Categorieën
Analyses Megafoonpolitiek Verkiezingen Voorpagina

Het succes van Volt? It’s the message, stupid!

Even aan ‘t twitteren en iemand komt – voor mijn gevoel – met knallende deuren mijn DMs binnenvallen. Of ik kort & bondig het succes van Volt wil verklaren. En snel graag. Ik vertel wat ik denk dat ‘t ‘geheim’ is. Er wordt enigszins geprikkeld gereageerd, blijkbaar voldoet de verklaring niet aan de verwachtingen en net zo snel is het weer stil. Ik snap de ergernis niet, want het (virtuele!) succes van een partij als Volt (of JA21, of zelfs FvD in de ‘oude’ tijd) is toch niet zo heel moeilijk te verklaren?

Allereerst: message, message, message. Je kunt een enorme zak geld hebben en surrogates en daar op alle kanalen voluit mee op het orgel gaan, maar als je inhoud van je boodschap niet aanslaat bij de ontvangers, dan ben je alsnog weg. Voorbeelden te over.

De boodschap van Volt is heel helder, en waarom en dát die aanslaat is ook duidelijk. Hoe weten we dat? Door te luisteren naar wat de (veelal jonge mensen) die op hun eigen socials steun uitspreken aan de partij zeggen over die boodschap.

Andere partijen, en zelfs normaal zulke pro-EU-partijen als D66, laten het onderwerp ‘Europa’ in nationale verkiezingen omzichtig links liggen. Dat is niet zo gek; elk kiezersonderzoekbureau dat zij inhuren, adviseert ze dat te doen.

‘Europa’ is ten eerste geen stemmentrekker – het leeft gewoon niet zo bij de meeste mensen, als onderwerp – en ten tweede kan het zelfs tegen je werken, is de analyse. Als je achterban verdeeld is over Europa, bijvoorbeeld. Het laatste wat je wilt in een campagne is zelf een wedge issue creëren en daarmee kiezers bij je wegjagen. Dus dan zwijg je er maar over en praat je over onderwerpen die volgens kiezers wél heel belangrijk gevonden worden.

Volt’s sweet spot
En precies dat, Europa, is het gat waar Volt vol in springt.

Voor deze kiezers is de Europese Unie de normaalste zaak van de wereld. Ze zijn letterlijk opgegroeid met de blauwe EU-vlag. Ze voelen zich Europeaan want zijn veelal in de gelegenheid (geweest) om door heel Europa te reizen. Sterker, velen van hen voelen zich eerst Europeaan en dán pas Nederlander.

Het is niet zo gek dat juist de jongere, hoogopgeleide kosmopolieten en post-materialisten van een post-ideologische generatie zich niet laten weerhouden door labels als ‘socialisme’, ‘liberalisme’, ‘links’ of ‘rechts’. Het zegt de meesten van hen gewoon weinig. Het is heel grappig om een Volter te vragen of hij of zij nou links of rechts is. De vertwijfeling op het gezicht die je dan ziet is niet gespeeld. Die is echt.

We zien het overal. In de VS is een nieuwe generatie kiezers opgestaan die eerst moet opzoeken wat je bedoelt als je denkt hen te beledigen door “socialist!” tegen ze te roepen. Voor pa en opa een scheldwoord maar nu, anno 2021, met generaties die geboren werden na de val van de Muur? In Groot-Brittannië idem dito, in Frankrijk doet het linkse La France Insoumise ook goede zaken onder jongeren die zichzelf niet als gauchistes beschouwen, enzovoort enzoverder.

Hoger opgeleide post-materialisten en kosmopolieten vinden elkaar dus in breed gedeelde sociale waarden, zonder dat er ideologische bagage aan kleeft.

Mensen een basisinkomen geven, de Co2-uitstoot op radicale wijze verminderen (want hállo, zíj moeten hier nog hun hele leven door op deze aardkloot!), belastingontwijkende multinationals aanpakken, vluchtelingen opvangen, één winstbelasting voor bedrijven in de EU, de verhuurdersheffing afschaffen, volgaarne ook voor hen nog iets wat lijkt op een pensioenregeling zoals pa & ma die hebben: allemaal zaken die deze jonge post-materialisten en kosmopolieten doodnormaal vinden.

‘De overheid, ja. Wie moet het anders doen?’
En de overheid als partij die de samenleving inricht en vormgeeft: ook de normaalste zaak van de wereld. Wie moet het anders doen? Het argument dat een basisinkomen ‘links beleid!’ is en dat je met één pan-Europese winstbelasting voor bedrijven (die nationale belastingen vervangt) de zeggenschap over dat instrument ‘weggooit’ door het in Brussel neer te leggen? In Brussel neerleggen – ja, dat is precies wat Volt wil.

Ideologen? Nee dus. Oké, wel qua Europa. Maar vooral wel heel erg bevlogen, in beide betekenissen van het woord.

Volt, de anti-FvD
En dan speelt er nog wat. Het is ook deze groep kiezers die allergisch is voor alles waar die ándere jonge partij voor staat: Forum voor Democratie, de partij van nihilistische hedonisten en nieuwe conservatieven. Zij en de post-materialisten en kosmopolieten hebben zeer weinig met elkaar op. Thierry Baudet’s ideeën staan letterlijk op alle punten lijnrecht tegenover die van Volt. En dan is hij ook nog eens een bezield anti-Europeaan.

In 2019, wanneer Volt zich roert in Nederland en Baudet op het hoogtepunt van zijn populariteit is, klagen leidende Volters dat partijen in de Tweede Kamer zich te weinig tegen hem uitspreken. Volt Nederland toont zich wel uitgesproken anti-Baudet, op het militante af. De partij is net zo uitgesproken pro-EU-and-damn-the-consequences als dat het zich verzet tegen Baudet. Ook op dit punt vinden Volt en op social media actieve progressieve, bekende Nederlanders elkaar. Inderdaad, lieden als Sander Schimmelpenninck, met veel volgers. Hij haat de term maar noem hem gerust een influencer.

De partij heeft weinig geld maar het geld dát het heeft, stopt het in paid media. Dat moet ook wel, want helemaal aan het begin – 2019, als Volt meedoet aan de Europese verkiezingen – wordt de partij toch gezien als een sideshow. Het doet allemaal een beetje knullig aan, met grappige dingetjes als ‘boksdebatjes’ op een paars springkussen zomaar op een plein ergens, hopend op wat media-aandacht.

De Volters schrikken er niet voor terug heel gericht herrie maken voor de partij op universiteiten, hogescholen en andere plekken waar post-materialistische en kosmopolitische post-ideologen als zijzelf samenkomen. Dit blijft alleen wat buiten het zichtveld; de Volt-activiteiten vinden gericht op de socials plaats.

En dat helpt: je peers benaderen jou, in een gedeelde omgeving. De drempels zijn laag.

Enter Volt: hoe dan?
Dus juist bij deze mensen komt in deze campagne van 2021 Volt weer hun socials binnenvallen met een onomwonden pro-EU, anti-Baudet-boodschap. Sterker, het logo van Volt bestaat uit de partijnaam in het midden van de sterren uit de EU-vlag.

De boodschap wordt door de doelgroep opgezogen als water in een woestijn. Hij sluit welhaast naadloos aan op de zienswijzen van de jonge post-materialisten en kosmopolieten. En dan wordt de boodschap ook nog eens met gestrekt been gebracht. Niks geen campagnekramp of terughoudendheid, nee: bam, erin. What’s not to like?

Qua bravoure doet Volt niet onder voor een FvD en dat vinden redacties blijkbaar ook heel verfrissend en aantrekkelijk. In 2019 wordt al aardig wat aandacht besteed aan dat gekke groepje jongeren in hun paarse T-shirts, zoals in NRC.

Aan de lijsttrekker Laurens Dassen kan het niet liggen, want die is vrijwel onbekend en sterker, de lijsttrekker vindt zijn rol ook niet heel belangrijk. Dat herhaalt hij ook steeds en hij meent het. Wat Volt straks gaat doen, met de ‘schamele’ 2 of 3 zetels? Onderwerpen agenderen!, roept Dassen steevast. Ook hier realiteitszin en bescheidenheid, de inhoud bevlogen voorop. Dat past als een deksel op een potje voor kiezers die het sowieso niet zo hebben op lijsttrekkers die zichzelf heel belangrijk maken en het liever over de inhoud hebben.

Oud geld, nieuw geld
Sympathiserende ondernemers steunen Volt – met een opvallend aantal uit de financiële wereld, zoals vermogensbeheerders, investeerders en mensen uit de wereld van het ‘oude’ geld. Dat is niet heel verrassend als je kijkt uit welke kringen sommige leidende Volters komen. De vorige partijvoorzitter van Volt Nederland – en nu partijvoorzitter van Volt Europa – bijvoorbeeld heet Reinier van Lanschot. Ja, die van Van Lanschot Bankiers.

Maar ook die bijdragen van ondernemers blijven bescheiden. Aan het begin van de campagne voor deze Kamerverkiezingen moest Volt het doen met een oorlogskas van €55.000, armoedzaaiers vergeleken met de miljoenen die andere partijen uitgeven. En dan heb ik het nog niet eens over de €1 miljoen die D66 kreeg en de €350.000 die naar de Partij voor de Dieren ging, allemaal uit de zak van één bevlogen ondernemer.

Een ander niet-zo-geheim ingrediënt is: Volt is niet D66. Het heeft geen geschiedenis of beladen verleden, en dat maakt dat ook VVD’ers als Jan Driessen (PR-man, tot recent communicatieadviseur van oa Mark Rutte) en ex-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn makkelijker publiek hun steun aan Volt uitspreken.

Het is ook gewoon een clubjes-ding. Veel VVD’ers voelen zich toch een beetje vies als ze zich openbaar inlaten met D66, dat clubje waar – laten we eerlijk zijn – door wel meer partijen al decennia op neergekeken wordt. Het zou ook scheve gezichten opleveren van peers op de donderdagavond bij Hoppe of op ’t terras van het Okura Hotel. Alsof je al 30 jaar in Rotterdam woont en voor Feyenoord bent, en je op een dag aankondigt dat je voor PSV bent terwijl al je oude Feyenoord-vrienden toekijken. Dat gevoel. Dat is er bij Volt niet. Het is nieuw, onbeladen.

Dus, samenvattend: Volt bedient een doelgroep die door de andere partijen nauwelijks bediend wordt en dat met een ongenuanceerde, positieve boodschap die goed aansluit op wat die doelgroep wil horen. En ja, onder die doelgroep van post-materialisten en kosmopolieten vallen ook veel journalisten. Daarbij maakt het gebruik van een goed netwerk en zet het, ook wel een beetje noodgedwongen vanwege weinig geld en nu natuurlijk ook corona, vol in op social media-kanalen waar juist het overgrote deel van hun doelgroep zich bevindt.

Blijven er nog één vraag en één uitdaging over.

Ja, Volt, Volt en nog eens Volt in de media en overal. Maar hoe groot is die doelgroep van post-ideologische post-materialisten en kosmopolieten eigenlijk? Er is een kans dat die niet zo heel groot is. Dan wordt Volt ook gewoon één van de nieuwe partijen in het pantheon van de doorzettende fragmentatie in de politiek. Dat wordt dus afwachten.

En dan de uitdaging, die op de vraag volgt. Goed, Volt weet zich dus nu in de kijker te spelen, ook al omdat daar bij gebrek aan een tweestrijd tussen links en rechts ruimte voor is in het speelveld. Maar hoe straks verder, als de partij in de Tweede Kamer zit? Hoe gaat de partij zich dan onderscheiden van Groenlinks en D66?