in Analyses, Voorpagina

Zomaar twintig jaar eraf

Spanje balanceert op de rand van de afgrond. Ging het land drie jaar geleden al hard achteruit, nu zijn de tekenen wel erg zichtbaar voor wie rond tourt in het prachtige land. De oorzaken zijn vrij makkelijk aanwijsbaar — hebzucht, een totaal doorgeslagen huizenmarkt, Oostindische doofheid, corruptie — maar de oplossingen heel moeilijk te vinden.

“De mensen hier zijn radeloos.” Dat was de concluderende zin van een minuten durende monoloog, uitgesproken door de Nederlandse uitbater van het bed & breakfast waar ik bivakkeerde in Valencia. Ze woont al vele jaren hier, komt uit het naar verluidt ‘zuinige en sobere Nederland’, heeft dus vergelijkingsmateriaal en verhaalde tegen die achtergrond over wat haar nieuwe thuisland al vier jaar doormaakt.

Al wat ik vroeg is “hoe zie jij de crisis in Spanje?”. Ze schetste mij wat ze met haar eigen ogen dagelijks ziet. Er zijn complete onbewoonde wijken aan de randen van Valencia, een grote stad aan de zuidoostkust. Die wijken zijn daar kort geleden nog neergezet door speculerende banken en ontwikkelaars. De woningen zouden toch wel verkocht worden, was de gedachte toen ze de tekentafel verlieten. Relatief goedkope, spuuglelijke appartementen werden aan de randen van steden en middelgrote dorpen in grote aantallen bovenop elkaar gekwakt en tegen belachelijke prijzen aangeboden op de markt.

Ik heb ze zelf gezien, die wijken, maar dan in een middelgroot kustdorp aan de Costa Daurade. Je waant jezelf in een dystopische science fiction-film. Niemand hoort je schreeuwen, want er woont niemand.

Zelfs toen de kredietcrisis eind 2008 in volle hevigheid op de Spaanse kusten beukte, ging de gekte op de woningmarkt door. Vele projecten konden niet stop gezet worden; de handtekeningen waren immers gezet, de investeringen gedaan. Het resultaat: spookwijken. Hele buurten met spiksplinternieuwe gebouwen, wegen, stoplichten, lantaarnpalen. Maar geen winkels, want de retailketens wisten wel hoe laat het was. Zij zetten de investeringen stop, zegden de huren op en ontsloegen massaal personeel.

Vier jaar geleden nog riep The Economist Spanje uit tot de vierde economie ter wereld qua bruto binnenlands product. Het kleine land verstootte daarmee Canada. Zoals zo vaak werden economen die waarschuwden voor de immense Spaanse huizenmarktbubbel genegeerd. Maar die bubbel was reëel, zo blijkt nu, en ze is nog lang niet klaar met barsten.

Het gevolg is dat Spaanse banken nu met twee enorme problemen zitten die allebei grote impact hebben op hun financiële reserves.

Ten eerste hebben ze meegewerkt aan een opwaartse prijsspiraal, met als gevolg dat mensen steeds hogere hypotheken moesten nemen voor een huis. Nu de huizenmarkt in elkaar gestort is en de prijzen fors zakten, zitten veel mensen ‘onderwater’; hun hypotheek is hoger dan de waarde van hun huis. Daarnaast zijn er door de forse werkloosheid in Spanje steeds meer mensen die de hoge hypotheekpremies niet meer kunnen opbrengen. Van een kale kip is het moeilijk plukken en dus lijden de banken verliezen.

Ten tweede investeerden banken zelf geleend geld in nieuwe woningen, met de gedachte dat ze een vele malen hogere prijs zouden kunnen vangen voor de woningen als ze eenmaal op de markt kwamen. Dit alles financierden zij zelf, al dan niet met in het buitenland aangetrokken kapitaal. De banken moeten hun gemaakte schulden bij hun kapitaalleveranciers inlossen. Nu de berekende revenuën uitblijven is het geen verrassing dat de banken grote moeite hebben met het terugbetalen van hun schulden. Makkelijk herfinancieren – lenen, dus het ene gat met het andere vullen – is er niet meer bij, want de portefeuille met vastgoedbezittingen is fors in waarde gedaald.

Alles zakt in
Het gevolg van dit alles is weer dat de banken zelf geen kredieten meer uitdelen. Ze moeten immers iedere eurocent zelf twee keer omdraaien. Hier hebben Spaanse ondernemers ernstig last van, die bijvoorbeeld hun voorraden niet kunnen voorfinancieren of eenvoudig geen investeringen kunnen doen.En nu staat de eens zo onaantastbare Spaanse bankensector zelf op instorten.

Iedereen teert in en betaalt schulden af zo goed en kwaad als dat gaat. En iedereen snijdt dus vooral in de kosten en dat betekent massaal banenverlies.

Meer dan een kwart van de Spaanse bevolking is werkloos. Door het Spaanse systeem van ontslagbescherming zijn vooral jongeren de klos. In Andalusië, waar ik nu verblijf, is om en nabij de helft van de mensen onder de 27 jaar werkloos. Dat is te zien. In 2009 was ik hier ook. Toen zag ik hoe jongeren achter elkaar hun CV’s kwamen uitdelen aan uitbaters van café’s. De A4’tjes  werden met onverholen desinteresse aangenomen en toegevoegd aan de al aanzienlijke stapels.

Nu lummelen niet alleen lager opgeleide jongeren, maar ook late twintigers met meerdere masters de ganse dag rond de fonteinen in Granada en de dorpjes om de stad heen. ’s Ochtends melden ze zich in lange rijen bij de arbeids- en uitzendbureau’s en de rest van de dag hebben ze weinig omhanden.

De crisis in Spanje zal niet snel opgelost zijn. De Spaanse economie moet volledig op de schop. Zo’n 20 jaar aan economische voorspoed wordt dezer dagen ingeleverd. Spanje kwam van ver, werd eventjes een held, maar deed al die tijd weinig aan het opzetten van nieuwe economische motoren. Voor het omgooien van een economie is tijd en geld nodig, en geen van beiden heeft het land op dit moment. Al wat het kan doen is proberen te concurreren op prijs, en leuk of niet: daarmee wordt een exit van Spanje uit de eurozone steeds waarschijnlijker.