Categorieën
Analyses Megafoonpolitiek Verkiezingen Voorpagina

Campagne 2021: wachten op Godot

“Waar blijft de gamechanger?”, verzuchten journalisten, commentatoren en talkshowgasten dezer dagen. De verkiezingscampagne kabbelt voort maar er is tot nu toe niet één moment waarop alles op scherp wordt gezet en een tweestrijd opduikt die zorgt voor spanning en sensatie. Waarom? Omdat de VVD niet meedoet.

De verklaring daarvoor is doodeenvoudig. Er is één partij die hoog in de peilingen staat, de VVD, en bijna alle andere partijen hebben de strategie om te pogen te komen tot een tweestrijd met die partij. Het probleem: zolang de VVD zo hoog staat in de peilingen, ziet men daar geen enkele noodzaak om mee te gaan doen aan de strijd.

Hier is waarom.

Je gaat om twee redenen een conflict aan met een ideologische tegenpool.

De eerste reden is strategisch. Kiezers maken een keuze voor een partij uit hun ideologische keuzenset. Daarbij geldt: linkse kiezers maken doorgaans een keuze uit SP, Groenlinks, PvdA, Partij voor de Dieren en vooruit, een beetje D66. Rechtse kiezers kiezen uit VVD, CDA, PVV, FvD en, vooruit, een beetje D66. (De grootste electorale concurrenten voor de VVD zijn nog altijd CDA en D66; er is nauwelijks nog overloop tussen VVD en PVV of FvD.)

Wat je dan wilt, als je Jesse Klaver, Lilian Marijnissen of Lilianne Ploumen heet, is dat jij door linkse kiezers gezien wordt als de leider van het linkse blok, die de strijd aangaat met de leider van het rechtse blok. Die leider op rechts is, gezien het enorme verschil in de peilingen, heel duidelijk de VVD van Mark Rutte.

Zo ging het in de geschiedenis meestal; beide blokken die hun drakendoders aanwezen. Bijkomend effect is dat de twee drakendoders elkaar groot maken.

Zelden was dit mechanisme zo zichtbaar als in de verkiezingscampagne van 2012, toen het CDA op apengapen lag en de VVD op rechts boven kwam drijven. De VVD zocht actief eerst de SP op en toen die partij weer wegzakte in de peilingen, koos Rutte de PvdA als nieuwe grote vijand.

Debat na debat en TV-optreden na TV-optreden schilderde Rutte de PvdA af als een enorm gevaar voor het land, dat uit het Torentje gehouden moest worden. Op haar beurt deed de PvdA dat onder leiding van Diederik Samsom jegens Rutte. Gevolg: beide partijen zogen kiezers uit hun respectievelijke ideologische blokken naar zich toe, en de rest is geschiedenis.

Je kiest dus in eerste instantie niet je ideologische tegenstander op links of rechts om die een kopje kleiner te maken, maar om de concurrentie in je eigen ideologische blok leeg te zuigen.

Omdat de VVD al zo lang stabiel hoog staat in de peilingen, ontbreekt voor Rutte de drijfveer die tweestrijd aan te gaan, die dus als effect zou hebben het weghalen van kiezers bij de andere partijen in het rechtse blok. Die heeft hij immers al in zijn zak.

Daar komt bij dat de VVD, net als in 2017, geen reden ziet een linkse partij te helpen groot te worden. De VVD gaat logischerwijs liever formeren met andere rechtse of rechtsige partijen en al helemaal als dat betekent dat je die partijen uit de rechtse keuzenset – de concurrentie, immers – samen met jou opsluit in een coalitie zoals na de verkiezingen van 2017, en waar CDA en D66 nu duidelijk last van hebben.

Dus is het devies: geen gekke bokkensprongen, niet reageren, niet happen, boven de partijen blijven.

Om een voorbeeld te geven: het is nog maar twee jaar geleden dat Rutte pleitte voor het opheffen van de dividendbelasting. Dat moest écht, dat voelde hij in zijn vezels, anders zou Nederland leeg lopen. “Anders worden we een soort België”, riep hij ergens, daarmee bedoelend dat België eigenlijk geen grote nationale bedrijven meer heeft. Maar nu, nu bijvoorbeeld de PvdA volgens het CPB de lasten voor het bedrijfsleven met €42 miljard verhoogt, zwijgt Rutte.

In deze crisistijd komt daar nog eens bij dat Rutte nu wordt gezien als de crisismanager naar wie kiezers van rechts én links kijken als de man die het land door de crisis heen leidt. Nu een concurrent helpen groot te worden zou betekenen dat je zelf actief bijdraagt aan het creëren van een geloofwaardig alternatief.

Anders gezegd: als jij een winkeltje in potten en pannen runt, ga je geen reclame maken voor de overbuurman die ook potten en pannen verkoopt. Je zou wel gek zijn.

Profilering
De tweede reden voor de wens om een tweestrijd is de eigen profilering. Als je ideologisch verschilt met je tegenstander, dan wil je een strijd over ideeën om het contrast met die tegenstander te maken. Zo maak je voor de kiezer de keuze duidelijk, ook voor de langere termijn, want je maakt voor je eigen (potentiële) kiezer helder wat de verschillen zijn. Het helpt je profilering, kortom. Goed contrast maken doe je in felle zwart-wit-termen, dus je vergroot de verschillen uit.

Dat wordt lastig als je tegenstander gaat opereren in grijstinten, zich een beetje aan jou gaat kleuren. Sterker nog, als je tegenstander in debatten stelselmatig de verschillen minimaliseert en berustend zegt dat de verschillen helemaal niet zo groot zijn maar er hooguit sprake is van “verschil in accenten”, zoals Rutte doet. Dan wordt het moeilijk voor jou om dat contrast te maken – en is de keuze voor de kiezer dus ook diffuus.

Dus wat te doen? Eén suggestie zou kunnen zijn dat als de andere rechtse partijen echt de ambitie hebben om actief kiezers te proberen weg te halen bij de grote concurrent, zij de VVD links laten liggen en zelf actief proberen een tweestrijd te organiseren met, zeg, een linkse oppositiepartij, langs de hierboven beschreven lijnen.

Maar dat gebeurt ook niet echt. Als een voorstel uit het CDA-verkiezingsprogramma over de verkorting van de WW opeens nieuws wordt omdat lijsttrekker Hoekstra er op camera iets over zegt, springen de linkse oppositiepartijen daar bovenop, om bovengenoemde redenen: profilering en pogen een tweestrijd te forceren. Met name de PvdA daagt de oude ‘angstgegner’ CDA uit.

Maar ja: dan moet het CDA die handschoen wel oppakken en meedoen. De partij lijkt te twijfelen. Het CDA voert een defensieve strategie en gebruikt deze campagne om de naamsbekendheid en profiel van Hoekstra kleur te geven. Verder sorteert het voor op deelname aan Rutte-IV, met een gedegen aantal zetels dat niet veel afwijkt van wat de partij nu heeft. VVD en CDA wederom als het ‘motorblok’ waar D66 en nog een partij straks bij aan mogen sluiten. Wat voor nut heeft het dan een linkse oppositiepartij groot te maken in een tweestrijd?

Zolang de andere partijen blijven hengelen naar die tweestrijd met Mark Rutte – die er wat hem en zijn campagneteam dus niet komt – blijft het daarbij: lijsttrekkers die als een stel vissers langs de kant zitten, te wachten tot hun dobber ondergaat.

IJdele hoop. Grote vis Rutte gaat niet bijten.