Tales of the Pipe: Brekend glas

Bats, klinkt het, gevolgd door het gerinkel van zwaar glas. Het komt van buiten. We kijken elkaar aan; zó ver draagt geluid van glas toch niet? Want wij denken automatisch dat het weer raak is bij Stadgenoot, het kantoortje met grote ramen van waaruit een beveiligingsteam overzicht heeft over een deel van de Diamantstraat. En daar wonen wij toch een endje vandaan. Dus hup, het balkon op.

Meteen valt op dat we geen vluchtende bontkraagjes zien, maar een hard wegcrossende scooter. Of er enig verband is weten we niet, maar aan het einde van de straat – de richting waar het glasgerinkel vandaan kwam – zien we de glinstering van gebroken glas op de grond.

Ook zien we een echte Amsterdamse, met dikke trui, stofrok en pantoffels en al, de hoek omkomen, onze straat in. “Ja hoor, het is weer zover!” roept ze, tegen iemand die wij niet kunnen zien. “Je zoon zeker weer?”

Aan de overkant van de straat gaat een deur open. Een Marokkaanse vader komt polshoogte nemen. Op zijn qui vive, wenkbrauwen in de vraagstand. Hij kijkt naar het glas op de stoep, vervolgens omhoog naar de voor ons onzichtbare gevel, en laat dan fronsend zijn schouders zakken. Zijn handen glijden nonchalant in zijn broekzakken en hij begint wat rond te sjokken, onderwijl onverstaanbaar murmelend.

De Amsterdamse is inmiddels aan een soort schreeuwmonoloog begonnen richting de persoon die wij nog steeds niet kunnen zien, hoe ver wij onze nek ook strekken. “Ja, lekker weer, die zoon van jou”, roept ze omhoog. “Dat joch is de schande van de buurt, weet je dat?” voegt ze toe. “Ie-der-een heeft het over die maffe zoon van jou. Het is echt een schande, een schande!” Om haar boosheid gewicht toe te voegen, zet ze kort haar knuisten op haar heupen en staart met haar geklemde kaak omhoog.

“Nah”, proest ze uiteindelijk, gooit haar handen in de lucht en zucht hard en diep. “Ik ga de politie maar weer eens bellen”, zegt ze, en loopt weer de hoek om, voor ons buiten beeld.

“De politie!” roept de Marokkaanse vader ineens. “De politie. Klootzakken!” En loopt murmelend zijn huis weer binnen.

De vrouw – de moeder, want daar ging het om – die op een bovenverdieping kennelijk achter het gebroken raam stond, zei al die tijd geen woord. Tenminste, niet dat wij konden waarnemen. Mij bleef het even onduidelijk wat er nou precies aan de hand was, maar mijn vriendin bracht uitkomst.

“Dat is waarschijnlijk die half-Antilliaanse jongen weer geweest”, zegt ze. “Daar heeft inderdaad de hele buurt het vaak over.”

De ‘hele buurt’, dat zijn de oudjes van wat we de ‘dorpstam-tam’ noemen. Mensen van dik in de zestig en zeventig die hier al tientallen jaren wonen, en die bij mooi weer op een paar bankjes schuin tegenover ons huis met elkaar praten, kankeren, lachen, schelden, tieren en – soms – zingen. Maar ze weten alles. Soms een tikje aangedikt, zeker, maar toch: als je iets wilt weten over de Diamantbuurt, dan moet je bij hen zijn.

En in dit geval wisten ze mijn vriendin veel te vertellen over die half-Antilliaanse jongen, die vermoedelijk een psychische stoornis heeft. Hij mist die remfunctie in zijn gedrag die voorkomt dat hij doet waar hij zin in heeft. Ook kan hij zich kennelijk moeilijk – of eigenlijk, helemaal niet – inleven in iemand anders. Hij begrijpt bijvoorbeeld niet dat mensen het niet leuk vinden als hij met keiharde, tot ijs geworden sneeuwballen naar hoofden van mensen gaat gooien.

“Dat is toch leuk?”, zei hij toen ik eens het slachtoffer was. Hij was toen 12, schat ik. “Dat is niet leuk! Mensen kunnen gewond raken door ijsballen, dus kappen!”, zei ik stoer. Hij keek mij grijnzend, maar toch ook niet helemaal begrijpend aan, alweer op zoek naar een hap sneeuw die gelukkig op dat moment even niet voorradig was.

Een jaar geleden werden we midden in de nacht opgeschrikt door een hels gebonk. Even dachten we dat iemand onze voordeur stond in te beuken. Maar nee. Daarna sirenes, motorgeluiden in de straat, hard gepraat, soms een schreeuw, en na een dik uur weer rust. De volgende ochtend zag ik dat de deur van het pand waar de moeder en haar zoon wonen, vervangen was door een dikke houten plaat.

Diezelfde zomer, aan de achterkant van het pand, liep het ook weer uit de hand. Luid gekrijs van een vrouw, brekend glas, stukken hout en servies dat door het gebroken glas de tuin van het pand door vloog. “Doe even normaal, ben je gek geworden?!”, krijste een voor mij onbekende vrouw die de woning uitvluchtte was en in de hoek van de tuin ging staan, van alles en nog wat ontwijkend. Iedereen kijken vanaf de balkonnetjes natuurlijk, ook ik. Vervolgens nog een hoop kabaal en geluid van brekende spullen in het huis, daarna weer de rust.

Altijd wat te doen in de Diamantbuurt, zullen we maar zeggen. Maar één ding, één machteloze verzuchting moet hier herhaald worden. De stadsdeelvoorzitter (van de PvdA, ja) van Oud-Zuid zei tegen Het Parool van zaterdag dat sommige van de relschoppers in de Diamantbuurt tekenen van gedragsstoornissen vertonen. Maar daar kan het stadsdeel niets aan doen, zei de voorzitter, want dat mag nu eenmaal niet. Als personen niet willen meewerken aan een onderzoek of behandeling, houdt het op. Een kijkje nemen achter de voordeur mag ook al niet. Dat staat zo in de wet.

Die moet dus veranderd worden, vindt de PvdA’er, want zo kan er niet ingegrepen worden en staat het stadseel machteloos.

Toevallig staat in diezelfde uitgave van Het Parool een kort stukje over D66, dat volgens lokale peilingen de kans maakt om de tweede partij in de hoofdstad te worden. De fractievoorzitter van D66 vindt het kort gezegd niet goed als de gemeente over de schouders van mensen gaat meekijken naar hoe het gezin functioneert. Dat moet niet, want zo maak je inbreuk op de privacy van mensen, luidt het betoog.

D66 wil dus kennelijk alles laten zoals het is. Achter de deur kijken om te kunnen bepalen of gezinnen aan het ontsporen zijn, of om te zien of criminele jongeren misschien gedragsstoornissen hebben die behandelbaar zijn – waarmee mogelijk het criminele gedrag afneemt – is allemaal anathema voor D66. Het privacyrijke leven van een ontspoord kutgezin dat criminelen herbergt is voor D66 dus kennelijk belangrijker dan de vrede en veiligheid van een buurt.

Ik weet nu al op wie ik bij de volgende gemeenteraadverkiezingen in ieder geval niet ga stemmen.

Overigens, als een korte update op dit stuk: de reden waarom nu voor vier van de vijf ramen een houten plaat zit in het Stadgenoot-kantoortje, is dat bontkraagjes hun woede koelen. De wijkagent en het beveiligingsteam voeren sinds kort een lik-op-stuk-beleid, volgens de stadsdeelvoorzitter, en de bontkraagjes vinden het na iedere bon nodig om een steen door een ruit te keilen.

Volgens de stadsdeelvoorzitter heeft het lik-op-stuk-beleid verder wel succes, want het aantal overtredingen en klachten van overlast is behoorlijk gedaald.

6 gedachten over “Tales of the Pipe: Brekend glas”

  1. Dan doen ze toch iets lik-op-stuk verkeerd.Alleen bonnen schrijven brengt het niet, netzomin als kijken achter de voordeur.
    Perslot zou iemand het misschien eens nodig kunnen vinden om zo’n kijk-team bijvoorbeeld naar jouw huis te sturen, en wetsbescherming is dan weg.

  2. Geen saaie buurt.
    We willen met zijn allen dat er alles uit de kast wordt gehaald om overlast en crinmineel gedrag te stoppen. Onder goed omschreven en strikte voorwaarden, zal er wat mij betreft, dan ook verder gegaag moeten worden dan nu (wettelijk)mogelijk.
    Opmerkingen zoals hierboven, snijden geen hout en leiden ook niet tot een oplossing.
    @Christina, bij mij thuis komen ze niet en ik denk bij jou ook niet.

  3. Hey Piquant,

    Welke opmerkingen bedoel je precies? Die van christinA?

    In dat geval: eens. Is een beetje de D66-oplossing. Prettig als je veilig in een roomblanke Vinex-wijk woont, minder prettig als je vlakbij danwel in de shit woont.

  4. Hallo… Heel Nederland kijkt tegenwoordig naar de overheid als er een probleem opgelost moet worden. Het maakt niet uit wat er gebeurt of niet, hup, de politie wordt gebeld, de hulpverlener ingeschakeld, of de politiek bekritiseerd omdat een stel etters een ambulancebroeder in elkaar meppen.

    Prima dat steeds meer mensen willen dat de overheid alles voor hen oplost. Dat is een gegeven. Maar dan moeten er twee dingen gebeuren:

    1. Stemmen op partijen (SP, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie) die een sterke overheid willen neerzetten danwel behouden, en dus niet op partijen die de rol van de overheid juist willen afbreken (VVD, CDA, PVV, D66). En voor deze constatering hoef je niet eens links of rechts te zijn en is ook niets politieks mee bedoeld;
    2. Die overheid ook het gereedschap geven om daadwerkelijk iets te kunnen doen.

    Het kan niet van tweeën één zijn: willen dat de overheid kan ingrijpen tot achter de voordeur, maar tegelijkertijd willen dat dat bij jou niet kan.

    Of je moet aan het grondrecht ‘gelijkheid voor de wet’ enzo willen gaan tornen, maar dat lijkt me nu pas écht het begin van het einde.

  5. Het is niet de bedoeling dat de overheid, gesteund door gereedschap, daardoor juist de grondrechten aantast.
    En aangezien altijd alles mensenwerk is, dien je daar bij de keuze van je gereedschap al rekening mee te houden.
    “een schaar kan wel afknippen, maar niet bijknippen”

    Ik woon trouwens niet in een Vinexwijk, maar ook niet in de Diamantbuurt.

Reacties zijn gesloten.