in Analyses, Formatie, Meningen, Voorpagina

Mag het CDA-congres echt beslissen?

Komend weekeinde komt het CDA in congres bijeen om te stemmen over het regeer- en gedoogakkoord met de VVD en de PVV. Maar wordt het wel een ‘eerlijk’ congres, of gaat het CDA de PvdA en D66 achterna? Mogen de CDA-leden bijvoorbeeld stemmen over de principiële vraag of samenwerking met de PVV gewenst is?

Partijcongressen vormen naast verkiezingen één van de hoogtepunten van de vertegenwoordigende democratie. Leden van een partij mogen dan richting geven aan wat hun gekozen vertegenwoordigers wel of niet mogen doen. Maar die gekozen vertegenwoordigers en hun vrienden in het partijbestuur weten vaak wat beter is voor de leden dan de leden zelf. Congressen worden daarom nogal eens gemanipuleerd.

Het CDA-congres wordt cruciaal. De CDA-leden mogen zich volgens het partijbestuur uitspreken over regeren met de VVD en de PVV, meldt het CDA-partijbestuur.

Maar is dat wel zo?

Kijken we naar de woorden van interim-partijvoorzitter Henk Bleker, dan lijkt dat juist níet zo te zijn. Zie de laatste alinea hier op de CDA-website, waar een kort vraaggesprekje met Bleker staat. Daar zegt hij:

“U kunt op het partijcongres uw mening geven over het concept-coalitieakkoord, het concept-gedoogakkoord en een voorlopig oordeel van de fractie hierover… Het bestuur zal zijn mening van tevoren bekendmaken en in een resolutie aan het partijcongres voorleggen. Dan volgt er discussie, met elkaar en met de onderhandelaars en het bestuur.”

De leden mogen van Bleker dus hun mening geven over de door CDA-onderhandelaars bereikte resultaten. Wat mist hier? Juist: de centrale vraag of het CDA überhaupt moet willen samenwerken met de PVV. Dát het CDA met de PVV wil samenwerken is gezien de vraagstelling kennelijk een uitgemaakte zaak, voor de leden besloten door (een deel van) de CDA-fractie in de Tweede Kamer en het partijbestuur. Daarmee kiest het partijbestuur ogenschijnlijk nu al een kant. Het ligt in de rede dat je zo’n principiële vraag ook opvoert.

Dat terwijl er leden van de CDA-fractie zijn, zoals Kathleen Ferrier, die samenwerking met de PVV ten principale uitsluiten vanwege bepaalde principes die de PVV er op na houdt. Mensen als Ferrier kijken niet direct naar de in deze periode bereikte onderhandelingsresultaten met de PVV, maar wijzen op hoe de PVV naar Nederland kijkt, en hoe de PVV wil dat er met bepaalde bevolkingsgroepen wordt omgegaan. Demissionair CDA-minister Ernst Hirsch Ballin heeft zich in het recente verleden uiterst kritisch uitgelaten over de kern van het gedachtengoed van de PVV en wil spreektijd tijdens het congres.

Volgens onderzoek is het CDA als partij diep verdeeld. Een deel van de CDA-leden wil samenwerking puur afwegen op basis van het bereikte handelsresultaat. Dat is, blijkens de uitspraken van Bleker, ook de lijn die het partijbestuur heeft gekozen. Het bestuur versterkt dat idee door de mogelijkheid van een principiële motie niet expliciet toe te laten.

Een ander deel van de leden wijst die samenwerking uit principe af. Met dat niet onaanzienlijke deel van de leden – volgens het aangehaalde onderzoek 38% – houdt het partijbestuur gezien de vraagstelling geen rekening.

Bovendien is de manier waarop de partijleiding omgaat met de mogelijke reactie van de leden verdacht. Die doet denken aan hoe de PvdA en D66 in het verleden om gingen met moeilijke kwesties die het kader in Den Haag niet goed uit kwamen in verband met pragmatische zienswijzen over omgaan met de macht en andere partijen op de 1 vierkante kilometer van het Binnenhof.

Blijkens deze uitleg vanuit het CDA-partijbestuur over de inhoudelijke voorbereiding van het congres, krijgen de leden bijzonder weinig tijd om een goede inhoudelijke reactie voor te bereiden op de bereikte akkoorden, de mening van de fractie (is die überhaupt eensgezind?) en de resolutie die het partijbestuur in reactie op de akkoorden voorlegt aan de leden.

Als motivatie zegt het partijbestuur op de CDA-site: “Deze korte doorlooptijd is nodig om het formatieproces niet lang te vertragen.” De vraag of het CDA voor de komende jaren moet gaan samenwerken met de PVV, qua inhoud een cruciale vraag, wordt dus door het partijbestuur ondergeschikt gemaakt aan de factor tijd. De indruk zou zomaar kunnen ontstaan dat de partijleiding een beslissing gauw door het congres wil jassen.

Dat terwijl onder andere Maxime Verhagen meerdere malen heeft gezegd dat de onderhandelingen over de akkoorden pas klaar zijn als zij klaar zijn. Maar de leden moeten wachten tot het partijbestuur op vrijdagmiddag de positieve resolutie heeft voorgelegd, waarna de leden op vrijdagavond nog gauw in vergadering bijeen moeten komen en dan één nacht de tijd hebben om zich een mening te vormen.

Over resoluties van het partijbestuur: dat is in het verleden vaker een manier geweest om congressen naar de hand te zetten. Die wegen zwaar tijdens congressen; het gebeurt zelden dat een congres in gaat tegen zowel de mening van de gekozen vertegenwoordigers als het partijbestuur. Tegelijkertijd is het, zover dit blog kan achterhalen, nog nooit gebeurd dat een partijbestuur de onderhandelaars terugstuurde naar de onderhandelingstafel.

Maar zelfs in het partijbestuur zijn de meningen verdeeld. Hannie van Leeuwen is tegen samenwerking met de PVV. Hoe ‘unaniem’ is dan nog de resolutie van het partijbestuur die straks voorgelegd wordt aan het congres? En over unanimiteit gesproken: die mening van de fractie, waar de leden over mogen stemmen. Is die ook ‘unaniem’, of vertegenwoordigt die een meerderheid van de fractie? Zal het stuk, waarin die mening opgenomen is, de leden ook melden of er fractieleden zijn die niet instemmen met de samenwerking? Zo nee, waarom niet?

CDA-campagneman Michael Sijbom heeft inmiddels op twitter laten weten dat de mening van de fractie niet unaniem hoeft te zijn.

De voorbereiding van het CDA-congres roept nu al veel vragen op. Voor een correct democratisch proces, waarin de leiding van een politieke partij rekening houdt met de meningen van álle leden, zou het goed zijn als de CDA-leden erop aandringen dat het formatiecongres nog een klein weekje wordt uitgesteld, en dat bepaalde vragen, zekere informatie en cruciale moties openlijk aan het congres kunnen worden voorgelegd.