zich binden, het CDA klein houden. Dat zal de PvdA doen door steeds weer van het CDA te verlangen dat die partij een coalitie met de PVV van Wilders uitsluit.
Grootste probleem: De zweem van onbetrouwbaarheid en opportunisme rond Bos. Op dat front blijft hij zeer kwetsbaar; het is één van de redenen waarom de PvdA de vorige keer de verkiezingen overtuigend verloor.

D66
D66 moet zijn strategie fors bijstellen. Lijsttrekker Alexander Pechtold profiteerde tot nu toe van twee zaken: zijn stellingname tegen Geert Wilders, waarmee hij een interessante magneet is voor VVD-stemmers, en D66 als redelijk alternatief voor gedesillusioneerde PvdA-kiezers. Dit ook vanwege Wilders; veel PvdA’ers vinden hun eigen partij te soft tegen de Blaag uit Venlo. Op sociaal-economisch front maakte hij D66 aantrekkelijk voor VVD’ers door te ageren tegen het beleid van het kabinet. Maar Pechtold heeft al enkele maanden een probleem: D66 lekt kiezers. Daarnaast is de PvdA nu uit het kabinet en kan het zich daardoor weer meningen aanmeten die de overgestapte PvdA-kiezers kunnen overreden om terug te keren op het nest.

Pechtold kan Bos nu dwingen onomwonden een keuze te maken tégen een hernieuwde regeringsdeelname met een christelijke partij. Daarnaast kan Pechtold goede sier maken met onderwijs, waar het track record van de PvdA in Balkenende-IV niet goed was. Maar net als Halsema ontbeert Pechtold vanaf nu het kabinet om zich tegen af te zetten. Op sociaal-cultureel vlak zal hij PvdA-stemmers kunnen behouden als de PvdA nalaat Wilders stevig(er) aan te pakken.

D66 kan het de VVD zeer lastig maken door die partij te dwingen tot een uitspraak over het wel of niet uitsluiten van Wilders als potentiële coalitiepartner. Tot nu toe was de weigering van de VVD-top om dat te doen aanleiding voor linkse VVD’ers om de overstap te maken naar D66, zoals VVD-prominent Joris Voorhoeve deed. (Die overigens vroeger al eens lid was van D66.) D66 heeft programmatisch op sociaal-economisch vlak veel overeenkomsten met de VVD, dus dat is geen barrière voor VVD-stemmers.

Grootste uitdaging: voorkomen dat het de PvdA lukt om D66 te framen als een rechtse bezuinigingspartij. Tevens voorkomen dat naar D66 overgestapte VVD-stemmers weer terugvloeien naar de VVD.
Grootste probleem: de PvdA kan zichzelf bevrijden van het imago van christenknuffelaars.

CDA
Jan Peter Balkenende wordt wederom de lijsttrekker van het CDA. Maxime Verhagen wordt gezien als te controversieel (lees: kiezers moeten hem niet) en Camiel Eurlings is te jong. Bovendien kleeft zijn voorstel voor de kilometerheffing aan hem. Voor een nieuwe leiderschapsstrijd is geen tijd. Daarom: Balkenende.

Er is echter een probleem. De eigen CDA-achterban is op zijn zachtst gezegd verdeeld over de leiderschapskwaliteiten van Balkenende, zozeer zelfs dat een forse meerderheid de man recent nog het liefst naar Brussel zag vertrekken. En in 2006, toen het CDA zich in de peilingen op ongeveer hetzelfde dieptepunt bevond als nu, was een deel van het CDA zó bang voor een schrobbering in het stemhokje dat een paleisrevolutie hen een beter idee leek. Maar het CDA kiest, gedwongen door een tekort aan tijd, weer eieren voor zijn geld. Net als in 2006 zet het alle fiches in op de statuur van Balkenende als betrouwbare staatsman.

Maar dit keer is dat niet om Balkenende tegenover aartsrivaal Wouter Bos te zetten, maar tegenover Geert Wilders en Mark Rutte. Het CDA en de VVD zullen op rechts een strijd voeren op sociaal-economische onderwerpen, waarbij het CDA zich op zal stellen als een gematigde bezuinigingspartij. Het CDA zal zich middels staatsman Balkenende willen onderscheiden van Wilders. Veel PVV-stemmers, waaronder ook rechtse CDA’ers, zien Wilders voor wat hij is: een politieke opportunist zonder weerga in de moderne Nederlandse politiek. Onder hen is het vertrouwen in hem als staatsman laag. Wilders is in hun ogen vooral een stormram, het ultieme instrument voor een rechtse proteststem, maar lang niet alle Wilders-stemmers zien hem graag minister worden, laat staan een regering leiden. Zij zien hem vooral als hun megafoon, maar hun portemonnee zullen ze hem nooit toevertrouwen.

Daarvan zal Balkenende dankbaar gebruik maken. En hij weet na zijn ervaringen met de LPF  wel beter dan in zee te gaan met Wilders, tenzij die partij echt de onderliggende partner is die hij kan controleren – en die kans is zeer klein met loose cannon Wilders aan het hoofd. Het CDA mikt daarom op een rechtse regering met in ieder geval de VVD – en misschien D66. Maar voordat Balkenende überhaupt kan dromen over een nieuwe regering, zal hij zich moeten beseffen dat hij misschien wel de verkiezingen kan winnen qua het absolute aantal zetels, maar toch het onderspit delft in de coalitieonderhandelingen. Net als PvdA’er Joop den Uyl in 1977, die toen ook uitging van een nieuw kabinet met het CDA maar toen de VVD weg zag lopen met het CDA. Niettemin is wéér in zee gaan met Balkenende als lijsttrekker dit keer een grote gok voor het CDA.

Grootste uitdaging: Balkenende weer verkopen als de betrouwbare staatsman, al zijn onder zijn leiding drie kabinetten (I, II en IV) gevallen.
Grootste probleem: Balkenende weer verkopen als de betrouwbare staatsman.

VVD
Mark Rutte. De schipper die rechtsdoor voer, zich niet liet afleiden, de touwtjes stevig in handen hield – en gelijk kreeg. De VVD doet het in de peilingen steeds beter. Rutte weet de VVD te positioneren als een degelijke partij die hamert op traditioneel rechtse sociaal-economische onderwerpen, zich onderwijl profilerend als een aantrekkelijk alternatief voor rechtse CDA’ers die gruwden van de samenwerking van het CDA met de PvdA in een kabinet, maar die een stem op Wilders een stap te ver vondn.

En daar zit meteen het probleem voor Rutte: het CDA is niet meer gebonden aan de vermaledijde PvdA. De christendemocraten zullen weer een rechtsere koers varen en daarmee komt een einde aan het prijsschieten van Rutte op de rechtervleugel van het CDA. Een ware uitputtingsslag om de verschillen met de christendemocraten wacht. Een andere slag  is die met de PVV. Wilders zal de VVD afschilderen als te mild op het gebied van immigratie en integratie. Aan Rutte de opdracht om zowel de verschillen met Wilders kleiner te maken en tegelijkertijd gedesillusioneerde VVD-stemmers terug te halen uit het PVV-kamp. Rutte krijgt het dus nogal druk met een oorlog op twee fronten.

Grootste uitdaging: kiezers terughalen bij de PVV van Geert Wilders, en rechtse CDA’ers overtuigen om op de VVD te gaan stemmen.
Grootste probleem: Mark Rutte zelf. Hij kan te genuanceerd zijn.

PVV
Geert Wilders is deze verkiezingen zowel een schapenhond als een paaldanseres. Aan de ene kant moet hij erin slagen om overgelopen CDA-, SP- en VVD-kiezers binnen de hekken te houden, en aan de andere kant moet hij proberen thuisblijvers te motiveren om naar het stemhokje te gaan. Want dat is het electoraat van de PVV: voor zeker de helft mensen die sinds 2002 (het jaar van Pim Fortuyn) geen stemhokje van binnen hebben gezien en dus verdwenen uit de opkomstcijfers, en CDA-, VVD- en SP-stemmers.

Wilders schaakt op twee borden: het sociaal-culturele en het sociaal-economische. De ex-VVD’er die 16 jaar lang heilig geloofde in het bezuinigen op sociale voorzieningen en het versoberen van het AOW-gebouw is nu vóór het in stand houden van een AOW-leeftijd van 65 en tegen bezuinigingen op sociale voorzieningen als de zorg. (Zegt hij.) Op sociaal-cultureel vlak haalt hij vooral kiezers weg bij het CDA en de VVD, op sociaal-economisch vlak bij de SP. Deze strategieën zal hij volhouden; hij kan niet anders. Veel meer is er over Wilders’ strategie niet te melden – en meer is er ook niet.

Grootste uitdaging: geloofwaardig blijven.
Grootste probleem: geloofwaardig overkomen.

Christenunie
Arme André Rouvoet. Gebruikt als bijzet-tafel door het CDA en gedoogd door de PvdA, moest de kleinste regeringspartner na nog net geen drie jaar afscheid nemen van regeringsverantwoordelijkheid. Het probleem is: waar was de Christenunie in de coalitie nu precies verantwoordelijk voor? Op sociaal-economisch gebied had de partij meer met de PvdA, op sociaal-cultureel gebied meer met het CDA. Niet zo vreemd natuurlijk. Maar waar onderscheidde de Christenunie zich precies op?

De Christenunie heeft zich nog niet uitgelaten over een strategie. Heel erg nodig is dat niet: de partij richt zich op gedesillusioneerde CDA’ers, en zal dat blijven doen. Zoals in 2006, maakt de partij ook nu een kans om in te breken op de linkerflank van het CDA – christenen die een socialer beleid willen, en die toch vooral op een christelijk alternatief willen stemmen.

Grootste uitdaging: overtuigde  linkse christenen wegsnoepen bij het CDA
Grootste probleem: vermalen worden tussen de grotere partijen.

5 gedachten over “Verkiezingen: de partijen en hun uitdagingen”

  1. /me wil een scheiding tussen kerk en staat, maar tsja… /me kan zo veel willen.

    On-topic: volgens mij gaan voor CDA en PvdA dezelfde uitdaging/probleem-stelling op als voor Wilders – geloofwaardig blijven/geloofwaardig overkomen.

  2. Ik denk dat het grootste probleem van GroenLinks zijn elitaire cultuur (Bakfietsende grachtengordelaars) is; daardoor hebben zelfs mensen die zich in standpunten kunnen vinden tot nu toe de overstap niet gemaakt. Aan Halsema ligt het niet – die is de laatste jaren in haar rol gegroeid en is mogelijk de scherpste debater van dit moment – maar de rest van de partij is voor velen niet echt aantrekkelijk.

  3. Het rechtse complot by Mr. Sociaal,

    Zou het kunnen dat de VVD een goede reden heeft om mensen in een huurhuis aan te pakken en de koopwoningen te ontzien? Zou die reden iets te maken hebben met het feit dat de VVD mensen die hun baan verliezen eerder in de WW wil hebben? Want tenslotte wil de VVD de WW terugbrengen naar maximaal 1 jaar. En zou het kunnen zijn dat deze twee acties iets me elkaar te maken hebben! Want uiteindelijk moeten mensen die eerder naar de bijstand afglijden hun eigen huis “opeten”! Want onze beste Mark Rutte met zijn VVD zorgt er eerst voor dat mensen hun spaarcentjes in een eigen woning stoppen, om er vervolgens voor te zorgen dat ze bij problemen eerst alles ten gelde moeten maken (eigen huis, spaarcentjes, lijfrente polissen etc.)!

    En hoe zit dat dan met de PVV. Zou het zo kunnen zijn dat die slinkse Geert dit samen met onze beste Mark al wat langer op de planning heeft staan? Want tenslotte komt Geert uit de VVD en heeft hij zijn “breekpunt” wel erg snel laten vallen! En een toepasselijk spreekwoord zegt; “een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken”.

    Tenslotte, spreek ik nu voor eigen beurs? Beste Mark en Geert, nee want dan zou het beter zijn om mij aan te sluiten bij de verdwaalde geesten in dit land en op de VVD stemmen. Wat mij drijft is het besef dat je beschaving afmeet aan de manier waarop de samenleving met de zwakken omgaat.

    Waarom schrijf ik nu die brief? Dat is het besef dat Ikzelf, Geert, Mark en al onze medeburgers van welke afkomst dan ook samen iets delen. En dat is dat we mensen zijn die op enkele verschillen in ons genetisch materiaal na gelijk zijn. En dat “de boel bij elkaar houden” ons meer geluk zal brengen dan het najagen van een fortuin.

    Met vriendelijke Groet,

    Pim

Reacties zijn gesloten.