Het eindresultaat geldt – altijd.

In de politieke communicatie gaat het uiteindelijk om het verhaal zoals dat in de media of elders verschijnt. Het echte verhaal, waar het ooit mee begon, kan anders zijn. De insteek is veranderd of de framing pakt totaal anders uit. Ook ik krijg wel eens het verwijt dat ik iets niet goed gezien heb, want “het zit anders”. Welnu, beste klager, dat maakt niet uit: als het anders in de krant komt dan jij wilde, dan is het ergens dus fout gegaan. En sorry, daar ben jíj toch echt verantwoordelijk voor.

Ik ben niet zo van de persoonlijke noten. Maar er moet mij in zijn algemeenheid nu toch iets van het hart.

Ik krijg soms verwijten uit politiek Den Haag of uit Amsterdamse politieke kringen dat ik “iets niet begrepen heb”, of “ernaast zit”, of dat ik iets tweet en dan een bozig privé-berichtje krijg met de mededeling “dat het écht helemaal anders zit!” Regelmatig met een toegevoegd verwijt dat “juist iemand als jij toch beter zou moeten weten!” Politieke verslaggevers herkennen dit vast.

En natuurlijk, ik zit er heus wel eens naast. Dat ik iets ingefluisterd heb gekregen of op een andere wijze iets vernam en dat ’t later toch nét iets anders bleek te zitten. Kan gebeuren. Maar voor de oningevoerden is het misschien handig om te weten dat ik júist kijk naar de eindresultaten. En ja, die kunnen dus anders zijn dan de bedenker ooit bedacht had.

Ik lees en neem doelbewust de informatie tot mij zoals de leek die informatie ook krijgt. Dat is, aan het einde van de dag, de enige manier om te beoordelen of een partij of politicus de politieke communicatie rondom een project, idee, voorstel of (al dan niet zelf ingestoken) rel goed voor elkaar heeft.

Als voorlichter voor een politieke fractie waakte ik er ook altijd voor mij te laten indoctrineren door wat er onder de stolp gebeurde op die ene vierkante kilometer. Voor je het weet is de perceptie die onder die stolp leeft leidend en verlies je het zicht op hoe zaken ‘buiten’ zouden kunnen vallen. En ja, dat leverde soms best discussies op. Ieder zijn vak.

Om bij het voorbeeld van een wetsvoorstel te blijven: als je een voorstel op tafel legt waarvan jij als politicus vindt dat het belangrijkste in de eerste alinea staat, maar media (wie zij ook zijn) vallen vooral over wat in de derde alinea staat en vergroten dat in hun berichtgeving uit, waardoor jouw voorstel na een dag gedoe en “#OPHEF!!!1!” in het water valt, dan heeft in die derde alinea waarschijnlijk iets gestaan dat veel interessanter was. En ben jij als bedenker – of je medewerker van voorlichting – daarop niet aangeslagen.

Dan kun je vervolgens mensen die over dat dingetje uit alinea 3 berichten persoonlijk uit gaan foeteren, maar de conclusie blijft: you fucked up your message control. En tja, juist in die message control zit hem de moeilijkheid en voor mij – nerd die ik ben – datgene waar ik op focus.

Dit geldt in het bijzonder voor framing. Als je iets roept over bijvoorbeeld vluchtelingen en de volgende dag berichten media, Twitteraars, bloggers en wat niet al het door het prisma van een andere partij en wordt juist jouw partij afgezeken? Dan heb jij waarschijnlijk iets verkeerd gedaan en het Kamerlid van die andere partij juist iets heel goed.

Je kunt dan zo hard als je kunt roepen dat mensen maar naar pagina huppeldepup van de handelingen uit het AO van 3 februari 2013 moeten kijken om te zien hoe het echt zit, dat heeft dan echt geen zin meer. Het is te laat, je hebt het zelf verkeerd ingestoken, het tegenframe heeft pootjes gekregen en het jouwe niet. Jammer, even laten rusten, een paar nachtjes slapen en terug naar het tekenbord.

Om Bismarck te parafraseren: in de politieke communicatie gaat het uiteindelijk niet om de ingrediënten van de worst, maar om hoe de worst gepresenteerd wordt.