in Featured

Dijksma hard – maar mist essentie

Het rapport van de commissie van Sharon Dijksma naar de Europese verkiezingsnederlaag was hard. En legde de vinger op de zere plek. En toonde open zenuwen aan. En verklaarde veel van wat mis ging. Prima, dat doen alle PvdA-onderzoeken naar verkiezingsnederlagen. Maar het rapport mist toch weer die noodzakelijke ingrediënten die zouden leiden tot succes: afrekenbaarheid, meetbaarheid, persoonlijke verantwoordelijkheid en visie.

Rapporten te over in de PvdA. De ‘Schuivende Panelen, ‘De Kaasstolp aan Diggelen’, ‘De Scherven Opgeveegd’ en nu dan de titelloze brief aan de partijleden van Dijksma & co. En ook deze brief legt feilloos uit waar het mis ging, waarom de PvdA op 4 juni zo zwaar de Europese verkiezingen verloor.

Maar ook deze keer laat een PvdA-commissie de kans op succes, op een goede uitvoering van de aanbevelingen liggen.

Wat Dijksma had moeten doen, was een aantal concrete aanbevelingen doen en eisen dat daar binnen korte tijd mensen voor aangesteld worden die de aanbevelingen uitvoeren in beleid. Sterker, ze had mensen kunnen aanwijzen om die rol op zich te nemen. Daarmee bind je persoonlijke verantwoordelijkheid aan meetbare resultaten.

Te vaak beamen PvdA’ers in leidende posities wat een commissie meldt, en gaan vervolgens over tot de orde van de dag — tot de volgende verkiezingsnederlaag. Waarom? Omdat men hoopt dat de volgende verkiezingen weer een winst opleveren, zodat het navelstaren en intern kritisch zijn als sneeuw voor de zon verdwijnt. Maar dat gaat nu niet meer gebeuren.

Er is werk aan de winkel, stelt Dijksma eigenlijk. Nou, fijn. Maar wie kan over een jaar worden afgerekend als de PvdA een monsterverlies lijdt in de gemeenteraadsverkiezingen, na de monsterzege in 2010? Niemand. Ja, Wouter Bos misschien. Die zal moeten aftreden als partijleider, net als Liliane Ploumen waarschijnlijk haar voorzittershamer neerlegt. Maar dan treedt het aloude PvdA-mechanisme in werking: de verantwoordelijken treden af, nemen de smet mee, en de nieuwe leiding treedt aan. Men dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was.

De oorzaak van dit alles is wat Dijksma óók niet durft te benoemen in haar rapport, net als de vorige rapporten dat ook niet deden: een gebrek aan visie in de PvdA. Zijdelings stipt Dijksma het aan door aan te geven dat eigenlijk niets gedaan is met de vorige aanbevelingen op dit punt.

Graaiende PvdA-bestuurders, gemeander met standpunten over zo’n beetje alles wat met de partijvisie en -ideologie te maken heeft, baantjesjagers, en vooral het niet durven kiezen, waardoor je campagnes krijgt die inhoudelijk hinken op twee gedachten — waar een kiezer dus niets van begrijpt, zoals de Europese campagne uitwees. Allemaal waar, het zijn allemaal oorzaken.

Maar de grote etterende zweer, of wat Amerikanen zo mooi “the elephant in the room” noemen, is het gebrek aan visie. Waar staat de PvdA nou eigenlijk voor? Wat wil de PvdA? Als de PvdA een persoon zou zijn die op straat loopt en een 12-jarig meisje tegenkomt dat aan de PvdA vraagt: “hoe gaat u Nederland maken voor over 50 jaar?” Wat zégt de PvdA dan?

De PvdA heeft een tijd geleden een reeks grondbeginselen aangenomen als nieuwe partijlijn. En die zijn grotendeels inwisselbaar met die van de meeste andere middenpartijen. Té vaag, té breed, té multi-interpretabel.

De partijleiding moet stoppen met hopen dat de volgende verkiezingsoverwinning de kritische geesten weer terug in de fles zal stoppen. Dit keer gaat die vlieger namelijk niet op.

“Bos, Ploumen en het partijbestuur moeten de koppen bij elkaar steken en aan het einde van deze zomer komen met het antwoord op de vraag: waar staat de Partij van de Arbeid voor? En hoe gaan we dat doel of die doelen bereiken?”

Dat had in de brief van Dijksma moeten staan. Maar dat stond er niet in. En dus wordt het waarschijnlijk wéér doormodderen tot de volgende nederlaag. En het volgende rapport.

Als er dan nog een PvdA bestaat, natuurlijk.