in Analyses, Verkiezingen, Voorpagina

De VVD domineert omdat de anderen geen boodschap hebben

De VVD heeft iets heel slims voor elkaar gekregen: het heeft zich met succes de onderwerpen ‘banen’ en ‘begrotingstekort’ toegeëigend. Gaat het over die onderwerpen, dan wint VVD-leider Mark Rutte het debat nog vóór het begonnen is. Als het de andere partijen niet lukt om het onderwerp te veranderen, wordt Rutte op zijn sloffen premier.

Alle politieke partijen die niet ‘VVD’ heten trekken zich de haren uit het hoofd over de vraag: ‘hoe veranderen wij het onderwerp van gesprek?’ Ze proberen van alles. D66 en het CDA roepen opeens breekpunten uit, de PvdA van Job Cohen probeert het beeld van Cohen als fatsoenlijke leider te verbinden aan het onderwerp economie – Cohen als iemand die ‘fatsoenlijk bezuinigt’, of zoiets – en Jan Peter Balkenende heeft gewoon helemaal géén boodschap en probeert de VVD maar af te schilderen als ‘te rechts’ en de PvdA als ‘te links’.

Maar de kracht van Rutte is niet het probleem, de partijen zélf zijn het probleem. Zij hebben op het onderwerp economie eenvoudig niet zo’n kraakheldere boodschap kunnen neerzetten als de VVD, die vanaf dag één niet bang was om de meest extreme posities in te nemen op het vlak van bezuinigingen en saneringen. Die duidelijkheid appelleert, de onduidelijkheid doet de aanhangers van de andere partijen twijfelen.

Associaties
Hoe goed het de VVD gelukt is? Ga zelf maar na. Maak je hoofd even leeg. Denk even aan andere dingen, alles behalve politiek. Neem een paar seconden de tijd.

Kop leeg? Klein testje: ik noem namen van lijsttrekkers. Bedenk bij iedere naam, snel achter elkaar, welke boodschap jij direct met de naam associeert.

  • Mark Rutte.
  • Job Cohen.
  • Jan Peter Balkenende.

Ik gok er een goede fles wijn op dat veruit de meesten onder jullie bij het zien van de naam Mark Rutte dachten aan economie, banen en/of bezuinigingen. Bij  Job Cohen iets van leiderschap, rust, kalmte, boel bij elkaar houden, thee drinken misschien. Bij Jan Peter Balkenende zeer waarschijnlijk iets in de sfeer van ‘mislukt’, ‘gefaald’, ‘drie kabinetten laten vallen’ of ‘weet niet’.

Hoe dan ook dachten de meesten onder jullie bij Cohen en Balkenende niet onmiddellijk aan ‘economie’ of ‘banen’, en dáár zit de crux. Want op dit moment overheersen de economie en de vraag ‘hoe moet het nu verder’ de gedachten van de meeste kiezers. Willen Cohen of Balkenende een kans maken om hun partij tot de grootste te maken, dan zullen ze op het onderwerp ‘economie’ met een kraakheldere boodschap moeten komen.

Compassie
Misschien dat de partijen, bij gebrek aan kennis, maar eens over de landsgrenzen moeten kijken. In 2000 won George W. Bush de verkiezingen door zichzelf een ‘compassionate conservative’ te noemen. Conservatieven zijn – in de Amerikaanse context en even plat gezegd – harde, rechtse bezuinigers die weinig op hebben met de armen.

Door zichzelf een conservatief met compassie voor de armen en het milieu te noemen, neutraliseerde Bush effectief veel weerstand tegen zijn persoon. Rutte doet nu exact hetzelfde door glashard te zeggen dat de VVD sociaal is en zorgt voor de sociaal zwakkeren, ook al bewijzen zelfs de eigen berekeningen van de effecten van het VVD-verkiezingsprograma naar aanleiding van de beruchte Netwerk-uitzending dat bijvoorbeeld bijstandsmoeders er in inkomen op achteruit gaan.

Dat is het onderwerp waar de andere partijen, vooral ter linkerzijde, nog zetels op kunnen winnen: het sociale verhaal. Als het hen lukt de VVD neer te zetten als een asociale partij die ‘bijstandsmoeders pakt’, kunnen zij zichzelf profileren als partijen die zorg dragen voor méér dingen dan alleen de economie.

Maar dat neemt nog steeds niet weg dat die partijen op dit moment geen appellerende boodschap hebben. Dat is iets waar zij zich ernstig zorgen om moeten maken. Bush en de zijnen lukte het immers ook om jarenlang de Amerikaanse politiek te domineren omdat het de Democraten ontbrak aan een boodschap: voorwaar een angstbeeld van jewelste voor Cohen, Halsema, Balkenende, Pechtold en Roemer.

Update: Om aan te geven hoe groot het probleem vooral aan de linkerkant is, bladerde ik in mijn geschiedenisfavorites terug naar de verkiezingen van 1998. Toen scoorde de VVD in de Tweede Kamer 38 zetels en het CDA 29. De Christen- democraten deden het toen zelfs nog iets beter dan ze dezer dagen doen, met tussen de 23 en 27 zetels in de peilingen.

Maar kijk eens: de PvdA behaalde toen een monsterscore van 45 zetels, D66 14, Groenlinks 11 en de SP 5. Het verschil tussen toen en nu: Geert Wilders. Tussen 2002 — de opkomst en dood van Fortuyn — en nu gingen PvdA-stemmers achtereenvolgens via de Fortuyn/LPF naar de SP en toen – gedeeltelijk – door naar Wilders. Deze verkiezingen vloeien zelfs kiezers van Wilders naar de VVD van Mark Rutte nu hij steeds het sociale profiel van zijn partij benadrukt.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op DeJaap.nl

  1. Rutte prijst z’n beleid aan als een stofzuigerverkoper.
    Deze is het best, het klopt, het veegt het zuigt.
    Kort de uitkeringen, saneer de overheid en klaar is kees.
    Garantie verlenen doe ik niet.

    Ik denk dat deze eenvoudige boodschap ook daarom zo’n succes heeft, doordat de Nederlandse kiezer na 25 jaar neo-liberalisme en daarbij behorende markt-schema’s en markt-taalgebruik, zo langzamerhand gedraagt als klant. Een klant die moet kiezen tussen de verschillende imago’s van producten en campagnes, en die gaat voor de beste uitstraling.

    Je ziet dat ook aan een veel reacties op het stuk van Prof Dr. Bas Jacobs, gisteren op DeJaap. In verschillende bewoordingen wordt daar gezegd: “Hou eens op man, ze hebben toch een goed verhaal, waarom is het nou zo erg dat de VVD liegt over de gevolgen van haar plannen. Als je voor de VVD gaat kan je toch weten, dat dat vooral aan de bovenmodalen ten goede komt?”
    De kiezer als klant die weet dat in reclames alles wat mooier wordt voorgesteld dan het is en dat het normaal is dat je zo af en toe belazerd wordt.

    Met verkiezingen waarover het hier gaat zou dat alles wat mij betreft niks te maken mogen hebben. Hier zou het moeten gaan om de burger die zijn vertegenwoordigers -mandaat- verleent om namens hem, een afgesproken taak te verrichten. De gemandateerde handelt a.h.w. in opdracht van de mandataris = de burger.

    Burgers die op het punt staan mandaat te geven aan een politicus die er onduidelijkheid over laat bestaan wat de gevolgen zullen zijn als ie het mandaat krijgt, staan op het punt niet minder dan een deel van hun rechten af te staan.
    Ze kiezen dan met de onderbuik van de klant, in plaats van te kiezen met het hart en verstand van de vrije redelijke mens. En ze ontlopen hun verantwoordelijkheid zichzelf en hun medeburgers recht in de ogen te kijken voordat ze hun keuze maken.
    Misschien vindt men dat nog het meest aantrekkelijk.

Reacties niet toegestaan.