in Meningen, Verkiezingen, Voorpagina

Het is stil aan de Herengracht 54 in Amsterdam, op deze druilerige voormiddag van vrijdag 24 november 2006. Aan de voorgevel van het statige bruine grachtenpand hangen hier en daar snippers van PvdA-campagneposters te wapperen in de gure wind. Van de posters zijn alleen nog de hoeken te zien waar de lijm de graaiende handen van waarschijnlijk boze en teleurgestelde PvdA-aanhangers wist te weerstaan. Maar één ding verbindt alle posters: de centrale beeltenis van de voormalige lijsttrekker, Wouter Bos, is verdwenen. In plaats daarvan is nu alleen koele donkerbruine baksteen te zien, met hier en daar verticale en horizontale grijze strepen mortel, en zo af en toe een plekje oude lijm.

Terwijl minder dan 100 kilometer ten zuiden van de hoofdstad CDA-leider Jan Peter Balkenende onder vrijwel ononderbroken flitsen van fotocamera’s zijn stoel aanschuift in de statige kantoorruimte in Den Haag, VVD-leider Mark Rutte lachend op de schouder slaat en ChristenUnie-lijsttrekker André Rouvoet een knipoog geeft, is de sfeer in het hoofdkwartier van de Partij van de Arbeid ronduit mistroostig te noemen. Het grijze wolkendek buiten zorgt voor duisternis in het pand, waardoor de levenloze kantoorruimten doods aandoen. Computers staan uit, kantoorstoelen staan er verlaten bij, en hier en daar vallen in donkere nissen de contouren van lege wijnflessen waar te nemen. Op de hoek van een eikenhouten bureau puilt een asbak uit van de peuken, vlakbij een televisie. Vóór het televisiemeubel vallen op het tapijt kleine glinsteringen te ontwaren; de grootste stukken gebroken wijnglas zijn weggehaald, maar de schoonmakers zijn duidelijk nog niet langs geweest sinds die dramatische dinsdag- avond. Dat, of niemand wilde de schoonmakers binnenlaten. Gelukkig lijkt het platte beeldscherm de directe confrontatie met het glas overleefd te hebben.

Op een hogere verdieping, aan de achterkant van het grote gebouw dat uitkijkt op een grote grijze binnentuin, zit PvdA-partijvoorzitter Michiel van Hulten voorovergebogen achter zijn bureau. Steunend op zijn ellebogen, zijn hoofd in zijn handen, staart hij in de doffe stilte naar de voorpagina van een krant, die enigszins rommelig zijn toetsenbord bedekt.
De voorpagina draagt de inmiddels roemruchte foto van Wouter Bos, gemaakt rond 2 uur ’s nachts tijdens wat intussen ‘De Nacht Van Balkenende’ is gaan heten, de nacht van 22 op 23 november: verkiezings- nacht 2006. Bos staart verbeten naar de grond, zijn teleurstelling en boosheid duidelijk zichtbaar. De foto is genomen enkele seconden nadat Bos zijn terugtreden als lijsttrekker van de PvdA bekendmaakte. Het was een dramatisch moment; TV-camera’s registreerden hoe zelfs de euforisch fuivende CDA-congregatie in Den Haag stilviel toen Bos live zijn aftreden bekend maakte.

En ongetwijfeld was heel Nederland even stil toen Bos naar de microfoon schreed in een doodstil Paradiso in Amsterdam. Het hoofd gebogen, de wenkbrauwen gefronst, zijn donkerbruine colbert enigszins verfrommeld, de boord van zijn witte bloes de vele, vele bezwete uren tonend. Ongetwijfeld hielden honderdduizenden mensen hun adem in terwijl Bos zijn hand op de microfoon legde terwijl hij zijn hoofd even oprichtte en hij met zijn ogen knipperde om de vele flitsen van fotocamera’s die zijn gezicht verbleekten te vermijden. De hand liet alweer snel de greep los, viel achteloos omlaag en gleed langzaam de rechterbroekzak van zijn pak in. Bos boog het hoofd weer en sprak de zinnen die sinds die avond eindeloos herhaald zijn op televisie, in kranten, op websites, op de radio.

“Laat ik beginnen met Jan Peter Balkenende te feliciteren met zijn campagne”, sprak Bos met een gebroken, doffe en tegelijkertijd schorre stem. “En uiteraard ook met zijn overwinning. Want het is duidelijk dat hij en het CDA gewonnen hebben, en wij niet. Nederland heeft gekozen, gekozen voor een toekomst die niet de mijne, die niet de ónze is. Maar het zij zo. De wil van de kiezer, uw wil, is duidelijk geweest vandaag. Ik heb gevochten, ik heb gestreden, ik heb samen met al die vrijwilligers, samen met al die mensen gevochten voor een rechtvaardig en sociaal Nederland. Het mocht niet zo zijn; we hebben vanavond duidelijk verloren. Nederland heeft vanavond verloren… Van 42 zetels in 2003 terug naar 37, dat is een verlies. Een verlies dat ik moet nemen, een verlies waarvoor ik verantwoordelijk ben” sprak hij, en hief zijn hoofd op naar het balkon van Paradiso. “En die ver- antwoordelijkheid neem ik. Ik vind dat dat niet anders kan. Daarom kondig ik aan dat ik per direct – nu – aftreed als lijsttrekker en leider van de Partij van de Arbeid. Ik, eh… Nou. Het ga u allen goed, en wie weet zien wij elkaar ooit weer. Misschien zelfs over enkele jaren al. Dus… Dat was het.” Daarna het verbeten gezicht, enkele seconden staand in een oorverdovende stilte, constante flitsen en zoemende TV-camera’s, en tenslotte de troostende arm van partijvoorzitter Van Hulten.

Diezelfde Van Hulten is deze dag, twee dagen na die nacht, niet erg spraakzaam, net zo min als Marco Esser, de jonge campagneleider die in een hoek in een stoel hangt. Esser vierde zijn finest moment in dezelfde functie tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van maart, toen de PvdA het CDA en de VVD in vele gemeenten wegvaagde. De kiezer had duidelijk tégen het zittende kabinet gekozen. Het was een totale afstraffing van het landelijke beleid geweest, iets dat nauwelijks te maken had met lokale politiek – daar was iedereen in ‘Den Haag’ het over eens geweest, on of off the record, van de SP tot de LPF. En Esser en Van Hulten dachten dat ze hetzelfde kunstje konden herhalen, met vrijwel dezelfde blauwdruk.

“Dat was dus niet zo”, zegt Van Hulten nu met een schorre stem. Hij leunt achterover, zijn handen gevouwen op zijn buik. Meestal is Van Hulten (hier gezien tijdens een interview vroeg in de ochtend van 23 november) rap met woorden en gewiekste kwinkslagen, maar de nederlaag heeft duidelijk zijn tol geëist. Daar kwam nog bij dat hij, sinds het aftreden en vervolgens verdwijnen van Bos, ongeveer 48 uur lang als enige de woordvoering moest doen voor de PvdA. Interview na interview, camerateam na camerateam, microfoon na microfoon, fotograaf na fotograaf: misschien heeft van alle PvdA’ers juist Van Hulten de afgelopen twee dagen nog wel het minst geslapen. Niet onwaarschijnlijk, gezien de wallen onder zijn ogen. En keer op keer op keer moest hij die ene pijnlijke vraag – “Hoe kón dit nou toch gebeuren, meneer Van Hulten?” – beantwoorden. En iedere keer weer leken pijn, verdriet en schuldgevoel door zijn gelaat te schieten.

En ook nu heeft hij duidelijk emotioneel moeite met de duiding. Hij zucht en terwijl hij de blonde Marco Esser aanstaart, die inmiddels zwijgend lijkt weg te zinken in zijn stoel en zijn pak terwijl hij zijn vingerkooitjes aandachtig bestudeert, steekt Van Hulten voor de zoveelste maal dezer dagen van wal.

“Het begon eigenlijk al veel, veel eerder”, begint hij. “Eind oktober, begin november kwamen de eerste peilingen binnen die aangaven dat het niet goed zat. Dat waren onze eigen peilingen, en trouwens ook de resultaten van onze eigen focusgroep-onderzoeken. Maar het beeld werd bevestigd door publieke peilingen, waaronder die van Maurice de Hond van begin november. En dat naar beneden afglijdend beeld in die publieke peilingen zorgde voor een geheel eigen momentum dat negatief voor ons was. Want toen al begonnen mensen natuurlijk te denken dat wij de verliezers zouden zijn, niet de winnaars. En dan krijg je sowieso al snel dat mensen jouw schip verlaten en op dat van een ander overspringen. De peiling van 10 november versterkte dat negatieve momentum alleen maar.”

“Sterker nog, dat was het breekpunt”, gromt het hoopje verfrommeld confectiepak met het pluk blond haar erboven opeens. “Toen ging het pas echt bergafwaarts. Vanaf dat moment was er eigenlijk niks meer dat we nog effectief konden doen, want we waren het momentum volledig kwijt”, mompelde Esser. “Hoewel, kwijt – we waren het eigenlijk al sinds eind oktober kwijt. Of eigenlijk, Wóuter was het toen al kwijt. Shit – nee, we waren het allemaal kwijt.” Terwijl Esser dit zegt wrijft Van Hulten zich in de ogen. “Mensen houden van winnaars. Daar willen ze graag bij horen, niet bij zogenaamde verliezers”, zegt hij, en slaakt voor de zoveelste maal tijdens het gesprek een vermoeide zucht.

Maar gaandeweg het gesprek blijkt voorzichtig dat toch ook veel aan Wouter Bos zelf te wijten was. “Hij luisterde soms helemaal niet, ging zijn eigen weg”, zegt Esser. “Ik begreep dat ergens natuurlijk wel, want hij was de leider, en soms nogal eigenzinnig. Hij had zo zijn eigen ideeën over hoe je een verkiezingscampagne moest leiden. En toen hij na het radiodebat van 29 oktober, toen Balkenende hem fel aanviel, zei dat hij zijn woorden in het vervolg zélf wilde voorbereiden, kon ik hem daar ook wel in volgen. Zéker toen hij, met inderdaad minimale voorbereiding van ons, het eerste grote televisiedebat won van Balkenende, zij het met minimaal verschil. We waren zó opgelucht, dat wil je niet wéten. Maar achteraf kun je stellen dat we ons teveel hebben gefocussed op die debatten, en te weinig op onze strategische opstelling. Want uiteindelijk zijn we gewoon niet duidelijk geweest over onze eigen opstelling, onze eigen strategie, onze eigen insteek – of eigenlijk, hoe wij van de PvdA een wérkelijk alternatief hadden kunnen zijn ten opzichte van het CDA. Dat hebben we laten weglopen, en wel naar de SP.”

Die hardop uitgesproken afkorting van de Socialistische Partij van Jan Marijnissen, eigenlijk dé Grote Winnaar tijdens de verkiezingen met 21 zetels (12 omhoog sinds de 9 zetels van 2003), doet Van Hulten direct kreunen. “Marco heeft gelijk”, zegt Van Hulten vervolgens na bijna een minuut lang zijn voorhoofd te masseren. “Dat was absoluut onze grootste fout. En ik zeg ‘ónze’, want we hebben de kracht van de SP danig onderschat. De dag van 22 november heet die van Balkenende te zijn maar éigenlijk had het ‘De Dag Van Marijnissen’ moeten heten, want hij is met zijn partij de feitelijke winnaar. Ten koste van ons. En dat zullen wij nooit vergeten.”

Esser stelt nog dat Bos en het campagneteam er van alles aan gedaan hebben om de “SP leeg te eten”, zoals hij het noemt, maar de via vele media uitgezonden ‘grap’ van Wouter Bos van 9 november vernietigde in één keer alle hoop om PvdA-stemmers weg – of terug – te halen bij de SP. “Toen Wouter zei dat hij misschien best met de VVD en GroenLinks wilde regeren… Dat deed de deur dicht”, zegt Esser nu. “Al die naar de PvdA neigende strategische SP-kiezers in de peilingen die misschien tóch nog op het laatste moment overgelopen zouden zijn naar ons, om de kans op een nieuw rechts kabinet onder leiding van Balkenende te minimaliseren, bleven vanaf dat moment echt ferm bij hun keuze voor de SP. Die waren we voorgoed kwijt. En misschien zijn we ze zelfs nu nog kwijt.”

Die kans lijkt klein met de aanstelling van de Amsterdamse burge- meester en voormalige staatssecretaris van Justitie Job Cohen als de nieuwe leider van de partij (hier gezien tijdens de persconferentie waarin zijn partijleiderschap aangekondigd werd op zaterdag 25 november). Cohen wordt volgens peilingen nog steeds gezien als “betrouwbaarder” dan Jan Peter Balkenende. De vraag is alleen, zeggen Van Hulten en Esser, wanneer die verkiezingen zullen zijn. “De ervaring leert dat een kabinet onder leiding van Balkenende vrij snel valt”, zegt Van Hulten met een grimas. “Dat klopt”, zegt Esser direct, en zowaar valt er vaag, heel vaag iets van een beginnende glimlach te ontdekken. “Dat opent dan weer perspectieven.”

“Perspectieven. Inderdaad”, zegt Van Hulten. “Maar dat maak ik niet meer mee.” Later zal hij mij vertellen dat de plotselinge druk op de enter-knop op het toetsenbord van zijn computer de ontslagmail verstuurde naar alle leden van de partijraad. Wat er precies in die mail stond? “Simpel,” zegt Van Hulten later. “‘Het was kut, ik kap ermee.‘”

Reacties niet toegestaan.