in Featured, Verkiezingen

Wilders niet eerlijk tegen zijn kiezers


Alle politici maken de waarheid mooier dan hij is om stemmen te trekken. Maar Geert Wilders maakt het wel erg bont. Hij is de nieuwe autoverkoper in de straat die een benzineslurpende Hummer tegen maandelijkse afbetaling met nul procent rente aanbiedt. “Crisis? What crisis?”, zegt hij met een innemende glimlach, en laat zijn hand glijden over de glanzende lak.

Verderop in de straat zitten de andere dealers. Ze zitten er al jaren. Ze hebben al een tijdje goedkope Skoda’s, saaie Peugeots, familie-Renaults en zuinige Toyota Priussen in de etalage. De welkomstbalies van hun showrooms hebben al jaren dezelfde, afbladderende verf, en hier en daar hangt een stofweb in de hoek. Goedkope maandelijkse financiering is even niet mogelijk, zeggen de verkopers, want er is nu eenmaal een kredietcrisis.

En er komt een nóg grotere crisis aan, dus de dure Ferrari’s zijn voorlopig niet verkrijgbaar en de Mercedessen gaan er binnenkort ook uit, want de toko moet wel blijven draaien en dure Mercedessen kopen gaat moeilijk als de klanten geen geld hebben.

In het wereldbeeld dat Wilders zijn kiezers voorhoudt is er geld te over, zijn alle andere autodealers onbetrouwbaar, en is het helemaal niet nodig dat de dure auto’s uit de catalogus gehaald worden.

Integendeel, al wat hoeft te gebeuren is dat er wat minder vaak onderhoud gepleegd wordt aan het bloemenperkje buiten de showroom. Dat bespaart al op de kosten, stelt Wilders. De toiletten schoon laten maken, dat kan best één keer per week.

De grote ramen laten lappen, welnee – de glazenwassers komen doorgaans toch uit Polen, die willen we niet. Dat het de ondernemers zijn die die Polen halen in plaats van dat ze kiezen voor duurdere Nederlandse werklozen, ach. Dat mag geen naam hebben.

Dankzij bezuinigingen op dit alles kunnen mensen gewoon Hummers, Maserati’s, Ferrari’s en Maybachs blijven kopen, en dat tegen dezelfde kredietvoorwaarden als 20 jaar geleden.

Zijn showroom wordt steeds drukker. Meer en meer mensen ergeren zich aan de andere autodealers, die jarenlang BMW’s en Ferrari’s in de etalage hadden staan, maar die nu overgestapt zijn op de zuiniger, goedkopere modellen. Ze zijn blij een nieuwe autodealer te hebben gevonden die de beloften van 20, 30 jaar geleden weer herhaalt.

Maar er zijn zaken die Wilders zijn klantenschare niet vertelt. Omdat hij ze niet ziet aankomen, ze niet snapt, of ze het liefst gewoon verbloemt.

Veel van de werkgevers van zijn klantenschare hebben hun productie verplaatst naar andere oorden. De vette banen zijn verdwenen, of verdwijnen nu. Het aantal klanten dat auto’s op de pof wil blijven kopen, neemt toe. Wilders accepteert schuldbriefje na schuldbriefje, stukjes papier die hij ‘s avonds, als er niemand is, op de berg schuldpapier in de enorme kelder gooit. Het bezuinigen op de plantsoenendienst en de schoonmakers was niet genoeg; de kosten blijven te hoog.

Zuchtend drukt Wilders de deur van de kelder dicht. Het wordt steeds moeilijker de deur in het kozijn te krijgen, de berg schuldpapier weegt zwaar. Maar hij kan niet aan zijn klanten zeggen dat het allemaal minder moet worden.

Want dan wordt hij net als die andere autodealers, die de waarheid soms ook wat mooier maken dan hij is, maar die daardoor nu even minder klanten hebben dan hij – omdat hij de waarheid niet vertelt.