in Analyses, Verkiezingen, Voorpagina

Wilders’ grootste angst wordt bewaarheid

Wilders is woest. Nu er daags na de affaire Eric Lucassen in de vorm van PVV-kamerlid James Sharpe wéér een lijk uit een kast valt, moet het afgelopen zijn. De geloofwaardigheid van de PVV staat op het spel; de door Wilders zo gevreesde vergelijking met de LPF steekt de kop op, en dat vijf maanden voor de zo belangrijke Statenverkiezingen.

Wilders weet één ding: als je eenmaal een bepaald stigma opgeplakt hebt gekregen, is het duivels moeilijk dat weer weg te poetsen. Daarnaast weet Wilders ook dat vertrouwen te voet komt, en te paard vertrekt.

Daarom moeten de fractieleden nu met de billen bloot. Na Melony Hemert, Arjan Brogt en Gidi Markuszower (allen opgestapt), Dion Graus, Hero Brinkman, Jhim van Bemmel, Marcial Hernandez en Eric Lucassen, valt nu dankzij James Sharpe wéér een walmend lijk de openbaarheid binnen. (Zie voor een korte impressie van de struikelende PVV’ers dit overzicht op HP/DeTijd.) En Wilders heeft er schoon genoeg van. Hij wil volledige openheid: wie had last van gaten in het geheugen tijdens de sollicitatiegesprekken? Wat moet er nog gemeld worden?

Maar Wilders heeft ook een ander probleem: de buitenwacht begint te reageren op het gerommel bij de PVV, en dat leidt onherroepelijk weer tot meer gedonder binnen de fractie.

Acht mannen en vrouw is nog te behapstukken voor een control freak als Wilders, die alle touwtjes zoveel mogelijk in eigen handen wil houden en loyaliteit eist. Maar een kippenhok met 23 leden, dat is andere koek. Zeker nu die fractieleden dankzij de zaak Lucassen zullen inzien dat ze heel wat macht hebben. Wilders kon Lucassen niks maken toen die dreigde met afsplitsing, ofwel vertrek uit de PVV met behoud van zijn zetel. Dat zou, zonder de officiële steun van de SGP, de minderheidscoalitie van VVD en CDA ten val gebracht kunnen hebben.

Dat inzicht moet de wat onafhankelijker ingestelde geesten binnen de PVV-fractie aan het denken hebben gezet. Vooral onder de 15 nieuwe Kamerleden die na 9 juni in de fractie kwamen en die niet eerst jaren lang een loyale relatie opbouwden met Wilders. Het feit dat Eric Lucassen plompverloren dreigde met afsplitsing moet Wilders tot razernij hebben gedreven, omdat zo heel pijnlijk duidelijk werd dat de loyaliteit aan hem niet vanzelfsprekend is.

Juist voor control freak Wilders moet het extra moeilijk te verteren zijn geweest dat hij op de knieën moest voor Lucassen, in plaats van de man met een ferme schop de partij uit te bonjouren nadat die zijn dreigement uitte. Eigenlijk chanteert Lucassen zijn fractievoorzitter.

Zoiets schaadt het vertrouwen en de vraag is dan ook hoe Wilders nu tegen zijn nieuwe collega’s aankijkt. Zij veroorzaken immers de problemen.

Hoe staat hij daar nu in? Steekt het wantrouwen de kop op? Dat is meestal niet bevorderlijk voor de sfeer in een fractie, en daar staat en valt veel mee, zo bewezen de perikelen bij de geïmplodeerde LPF. Niets is verwoestender dan factievorming binnen een fractie.

De komende weken zal bezien moeten worden of het Wilders lukt de controle over zijn fractie te behouden, in de wetenschap dat zijn fractiegenoten nu heel goed snappen dat zij macht over hem hebben, indien zij dat willen. Waren ze van Wilders afhankelijk om in de Kamer te komen, de tovenaarsleerlingen in het klasje hebben nu zelf een toverstafje waarmee ze kunnen dreigen.

Mondige fractieleden met macht. Daar zal Geert Wilders aan moeten wennen.

UPDATE: en nog is het niet genoeg. Vandaag, 17 november, duiken in media verhalen op over wederom James Sharpe, die een atleet mishandeld zou hebben. Ook heeft Richard de Mos kennelijk een deel van zijn CV vervalst; hij claimde schoolhoofd te zijn geweest, maar die functie heeft hij nooit ergens vervuld.

(Beeldbewerking: Jaco Kazius, op twitter: @jkazius)