in Analyses, Voorpagina

Werk of ontschulding: korte- vs lange termijndenken

Aanleg Afsluitdijk
Volgens Jesse Frederik is voor het kabinet het terugbrengen van het begrotingstekort en de staatsschuld het belangrijkste doel – al het andere (werkloosheidbestrijding, economische groei) is daaraan ondergeschikt. Hij verwijt de VVD en de PvdA dat ze niets doen om de werkloosheid en het probleem van de vastgelopen woningmarkt aan te pakken. Maar in Den Haag leeft eerder de vraag of de politiek hier überhaupt nog een antwoord op heeft. Dat antwoord is er wel — al is het niet leuk.

“De Grote Leugen van onze tijd is de absurde kosten-batenanalyse die onze beleidsmakers loslaten op deze crisis. De regering vindt, hoewel het nooit zo cru wordt gesteld, het terugbrengen van het begrotingstekort en de staatsschuld eigenlijk belangrijker dan het terugbrengen van de werkloosheid en de leegstand”, schrijft Jesse Frederik.

Onwil, dus. Maar is het niet iets anders? Namelijk realpolitik en — eigenlijk — erkenning van politieke onmacht?

Want wat voor knoppen heeft een regering nog om aan te draaien in een geliberaliseerde, post-industriële economie? Internationale progressieve denktanks breken zich het hoofd over deze vraag. Wat kan een regering in een open economie nú doen om binnen een jaar de werkloosheid te halveren zonder de overheidsfinanciën ernstig geweld aan te doen?

In de jaren ’30 van de vorige eeuw legde men een Afsluitdijk aan, of een Amsterdamse Bos. Maar zelfs op die manier werden slechts enkele duizenden Nederlanders direct of indirect voorzien van werk en inkomen. Wie nu 350.000 (van de 700.000) werklozen aan werk en inkomen wil helpen moet enkele tientallen Afsluitdijken en Amsterdamse Bossen tegelijk laten aanleggen.

Tijdelijkheid
Zelfs als je het lukt om zo veel mensen aan een baan te krijgen, dan weet je als bestuurder drie dingen heel zeker. Ten eerste is de werkgelegenheid tijdelijk: een dijk, brug, bos of datacentrum is op een gegeven ogenblik af.

Ten tweede weet je heel zeker dat je er niet zeker van kunt zijn dat de tijdelijk aangejaagde economie zichzelf blijft aanjagen en zelfstandig nieuwe banen creëert.

Ten derde weet je zeker dat je heel veel geld hebt uitgegeven, zonder dat je er zeker van bent dat er weer genoeg geld terugvloeit als gevolg van die uitgaven om de fors toegenomen staatsschuld terug te brengen.

De vraag is of zulke onzekerheden een solide basis vormen voor het succes van grote werkgelegenheidsprogramma’s zoals Frederik die misschien graag zou zien.

Estafette
Het met overheidsgeld aanjagen van een economie vereist dat die economie als een estafetterenner het stokje overneemt van de overheid. Anders moet je veel geld blijven verstoken om de economie aan de praat te houden.

Niet ten onrechte verwijzen economen in de discussie over gericht werkgelegenheidsbeleid graag naar het Amerika van de jaren ’30, toen Franklin Roosevelt de Depressie te lijf ging met massieve overheidsuitgaven aan grote werkgelegenheidsprojecten. De economie begon weer te groeien, de werkgelegenheid nam toe. Maar in 1937, toen Roosevelt de uitgaven terugschroefde, stokte de machine ook meteen. De estafetterenner nam het stokje niet over en de kiezer wilde niet dat Roosevelt de uitgaven opnieuw verhoogde. Dat gebeurde pas weer toen de VS bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte.

Nog steeds discussiëren economen en politici over de vraag of Roosevelt’s enorme werkgelegenheidsprogramma daadwerkelijk de economie aanjoeg of slechts aan de praat hield — geldsmijterij als een soort infuus. Het is een economenvariant van de kip of het ei-discussie geworden.

De overgebleven draaiknop: ontschulding
Eén van de knoppen waar bestuurders in een open economie met succes wel aan kunnen draaien is de schuldpositie van burgers. Zie de VS, waar door een combinatie van factoren gezinnen sinds eind 2008 schulden zijn gaan afbouwen. De verbeterde schuldenpositie (en dus hogere kredietwaardigheid van burgers) leidt nu tot meer bestedingen in de Amerikaanse economie en jaagt de binnenlandse groei aan.

US household deleveraging

In de VS is het wel eenvoudiger om van je schulden af te komen. In aardig wat staten kan je als hypotheekklant letterlijk je huis overdragen aan de bank en je loopt schuldenvrij weg. Dat is in Nederland niet mogelijk; de schuld blijft op je naam staan (hoewel je huis nog altijd voor de prijs van je superhypotheek in de boeken van je bank staat).

De private schuldenpositie in Nederland is één van de hoogste ter wereld. Niettemin zou met de historisch lage rentestanden juist naar deze knop gekeken moeten worden. Daarmee creëer je nog steeds niet op korte termijn heel veel nieuwe banen, zoals Frederik beoogt.

Aan het werk
Enorme, geldverslindende werkgelegenheidsprojecten kunnen op de korte termijn veel mensen voorzien van werk en inkomen. Maar het zal niet houdbaar blijken te zijn en het is zeer de vraag of het voor de middellange en lange termijn verstandig is, gezien de grote toename van de staatsschuld die zulke projecten zouden veroorzaken. En dan moet de grootste kostenpost voor overheid en samenleving, de Vergrijzing, nog komen.

Jeroen Dijsselbloem had gelijk, bij Buitenhof. Je moet niet weer kiezen voor de gemakkelijke oplossing en problemen groter maken dan ze al zijn en ze voor je uit schuiven. Nee, beste Jeroen, dan liever door de zure appel heen bijten en als overheid serieus werk maken van ontschulding.

Maar kennelijk heeft Jeroen wat hulp nodig bij het vinden van de juiste manier. Misschien is het een leuke uitdaging aan bijvoorbeeld Jesse Frederik, Bas Jacobs, Rutger Bregman, Esther Mirjam Sent Sweder van Wijnbergen, Ewald Engelen, Robin Fransman, Marike Stellinga en Mathijs Bouman om hem een handje te helpen. Niet weer analyses van wat fout is gegaan, want dat weten we nu wel, maar de koppen bij elkaar steken voor oplossingen?